In 2006 verplaatste paprikateler Ruud Duijnisveld zijn bedrijf van ’s Gravenzande naar Nieuwveen. Daarna volgden jaren van uitbreiding, onder andere in het nabijgelegen De Kwakel. Anno 2019 staat er 18 ha met alle bijbehorende technische installaties. Denk aan 2 ketels, 3 WKK’s, 3 waterunits, 90 oogst- en buisrailwagens en als nieuwste feature een grote sorteerinstallatie. Het is voor Duijnisveld bijna een dagtaak om al die techniek op de rit te houden. Hoe doen anderen dat? De teler ging te rade bij collega Roy van Vliet, locatiemanager Combivliet Middenmeer.

Ruud Duijnisveld teelt samen met zijn vrouw Wendy, neef Leo en diens vrouw Saskia rode paprika’s in Noord- en Zuid-Holland. Samen realiseerden ze nieuwbouw en verdelen de dagelijkse leiding. Natuurlijk staat de teelt centraal, maar zonder goedwerkende installaties kunnen de ondernemers geen kant op.
Als technische man wordt Ruud dan ook om de haverklap bij een storing of defect geroepen. Zeker nu twee maanden geleden zijn technische rechterhand vertrok. Hij zit in dubio: investeren in een nieuwe (dure) fulltime technische kracht of steeds maar weer de helpdesk van leveranciers en fabrikanten bellen.

“Roy, hoe managen jullie de techniek?”

Van Vliet: “Wij zijn daarin zo goed als zelfvoorzienend. Alleen al in Middenmeer hebben we een technische dienst van zeven man die dagelijks alle storingen verhelpt, reparaties uitvoert en ook het periodiek onderhoud verzorgt. We werken op alle locaties met dezelfde technische componenten en hebben er steevast de onderdelen op voorraad. Is er een pomp stuk, dan kunnen we hem zelf vervangen, reviseren en weer plaatsen. We hebben de klus vaak al geklaard voordat de leverancier in de auto is gestapt.”

“En hebben die zeven medewerkers daar een dagtaak aan?”

Van Vliet: “Jazeker, die vervelen zich geen moment. Anders dan in de paprika’s staat ons tomatenbedrijf nooit leeg. Er draaien constant installaties, dus er zijn constant storingen en kleine reparaties. Trouwens, de technische dienst voert niet alleen werkzaamheden uit, maar stuurt ook aan. Voor omvangrijke klussen huren ze personeel in. Je hoeft geen technisch expert te zijn om kabels te trekken of armaturen te installeren. Onlangs nog wilden we alle buisrailen halverwege het pad vast lassen. Blijkt een Poolse gewasmedewerker jaren als lasser te hebben gewerkt. Die kunde hebben we dus gelijk benut. Onze technische mensen regelen dat allemaal. Daar heb ik echt geen tijd voor. En op die manier hebben we grote delen van nieuwbouwprojecten in eigen beheer uitgevoerd. Een ingehuurde aannemer werkt ook met zzp’ers. Dat kunnen wij dus ook.”

“Waar vind je al die mensen?”

Van Vliet: “Dat blijft inderdaad lastig. Van het team dat we nu hebben, komen er maar weinig uit de tuinbouw. Hoeft ook niet. We hebben mensen lopen die eerder in een garage werkten of bij de marine vandaan komen. In onze advertentie vragen we ook duidelijk om technische expertise/opleiding. Gelukkig heeft de tuinbouw in Noord-Holland best een goed imago en krijgen we voldoende reacties op onze vacatures. Maar los van die zeven technische medewerkers, zoeken we binnen onze eigen organisatie ook constant naar mensen met meer inzicht. Zij die machines bedienen, moeten kleine storingen kunnen oplossen. Met een goede operator kun je zo veel tijd winnen. Denk alleen maar aan de dozenmachine. Als die stagneert, staan er zomaar vijftien man in de kas stil.”

“Precies. Het hele werkproces is middels installaties met elkaar verbonden. Lastig, want als één machine hapert, ontregelt het vaak de rest. Hoe voorkomen jullie dat?”

