Het snijmoment is heel belangrijk voor pioenroos, zegt Koos Haket uit Pijnacker. “Dat verschilt per soort. Wij gaan vaak twee keer dag door het gewas heen, dan krijg je in een bos mooie gelijke knoppen die op de vaas goed openkomen. Wij hebben een vast team dat elk jaar bij ons komt plukken. Voor mooie kwaliteit heb je gewoon ervaren plukkers nodig.”

Koos Haket (63 jaar) en zijn vrouw Ellen telen al 40 jaar snijbloemen aan de Overgauwseweg in Pijnacker, waarvan de eerste 25 jaar rozen. De omschakeling naar pioenrozen was tijdrovend, omdat je pas twee jaar na het planten kunt oogsten. De kwekerij beslaat nu 1,9 ha kas, 3.000 m² tunnels en 11.000 m² buitenteelt. Sinds 2018 werken ook twee dochters en een zoon in het bedrijf.
Topkwaliteit telen en wel zo duurzaam mogelijk is het doel. Ze veilen hun bloemen in april en mei op Royal FloraHolland in Rijnsburg en verkopen ze op vrijdag en zaterdag ook aan particulieren. “Mijn vrouw heeft dan een stand in onze garage. We krijgen heel veel positieve reacties van mensen uit het dorp, zo van: wat komen ze goed open. Het is eigenlijk een soort kwaliteitscontrole voor jezelf. We zijn ermee begonnen in coronatijd en zo is dat eigenlijk blijven hangen.”

Kasteelt, tunnels en buitenteelt

Haket is sinds een week aan het plukken, de veilingprijzen zijn tot nu toe goed, rond 1 euro per steel. “Ook het weer werkt mee: elke dag een beetje zon en koude nachten. Als het warm is wordt de bloem opgejaagd, en worden ze dunner en slapper. Voor de kwaliteit is het hartstikke mooi weer.”
De eerste bloemen worden geoogst uit de kas. “Volgende week komt de tunnel er een klein beetje bij, met de vroege soorten. In mei volgt de buitenteelt. We gaan tot eind mei door met plukken. We liggen iets voor op een normaal jaar, het was natuurlijk in maart ook al mooi weer.”

Exclusief assortiment

Haket teelt voor bloemisten over de hele wereld een exclusief assortiment, voor de retail is het product te duur. “Wij telen hier verschillende exclusieve soorten, waarvan 60 tot 70 procent geurend. Nederlandse bloemisten hebben meestal maar 3 of 4 soorten staan. De particulieren die bij ons kopen reageren vaak verrast: bestaan zulke pioenrozen ook nog! De bekende Sarah Bernhardt ruikt sowieso lekker, maar de eveneens roze Angel Cheeks ruikt eigenlijk nog lekkerder.”
De buitenpioen geeft de stevigste tak, want die groeit langzamer. “Als je hem rustig laat groeien in de kas houd je de kwaliteit ook goed, en ben je nog op tijd voor de Nederlandse Moederdag. Met een buitenteelt red je dat nooit. De Franse Moederdag is wat later en dan hebben we de buitenpioenen nog. Dat is weer gunstig voor ons, want Frankrijk is dan leeg.”

Optimaal snijmoment

Heikel punt bij de pioenroos is het snijmoment, vervolgt de bloementeler: “Dat verschilt per soort. Wij gaan vaak twee keer per dag door het gewas heen, dan krijg je in een bos mooi gelijke knoppen die op de vaas goed openkomen. Pioenroos wordt voor de klok nog steeds veel te groen gesneden. De handel wil dat dan toch, maar die gaan bij de consument dan vaak niet open. Ik heb zat bossen bij mensen thuis gezien die zelfs na twee weken niet open komen. Wat optimaal is, is moeilijk te zeggen. Maar de knop moet kleur tonen en niet te hard zijn. Als je die een halve dag extra laat staan heeft de bloem vaak meer kracht om op de vaas helemaal open te komen. Wij hebben een vast team van zzp-ers, dat al jaren bij ons snijdt. Voor mooie kwaliteit heb je gewoon ervaren plukkers nodig.”

Duurzame teelt

Milieubewust telen is de tweede uitdaging, al heeft de pioenroos weinig last van ongedierte, zegt Haket. “Rupsen komen er niet in, trips en spint ook niet. Er lopen bij ons ook het hele jaar kippen rond in de tuin, die eten het onkruid op. Die komen niet aan de bloemen, maar brandnetels en distels laten ze ook staan. Dat doen we het hele jaar wekelijks handmatig zelf. Een paar jaar geleden was het heel slecht weer met regen en hagel, dan moet je weleens tegen Botrytis spuiten. Maar eigenlijk hoeven we maar heel weinig aan bestrijding te doen.”
“De kas in de winter vorstvrij houden is niet nodig, ze moeten juist kou hebben. In de winter stook ik helemaal niks. Het is eigenlijk een heel duurzame teelt. En de energie die ik nodig heb voor de koelcellen wek ik zelf op met zonnepanelen.”

Rentabiliteit

Is het bedrijf groot genoeg om in de komende jaren te blijven telen, gezien de stijgende kosten? “We willen op kwaliteit blijven telen, groter kunnen we hier eigenlijk niet worden. Dan moet je ook met vreemde mensen gaan werken en krijg je weer problemen met te rauw snijden, dus we willen het zo zien te redden. Ik ben zelf 63, ik wil in de toekomst nog wel wat te doen hebben, maar ik ga de komende jaren toch iets afbouwen, dan is het wel groot genoeg.”
Wat is voor hem nog een acceptabele prijs aan het eind van het seizoen? “Nou ja, 50 tot 60 cent. Maar het kan ook naar de 30 cent gaan als het warm wordt. De kosten zijn natuurlijk hoog, met oogsten, koelen, vervoer en veilingkosten. Ik moet wel die 50 cent zien te krijgen.”

Tekst: Mario Bentvelsen