De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) ziet geen oplossing in een tijdelijk uitzendverbod bij structurele misstanden met arbeidsmigranten. Demissionair minister Van Hijum heeft het voornemen om zo’n tijdelijk uitzendverbod mogelijk te maken in bepaalde sectoren. Volgens Leo van der Pol, directeur strategie en beleid bij de ABU, is zo’n maatregel ineffectief en treft het goedwillende ondernemers onterecht. “Zonder stevige handhaving verandert er niets. Een uitzendverbod is een paardenmiddel dat het probleem niet echt aanpakt.”
Minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kondigde afgelopen week aan dat het kabinet werkt aan een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die het mogelijk maakt om uitzenden te verbieden in sectoren waar aantoonbaar en stelselmatig misstanden blijven bestaan. De maatregel vergt naar verwachting minimaal een jaar voorbereidingstijd en wordt onderdeel van de aangepaste Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). De uiteindelijke beslissing over het invoeren van een verbod ligt echter bij een volgend kabinet.
De Tweede Kamer vroeg via een recent aangenomen amendement expliciet om een uitzendverbod als extra drukmiddel. De sectoren waar volgens Van Hijum een verhoogd risico op misstanden bestaat zijn de vleesindustrie, schoonmaakbranche, transportsector en de tuinbouw. Alleen in de vleessector zijn momenteel structurele misstanden volgens de minister ook daadwerkelijk aantoonbaar.
Verbod geen oplossing
Van der Pol noemt het opmerkelijk dat de minister nu al lijkt te twijfelen aan de effectiviteit van de Wtta. De wet treedt pas in 2027 in werking en er is drie jaar hard aan gewerkt, stelt hij. “Het is een zeer uitgebreid pakket met veel drempels voor malafide uitzendondernemers. Vertrouwt de minister zijn eigen wet wel?”
ABU ziet geen oplossing in een uitzendverbod omdat je goede ondernemers hiermee pakt, terwijl malafide ondernemers moeiteloos overschakelen op een andere constructie. Van der Pol: “We hebben de Wtta samen uitgewerkt om malafide ondernemers te weren van de markt. Wij vinden het daarom heel vreemd dat de minister, nog voordat de wet is ingegaan, al beweert dat deze de problemen niet gaat oplossen.”
In Duitsland is een vergelijkbaar verbod al eerder ingevoerd, maar daar is de inspectiegraad vijf keer hoger dan in Nederland, volgens Van der Pol. “Hier is de pakkans voor malafide bedrijven klein, de boetes laag en de handhaving te zwak. De overheid moet dus zelf ook een tandje bijzetten.”
Papieren werkelijkheid
Volgens de voorman van de uitzendondernemingen creëert een uitzendverbod slechts een papieren werkelijkheid, waarbij malafide ondernemers andere juridische constructies zullen vinden om te blijven opereren. “Zonder versterkte inspectie en zwaardere sancties blijft het dweilen met de kraan open. Dat is waar de overheid, die in de afgelopen jaren nog onvoldoende stappen heeft gezet.”
Wel is zijn organisatie blij dat de minister druk op de ketel houdt en zich hard maakt om misstanden aan te pakken. “Wij zijn blij dat de minister daarbij niet alleen kijkt naar uitzenders, maar ook duidelijk oog heeft voor de gezamenlijke verantwoordelijkheid die inleners en uitzenders hierin hebben.”
De ABU herinnert eraan dat veel aanbevelingen uit het rapport ‘Geen tweederangsburgers’ van de Commissie Roemer nog altijd niet zijn opgevolgd in wet- en regelgeving. “Onze leden zijn er echter wel mee bezig. Zo bouwden zij al duizenden woningen voor arbeidsmigranten die volledig aan de Roemer-normen voldoen, terwijl dat nog niet eens wettelijk verplicht is”, zegt Van der Pol. “Als organisatie hebben we onlangs met de FNV afgesproken dat we vanaf 1 juli bij alle huisvestingsprojecten de Roemer-normen hanteren.”
Voorbeeld van zelfregulering
Glastuinbouw Nederland heeft, vooruitlopend op overheidsbeleid, al diverse maatregelen genomen om misstanden met arbeidskrachten te voorkomen. Zo verplicht de brancheorganisatie haar leden om samen te werken met SNA-gecertificeerde uitzendbureaus en controleert men actief op arbeidsovereenkomsten, loonstroken en juiste betaling. Ook zijn haar leden verplicht internationale werknemers onder te brengen in AKF/SNF-gecertificeerde woonruimten.
Vorige week ondertekende de sector, samen met elf andere brancheorganisaties, een convenant met minister Van Hijum om de positie van internationale werknemers verder te verbeteren. Het convenant is onderdeel van de alliantie ‘Work in NL’ en is het startsein voor samenwerking tussen bedrijven, gemeenten en brancheorganisaties.
Tekst: Koen van Wijk













