Orchideeënkwekerij OK Plant kiest graag voor duurzame opties. Toen eigenaar Rob Olsthoorn hoorde van de circulaire meststoffen uit digestaat (vergiste biomassa) en varkensmest wilde hij dit graag proberen. Inmiddels gebruikt hij op zijn kwekerij al anderhalf jaar kaliumnitraat van organische herkomst. “We zien geen gekke dingen”, zegt teeltspecialist Friso van der Kruk.

De toepassing van de circulaire meststof van Greenswitch past in de filosofie van OK Plant. “We zoeken constant naar duurzamere manieren van produceren. Elk punt waar dit kan, willen we aangrijpen. Zo is de afkweekafdeling op onze hoofdlocatie net overgestapt op full LED-belichting. We telen in potjes van zoveel mogelijk gerecycled plastic en zetten vol in op biologische gewasbescherming”, vertelt teeltspecialist Friso van der Kruk van OK Plant. Momenteel draait de Westlandse potplantenkwekerij bovendien mee in de pilotproef ‘100% Groen Geteeld phalaenopsis’ via Glastuinbouw Nederland.
“Toen de duurzaam geproduceerde kaliumnitraat van meststoffenleverancier Van Iperen ter sprake kwam, waren we gelijk enthousiast. Twee jaar geleden zijn we gaan kijken of het in ons systeem zou passen. De adviseur zei, ‘het is honderd procent betrouwbaar, je gaat geen gekke dingen zien.’ Hij heeft gelijk gekregen”, blikt Van der Kruk terug.
OK Plant teelt orchideeën op 4,5 ha in Naaldwijk en heeft daarnaast twee teeltlocaties in ‘s-Gravenzande en Maasdijk. In Naaldwijk wordt in potmaat 9 cm geteelt, een klein formaatje orchidee dus, dat onder de merknaam Kolibri in de markt wordt gezet. Heel veel aandacht gaat uit naar de aankleding van de planten. Klanten kunnen van alles kiezen bij de Westlandse kwekerij, die een hele range aan bloempotten voert om de planten kant en klaar voor de consument af te kunnen leveren.

Dosering klopt

De orchideeënkwekerij is verdeeld in een afdeling voor opkweek en een voor afkweek, waarbij elk een eigen teeltregime kent. In de opkweekafdeling wordt een temperatuur van 28ºC aangehouden, in de koel- en afkweekfase gaat dit terug naar zo’n 19,5ºC.
“We hebben maar één mestbakkenset voor elke afdeling. Dat betekende dat we de circulaire meststof meteen op de hele tuin moesten toepassen. Een klein experiment was geen optie”, vertelt de teeltmanager. Dat was even een stap, maar terugkijkend constateert hij dat de overgang geen problemen of kinderziektes heeft gegeven.
“Het is echt heel soepel verlopen, ik had verwacht dat er wel wat bijsturing van de dosering nodig zou zijn, of andere aanpassingen. Maar het recept dat de meststoffenadviseur had gemaakt, klopte heel goed.” Daarbij was de dosering voor kaliumnitraat omgerekend van kilo’s naar liters, aangezien deze meststof vloeibaar is en minder geconcentreerd.

Praktische aanpassing

De teeltmanager is verantwoordelijk voor het mengen van de diverse meststoffen voor de watergift. OK Plant heeft geen vloeibare meststoffenunit vanwege de beperkte ruimte en het geringe meststoffengebruik in de orchideeënteelt en gebruikt daarom vaste meststoffen.
Voor het toedienen van het vloeibare ‘kaliumnitraat’ vroeg dat om een praktische aanpassing. Deze kaliumnitraat, door telers meestal kalisalpeter genoemd, wordt aangeleverd in een IBC-container met een inhoud van 1.000 liter. “Maar toen kwam het punt van het overbrengen in de A en B bakken. Daar is wat op bedacht”, vertelt Van der Kruk.
Hij demonstreert hoe het vullen van de bak vanuit de IBC-container werkt. Op de container is een staafpomp met een literteller bevestigd, met daaraan een slang met spuitpistool. De teeltmanager spuit de gewenste liters in de mengbak, wat op deze manier eenvoudig, snel en gecontroleerd kan. “Onze technische man heeft dit zo op aangeven van de meststoffenleverancier gemonteerd”, licht hij toe.
Per gietbeurt maakt hij een werkvoorraad aan van 1.000 liter. Deze gaat gemiddeld een week mee. “Wekelijks heb ik daarbij 200 liter vloeibare kaliumnitraat nodig. Het voorraadvat is een kuub groot en daar doe ik dus zo’n vijf weken mee.”

