De familie Cox timmert flink aan de weg: eind 2024 breidden de aardbeientelers hun bedrijf uit met een tweede locatie in Baarlo en in 2027 volgt een derde kas in Sevenum. De keuze voor het ras Inspire in combinatie met een zelfontwikkeld teelt- en mechanisatiesysteem vormt de belangrijkste drive achter deze groei. “Met deze aanpak hebben we fors minder arbeid nodig en realiseren we een hogere productie en omzet. Daarmee creëren we toekomst voor ons bedrijf.”
Ber, Guus en Janske Cox investeerden de afgelopen jaren fors in de verdere ontwikkeling van hun bedrijf én in optimalisatie van de bedrijfsvoering. “We wilden de zaken eerst goed op orde hebben voor onze medewerkers, daarna de productie van trayplanten op niveau brengen en vervolgens ons productie-areaal uitbreiden”, schetst Guus Cox de strategie van het bedrijf. Hij stapte in 2018 in het familiebedrijf, in 2022 volgde zijn zus Janske. Sindsdien staan ze samen met hun vader Ber aan het roer van de onderneming in het Noord-Limburgse Horst.
Vanuit deze filosofie realiseerden de ondernemers eigen huisvesting voor 114 seizoensarbeiders en werd de eigen opkweek en vermeerdering van trayplanten uitgebreid. “We hebben nu 6 hectare containerveld voor de buitenopkweek van trayplanten; 2,5 hectare stellingen voor plantvermeerdering en 4 hectare plantenopkweek onder glas. Aanvankelijk ging een groot deel van de planten naar de handel en collega-telers, inmiddels zetten we alle planten in op ons eigen bedrijf. Dit als gevolg van de forse groei die ons bedrijf in de afgelopen jaren doormaakte.”
Goede resultaten
De groeiambitie van de ondernemers kreeg een extra impuls door de positieve ervaringen met het nieuwe Inspire-ras. Guus Cox vertelt: “Tot een jaar of vier geleden lag onze focus op de doorteelt van Elsanta. Maar dit ras was naar onze mening niet toekomstbestendig: de producties liepen terug door het warmer wordende weer, ook vroeg de doorteelt van Elsanta veel arbeid. The Greenery benaderde ons toen om aan de slag te gaan met het nieuwe ras.”
“In eerste instantie experimenteerden we met Inspire in een oudere, donkere kas. We behaalden goede resultaten: we plantten eind november en waren al op 20 februari in productie. Dan zijn de marktomstandigheden vaak gunstig. In de voorjaarsteelt plukten we per vierkante meter 8 kilo aan klasse 1-product. Daarmee streefden we de gemiddelde productie van Sonsation − die het ook goed doet in een voorjaarsteelt − voorbij. Daarnaast scoort het nieuwe ras goed qua smaak en houdbaarheid. Eigenlijk valt het op geen enkel vlak door de mand.”
Aankoop komkommerbedrijf
De positieve ervaringen deden de ondernemers besluiten om op de 6,3 ha tellende locatie in Horst over te stappen naar een doorteelt met Inspire. Daarnaast kochten ze in 2024 een komkommerbedrijf van 5,2 ha in Baarlo. Hier gingen zij vorig jaar aan de slag met een verse voorjaarsteelt Inspire. De oogst van dit ras loopt door tot medio juli. Daarna volgt nog een herfstteelt Elsanta.
“Deze planten we pas eind augustus en telen we onder LED-belichting. Op die manier vermijden we te hoge temperaturen, wat de productie ten goede komt. Ook kunnen we de oogst doortrekken tot 15 december. Daarmee profiteren we van de doorgaans goede prijzen in november en december. Op 15 december ruimen we het gewas en tussen 15 en 22 december gaan dan de nieuwe Inspire-planten de kas in.”
Eigen innovatief systeem
Aardbeientelers fronsen bij dit laatste waarschijnlijk hun wenkbrauwen: hoe kunnen de telers in zo’n kort tijdsbestek hun teelt wisselen? Dit heeft alles te maken met het eigen teelt- en mechanisatiesysteem dat de familie Cox ontwikkelde en waarmee ze op de locatie in Baarlo aan de slag gingen.
“We telen hierbij in een hele smalle teeltgoot, met een breedte van 11,5 centimeter. Het gaat om een open goot met daarbij een aparte goot voor drainopvang. Hierin ligt een lang, onafgebroken substraat; een soort ‘substraatworst’. Daar gaan de planten in.”
