Bij chrysant voer je jaarlijks duizend kilo stikstof per ha af. De maximale gebruiksnorm ligt op 2.500 kilo. Tussen die twee cijfers zit ergens het punt van optimale bemesting: een goede productie zonder uitspoeling. Teeltbedrijf Kiepflower voert een tweesporenbeleid richting de ideale aanpak bij het samenspel van bemesting, gieten en weerbaarheid tegen ziekten.

Kiepflower heeft op de tuin in Gameren een interessant experiment. Het kunstmestgebruik is tot de helft teruggebracht door de gecombineerde inzet van plant- en bodemversterkers, nuttige schimmels en bacteriën en plantaardige meststoffen; dit is het programma van Plant Health Cure. “Daarmee willen we een weerbaarder gewas bereiken. Enkelvoudige meststoffen hebben negatieve kanten voor het bodemleven en de weerbaarheid”, vertelt eigenaar Nico Kiep. 
Het doel is geleidelijk uit te komen tot een laag kunstmestgebruik en heel weinig chemische gewasbescherming. Bij het schrijven van dit artikel liep net de derde teeltronde af. Kilogramopbrengst en kwaliteit waren vergelijkbaar met een conventionele aanpak, maar de EC in de bodem ging wat omlaag. Dat vergt wellicht aanpassingen bij de dosering van de plantaardige meststoffen.
De proefafdeling is een halve hectare. Een eerder experiment op 1.000 m² gaf gedurende vijf teeltrondes goede resultaten, waarbij de kunstmestgift uiteindelijk tot 25% van het standaardgebruik terugliep. De aanpak is uitgebreider beschreven in Onder Glas van augustus 2018.

Houtcompost

Als het goed slaagt, betekent deze aanpak een flinke sprong vooruit op het gebied van duurzaamheid. Maar ook op de hoofdvestiging in Nieuwaal gaat het stap voor stap in dezelfde richting, alleen dan zonder de risico’s van een experimentele aanpak die nog op geen enkel ander chrysantenbedrijf is uitgeprobeerd. Kiep: “Hier in Nieuwaal zitten we nu op 85% enkelvoudige meststoffen en 15% organische. Het aandeel van de organische voeren we langzaam op.”
De structuur van de bodem, van oorsprong zware klei, is onder andere met houtcompost verbeterd. Bedrijfsleider Roland van Hemert optimaliseert de voorraadbemesting en bijbemesting op grond van maandelijkse grondmonsters. “Voornamelijk door met de EC te spelen, niet met de onderlinge samenstelling van de meststoffen”, geeft hij aan. Hij hergebruikt het drainagewater en de daarin opgeloste mineralen. Het is een vrijwel gesloten systeem: in een normale situatie wordt er niet geloosd. Toch heeft het bedrijf zich voor de zekerheid aangesloten bij het collectieve tuinbouwriool in de Bommelerwaard.

Fijnknijpen

Er is een sterke samenhang tussen watergift en mineralenverbruik. Hoe meer water, hoe hoger de N- en P-cijfers oplopen en hoe groter de kans op uitspoeling. Van Hemert kwam uit de lisianthus, een heel droge teelt, en is al een kei in zuinig watergeven. “Als hij een keer afwezig is, zien we dat meteen terug. Wij geven allemaal veel meer water dan hij. Terwijl wij ook best weten dat droger telen goed is voor de bodemstructuur en voor de productkwaliteit”, zegt Kiep.
De bedrijfsleider ondersteunt zijn aanpak met zeer frequent boren. “Elke dag doe ik wel een stuk”, zegt hij. “Gewoon met een handboor. De grond fijnknijpen en beoordelen op basis van mijn ervaring. Zo weet je constant hoe het ervoor staat. Door het boren hebben we de watergift nog verder teruggeschroefd.”

Vochttoestand

Bedrijfsopvolger Albert Kiep ontwikkelt een eigen manier om grip te krijgen op de ideale beregening. Hij heeft een IT-achtergrond en heeft zelf een draadloos sensorsysteem gebouwd op basis van goedkope vochtsensoren en open source software. De metingen zijn met de smartphone te bekijken. “Zo probeer ik de huidige praktijkaanpak te vertalen in cijfers. Ik bekijk wat er met het bodemvocht op twee dieptes gebeurt als je water geeft. Op den duur kun je dan misschien op basis van de cijfers gaan gieten en kom je dichter bij de behoefte van het gewas”, vertelt hij.
Voor het zover is, gaat hij eerst gedurende alle seizoenen ervaring opbouwen: op de gewone manier blijven gieten en steeds meten. “Zodra de metingen een stabiel beeld geven, zou je dan bijvoorbeeld een dag kunnen wachten als de sensor aangeeft dat de vochttoestand nog op peil is. Een ander voordeel: alle metingen blijven bewaard. Je hoeft niet meer op basis van je geheugen te werken, maar kunt terugzoeken wat er in het verleden gebeurd is”, zegt hij.
Als je de watergift steeds beter afstemt op de behoefte van het gewas, wordt het steeds crucialer dat de sproeiers allemaal hetzelfde doen. Met maatbekers controleert Van Hemert daarom of de afgifte over de breedte van de kap wel hetzelfde blijft.

Plantweerbaarheid

Chrysantenadviseur René Corsten van Delphy ziet dat het denken over de bemesting langzaam verandert. Gemiddeld liggen de kosten van de bemesting niet zo hoog. Dat wil zeggen: je kunt eigenlijk nauwelijks iets besparen. De trigger om toch iets op dit vlak te doen, ligt dus niet op het financiële vlak. “Maar er kunnen andere redenen zijn om er toch actiever naar te kijken: milieuwinst bij een gelijke groei of zelfs een wat betere groei door een zuinigere bemesting”, geeft hij aan.
“Traditioneel is er continu meer dan voldoende voeding aanwezig. Maar te veel nitraat is niet goed voor het bodemleven en zorgt er bovendien voor dat de plant veel eenvoudige suikers aanmaakt waar insecten gek op zijn. Je kunt wat hogere chloride- en sulfaatgehaltes aanhouden; deze anionen concurreren bij de opname met nitraat. Visueel zie je dan weinig verschil, maar wellicht is het beter voor de plantweerbaarheid. En ook de uitspoeling is minder bij een lager nitraatgebruik. Je wordt immers afgerekend op nitraat en fosfaat.”

Tekst: Tijs Kierkels, beeld: Wilma Slegers