Omrekenformule

Accountmanager Gerard Bok van Van Iperen is de vaste adviseur van OK Plant. Om de juiste dosering te krijgen voor het gebruik van het kaliumnitraat schakelde de teeltmanager de meststoffenspecialist in. “Elke meststof heeft een specifieke voedingswaarde, uitgedrukt in micromol. We rekenen daarom alles om naar micromol om tot de juiste verhoudingen te komen, ongeacht de concentratie per mestproduct”, legt Bok uit.
Die concentratie van de circulaire meststof verschilt namelijk nogal met gangbare, vaste meststoffen. “De concentratie is veel lager, je gebruikt wel vijf keer zoveel liters als je anders in kilo’s nodig hebt. De reden is dat in het nieuwe kaliumnitraat de twee elementen kaliloog en salpeterzuur al gecombineerd zijn en dat kan niet in een hoge concentratie. Normaal doseer je die apart”, verklaart hij.

Watermonsters

Om te monitoren of de planten alle voedingsstoffen voldoende gedoseerd krijgen, neemt de teeltmanager van OK Plant geregeld watermonsters van het retourwater na de watergift. “Die worden geanalyseerd door de meststoffenleverancier, waarna we kunnen zien hoeveel meststoffen er nog terugkomen en wat er is opgenomen door de plant. Indien nodig sturen we het recept bij. Hierbij zijn de EC-waardes leidend.”
Deze analyses geven echter pas achteraf een beeld. “Het zou mooi zijn als we alle meststoffen in vloeibare vorm konden toepassen, dan kun je aan je unit meten wat je eventueel tekort komt en direct bijmengen.” Mochten er andere vloeibare opties beschikbaar komen, dan staat OK Plant open om ook die te gaan toepassen, laat hij weten.
Volgens Bok zijn er inmiddels meer dan tien telers die de circulaire meststof gebruiken, voornamelijk in de sierteelt. Gebruik in groenten en aardbeienteelt laat niet lang op zich wachten, denkt hij. “We krijgen steeds meer signalen dat ook telersverenigingen en hun afnemers interesse tonen om zo te verduurzamen. Die beweging kan voor een grotere doorbraak zorgen.”

Tuinbouwmest uit biovergister

Het Greenswitch procedé is een treffend voorbeeld van circulariteit en het sluiten van kringlopen. Tegenover de veehouderijsector, die worstelt met een mestoverschot, staat de glastuinbouw die vooral hoogwaardige chemische meststoffen toedient aan haar substraatteelten via druppelbevloeiing. De tuinbouw wil graag ook op dit punt verduurzamen, want de productie van kunstmest is zeer energie-intensief.
Van Iperen International produceert sinds 2021 met innovatieve technologie vloeibare meststoffen uit drijfmest en digestaat. Dit gebeurt bij de biogasvergister Agro Energie Hardenberg, waar digestaat overblijft uit de vergisting van onder meer dierlijke mest. Het vloeibare deel hiervan wordt voor de methode Greenswitch benut.
De methode is een nagenoeg CO₂-neutraal productieproces dat de traditioneel geproduceerde nitraatmeststoffen vervangt. In een volledig gesloten circuit wordt vloeibare digestaat omgezet in een kristalheldere, geurloze meststof, vrij van chloor en natrium en zonder dat er reststoffen overblijven.

Kostprijs omlaag

Marc van Oers, directeur Innovatie van de meststoffenleverancier, legt uit hoe het werkt: “Eerst wordt ammonium uit digestaat gestript en gestabiliseerd in een oplossing zonder daarbij gebruik te hoeven maken van zuren. Deze ammonium oplossing is een van de grondstoffen voor het proces in onze bioreactor.” Daarin wordt dit met behulp van nitrificerende bacteriën omgezet naar nitraatstikstof.” Om tot een zuivere geconcentreerde meststof te komen wordt gebruikt gemaakt van diverse membraantechnologieën.
Sinds de start in 2021 is het productieproces alweer ingrijpend verbeterd. De hele installatie werd daarvoor opnieuw opgebouwd en het proces werd wat anders ingedeeld om het efficiënter te maken. “Het doel was vooral om het elektriciteitsverbruik en de kostprijs omlaag te krijgen. Dat is al voor een flink deel gelukt. De circulaire meststof was vijf tot zes keer zo duur als normale meststof, dat is nu nog maar twee keer. We moeten nog een laatste slag maken en we hebben ook in beeld hoe we de capaciteit van de bioreactor kunnen vergroten zonder dat dit extra energie kost.”
“We kijken nu vooruit naar de andere meststoffen. Voor salpeterzuur hebben we inmiddels een installatie gebouwd. Dat proces is nog innovatiever en bevindt zich nog op pilotniveau, ook in Hardenberg. Dit zou de eerste aanvulling zijn op het assortiment.”

Tekst en beeld: Koen van Wijk

 

  • Friso van der Kruk: “Ik had verwacht dat er wel wat bijsturing van de dosering nodig zou zijn. Maar het recept dat de meststoffenadviseur heeft gemaakt, klopt heel goed.”