Bij Looye Kwekers in Burgerveen zorgden rupsen van de Turkse mot de afgelopen jaren voor steeds meer gewasschade. Drie jaar geleden was de druk langs de gevels dusdanig hoog dat Teddy Hriskova, gewasbeschermingsspecialist op de locatie Burgerveen, de plaag hier niet meer onder controle kreeg. “Omdat enkele chemische middelen gingen wegvallen en groene middelen niet altijd optimaal werken, zeker niet op grotere rupsen, hebben we een proef opgezet met Trichogamma acea-sluipwespen. Dit op advies van onze teeltadviseur Astrid van der Knaap.”
De kleine sluipwespen werden in eerste instantie alleen uitgezet in de ‘hotspots’; plekken langs de gevels waar de rupsendruk hoog was. “We zetten de sluipwespen in kartonnen boxen in het gewas, in de buik van de plant. We begonnen met een hoge dosering: 100 stuks per vierkante meter. In het begin zagen we niets, maar na twee tot drie weken hadden de sluipwespen de eitjes geparasiteerd. Nog een paar weken later was de rupsendruk in de eerdere hotspots onder controle.”
Twee jaar geleden werd de proef uitgebreid naar een oppervlak van 2,2 ha. Ook daar was in het begin geen effect zichtbaar, maar na enkele weken werd de rupsendruk langzaam lager. “Duidelijk lager dan in het controlevak, waar we geen Trichogamma inzetten.”
Streep door proef
Het was de bedoeling om vorig jaar opnieuw een proef op te zetten, met een aangepaste opzet. “Voorheen zetten we om de twee paden iedere vijf meter een box met sluipwespen in het gewas. Dit was behoorlijk arbeidsintensief. We wilden kijken of het ook voldoende zou zijn om iedere vijf paden boxen plaatsen. Daarnaast wilden we gaan experimenteren met het verblazen van Trichogamma.”
Onderdeel van systeembenadering
Problemen met de roofwants Nesidiocoris tenuis, kortweg ‘Nesi’, zetten echter een streep door de proef. “Om deze roofwants onder de duim te krijgen, moesten we ingrijpen met middelen die schadelijk waren voor Trichogamma. Daardoor konden we het experiment niet verder uitvoeren. Maar we zetten de sluipwesp nu in bij de hotspots, langs de gevels. Daar boeken we goede resultaten. Als we geen problemen hadden met Nesi, zou ik deze sluipwesp zeker opnemen in ons standaardprotocol.”
Naast de sluipwespen zet de gewasbeschermingsspecialist nematoden in tegen rupsen van de Turkse mot. Na het planten worden standaard twee bespuitingen uitgevoerd met het Capsanem-aaltje. “Deze aaltjes zijn ook effectief tegen Nesi, dus we pakken hiermee twee problemen in één keer aan. Dat moet ook wel, want doordat we wekelijks moeten spuiten, is de inzet van deze nematoden prijzig. Aandachtspunt is ook dat het voldoende vochtig moet zijn in de kas, zodat het aaltje op de juiste plek kan komen.”
Hriskova benadrukt dat inzet van de nematoden en sluipwespen onderdeel moet zijn van een systeembenadering. “Wij combineren dit met groene middelen en corrigeren indien nodig met chemie. Met deze cocktail van instrumenten proberen we de rupsen onder controle te houden. Maar dat blijft een uitdaging en lukt lang niet altijd.”
Tekst: Ank van Lier