De ondernemers ontwikkelden samen met DETO Mechanisatie en Meteor Systems een machine om de goten te vullen met substraat. Deze machine, die drie kuub substraat kan meenemen en twee teeltgoten tegelijk vult, rijdt over de buisrail in de kas. “Er zijn twee medewerkers nodig om de machine te bedienen en één persoon moet substraat aanvoeren met de loader. Op die manier besparen we 90 procent op arbeid bij het vullen.”
Forse arbeidsbesparing
De machine wordt ook ingezet voor het ruimen van het gewas. De teler: “Een werktuigdrager met drie hydrauliekpompen vormt de basis van de machine. Daar bovenop kunnen we steeds een andere machine zetten, voor een andersoortige toepassing. Bij het ruimen werken we met een machine die het substraat als het ware uit de goten ploegt, op het looftrekdoek. Op deze manier ruimen we twee hectare per dag, met drie personen. Normaal moesten we bij het ruimen met 40 tot 60 man de kas in.”
Afgelopen jaar werd de machine ook gebruikt om het substraat te frezen. “In één werkgang maaiden we de planten bij het rizoom af en freesden we het substraat. Hierdoor waren we in 20 machine-uren plantklaar voor de volgende teelt. En door het substraat te frezen, kunnen we dit één keer hergebruiken. Zo besparen we kosten, en werken we duurzamer.”
14 maanden in één jaar
De aanpak zorgt voor een forse reductie van de arbeidsbehoefte: Cox schat in dat de arbeidsinzet per kilo product zo’n 30 procent lager ligt dan in de doorteelt van Elsanta. Dit komt ook omdat het nieuwe ras volgens de ondernemer een gelijkmatiger productiepatroon heeft. Daarnaast is sprake van een grotere vruchtmaat en minder klasse 2.
“Dat is natuurlijk super, zeker nu arbeid steeds duurder wordt. Maar de grootste winst ligt in het feit dat we met dit systeem in enkele dagen van teelt kunnen wisselen. We creëren op deze manier namelijk extra oogstdagen − in feite stoppen we 14 maanden in een jaar − en daarmee zo’n 30 procent meer productie. En de combinatie van een vroege voorjaarsteelt Inspire met een late najaarsproductie geeft de omzet nog een extra boost. We zijn immers op de markt in perioden dat de prijzen doorgaans goed zijn.”
Vertrouwen in ras
Onlangs werd bekend dat de ondernemers per 1 december van dit jaar een tweede bedrijf overnemen. Het gaat om een paprikabedrijf van 5,2 ha in Sevenum. Begin 2027 gaan hier de eerste aardbeienplanten de kas in.
“We gaan hier precies dezelfde aanpak hanteren als in Baarlo”, vertelt Cox. “Deze uitbreiding volgt vrij snel op aankoop van het bedrijf in Baarlo, eind 2025 hakten we de knoop hierover door, maar feit is dat investeringskansen niet altijd op het gewenste moment voorbijkomen. Daarbij hebben we een groot vertrouwen in ons teelt- en mechanisatiesysteem en het ras Inspire. Met alleen Elsanta hadden we deze stap nooit durven te zetten en was dit rendement-technisch ook niet haalbaar geweest. De afzet van het nieuwe ras loopt goed en we hebben geen klagen over de prijsvorming. We zien nog volop marktruimte.”
Dat de familie Cox vertrouwen heeft in het ras en hun innovatieve systeem blijkt ook uit het feit dat het nieuwe teeltsysteem deze zomer wordt geïmplementeerd op de locatie in Horst. “Hier gaan we een verse vroege voorjaarsteelt van Inspire combineren met de teelt van een reguliere doordrager in het najaar.”
‘Willie Wortelen’ met machines
Hoe zien de ondernemers de toekomst; hebben zij nog verdere groeiambities? “Voorlopig niet”, zegt Cox. “Wanneer de locatie in Sevenum straks in gebruik is, komt ons productie-areaal uit op 17 hectare. Met die omvang kunnen we naar de toekomst toe vooruit. We willen het teelt- en mechanisatiesysteem wel verder doorontwikkelen. Het basisplatform kun je in feite geschikt maken voor iedere vorm van mechanisatie; denk bijvoorbeeld aan bladplukken. Dat ‘Willie Wortelen’ met machines vind ik leuk, het geeft energie.”
De teler erkent dat de ontwikkeling van het eigen teelt- en mechanisatiesysteem, waar de familie Cox inmiddels ook patent op heeft, behoorlijk wat investeringskosten vergde. “Maar hiermee hebben we ons rendement wel kunnen verhogen. En dat helpt om de stijgende kosten, onder meer voor de inzet van onze WKK’s, te dragen. Kortom: dit teelt- en mechanisatiesysteem geeft ons bedrijf toekomstperspectief.”
Tekst: Ank van Lier


















