Het kiezen van het juiste komkommerras is een behoorlijk uitdaging. Om meerdere redenen. Niet alleen is er enorm veel keuze, ook lukt het meestal niet om alle gewenste eigenschappen te combineren in één ras. Dat betekent dat je concessies moet doen; iets dat je eigenlijk niet wilt als teler.

Wat het extra moeilijk maakt, is het feit dat veredelingsbedrijven allemaal hun eigen meetlat en referentiekader hebben als het gaat om meeldauw- en virusresistentie. Wat bij de ene fabrikant een 5 is, benoemt de ander als een 8. Hierdoor is het bijna onmogelijk om rassen te vergelijken op het gebied van resistentie. De eerste stap om de rassenkeuze te vergemakkelijken, ligt dan ook in het ontwikkelen van een uniforme meetlat voor meeldauw- en virusresistentie. Zo’n meetlat zou eigenlijk ontwikkeld en getoetst moeten worden door een onafhankelijke instantie. En natuurlijk moeten alle zaadhuizen hier dan ook mee gaan werken.

Wat me ook wel tegen de borst stuit, is dat veredelingsbedrijven hun rassen vaak te rooskleurig voorspiegelen. Op papier en in proeven zijn het allemaal toprassen, maar als je een ras gaat testen in de praktijk komen er vaak lijken uit de kast. Wanneer je dit aankaart, geven zaadleveranciers dikwijls niet thuis. Of ze geven aan dat ze zoiets nog niet eerder hebben gezien.

Dit maakt je als teler terughoudend om een nieuw ras te proberen, de risico’s zijn te groot. Misschien speelt ook mee dat de zaadbedrijven vooral proeven doen in kleinere kassen; een setting die onvoldoende aansluit bij de dagelijkse tuinbouwpraktijk. Wanneer dan ineens wordt opgeschaald naar tig hectare kan het niet anders dan dat er verrassingen boven komen. Onderzoek met nieuwe rassen moet dan ook beter aansluiten bij de praktijkomstandigheden; nu is de wig te groot.

Ik merk ook dat zaadbedrijven vaak weinig kennis hebben over hun eigen rassen. Je zou verwachten dat je op de hoogte bent van alle ins en outs van je eigen product. En dat je telers niet alleen informeert over positieve aspecten, maar ook over zaken die fout kunnen gaan of waarmee ze rekening moeten houden. Dat is dikwijls echter niet het geval. Zaadbedrijven moeten dan ook meer kennis vergaren en verantwoordelijkheid nemen. Kortom: er is nog veel te winnen op rassengebied!

Peter van Ninhuys, teeltmanager bij Van Gog Kwekerijen Helmond