Van Vliet: “Er zullen altijd storingen blijven, maar door vooraf te investeren in goede mensen verklein je de nadelige effecten ervan. Dat zijn dan die operators waar ik het eerder over had. Je pikt ze er zo uit: medewerkers die een machine snappen. Daar steken we tijd in. We koppelen ze aan een meer ervaren medewerker en laten hem of haar ook meekijken bij onderhoud en reparaties. Zo laten we van de vier dekwassers en zes dozenmachines er eentje onderhouden door een externe, technische partij. Onze mensen staan er bovenop als die apparaten uit elkaar worden gehaald. Een soort interne opleiding. Want als ze de installatie door en door kennen, kunnen ze storingen snel oplossen. Een stickertje voor de sensor of een kistje scheef op de band, ze hebben het allemaal al eens meegemaakt en weten precies hoe je snel weer in bedrijf bent. Daar hoeven ze jou dan niet telkens voor uit de kas te bellen.”

“Maar je zal altijd zien: je beste operator wordt ziek of gaat verhuizen.”

Van Vliet: “Daarom lopen ze bij ons altijd dubbel. We zorgen dat mensen vervangbaar zijn. De ‘eerste’ operator heeft dus altijd een leerling bij zich die het vak leert en het desgewenst kan overnemen. We werken daarbij ook met ‘eigenaarschap’. Medewerkers hebben samen de verantwoordelijkheid over de eigen installatie. En natuurlijk wordt alles via een softwareprogramma netjes bijgehouden in een planning. Wie heeft er storingsdienst, wie gaat wanneer op vakantie enzovoorts. In diezelfde planning wordt ook het periodiek onderhoud meegenomen. Deze kun je bij wijze van spreken al een jaar van tevoren vastleggen. Heel belangrijk, daarmee verklein je weer de storingsgevoeligheid van je systemen.”

“Moderniseren is leuk, maar al die nieuwe systemen vragen nog meer technische aandacht van de ondernemer. Moet je daar dan wel in investeren?”

Van Vliet: “Los van innovaties, nieuwe installaties gaan haast altijd gepaard met kinderziektes. Let wel, die opstartproblemen horen erbij en nemen na verloop van tijd af. Geen systeem is hetzelfde, elk bedrijf heeft zijn eigen aanpassingen nodig. Dat maakt het trouwens ook vaak lastig voor externe monteurs, die moeten bij storingen eerst het systeem zien te doorgronden. Eigen mensen kunnen dat sneller. Maar zonder nieuwe techniek kunnen we niet. Onze bedrijven zijn te groot, te complex. Techniek is tegenwoordig net zo essentieel als de teelt voor een goede bedrijfsvoering. Daar moet je voldoende tijd en aandacht aan besteden. Als je niet meegaat met de ontwikkelingen, verlies je de race.”

“En nieuwbouw dan? Wil je dat goed begeleiden, dan ben je er zomaar een jaar uit.”

Van Vliet: “Dat is het dubbel en dwars waard! Zo’n kas moet zeker 25 jaar functioneren en je kunt maar één keer nieuw bouwen, dus zorg dat het goed is. Als ondernemer moet je juist daarom vanaf het begin actief meedenken en meebeslissen. Dat is inderdaad een dagtaak en je kunt het dan ook niet alleen. Zorg voor goede partners. Mijn eerste nieuwbouwproject deed ik samen met mijn vader, daar heb ik veel van geleerd. Voor het complex in Middenmeer heb ik een ervaren adviseur in huis gehaald. Hij heeft veel meer kennis dan ik en door samen te sparren proberen we tot de juiste oplossingen te komen. Natuurlijk kost dat een salaris, maar je hebt er op de lange termijn zeker profijt van. De kassen worden opgeleverd in blokken van 12 ha. Het eerste blok was veel puzzelwerk. De projecten daarna zijn eigenlijk kopieën van het eerste. Er zijn nu zeven blokken gerealiseerd.”

“Spijt van bepaalde keuzes?”

Van Vliet: “Nee, ik kan zo snel niks bedenken. Soms gaan de ontwikkelingen wel iets sneller dan voorzien en volgen investeringen kort of te kort op elkaar. In onze eerste belichte kas in Rilland installeerden we bijvoorbeeld armaturen van 600 watt. Deze hebben we heel snel moeten vervangen voor 1.000 watt. Dat is het gevaar van innovaties. Mede daarom zijn we wat voorzichtig met heel nieuwe technieken. Het moet zich echt bewezen hebben, willen we erin investeren. Ik zie collega’s soms vooraf bejubelde installaties er na twee jaar uitslopen. Dat risico willen wij niet lopen. Dat geldt ook voor nieuwbouw. Het is een behoorlijk oppervlak en daar is geen plek voor proefjes. De inrichting van onze bedrijfsprocessen bewijst zich dagelijks op de andere locaties, die ga ik dus niet veranderen. En doordat onze bedrijven zo op elkaar lijken, kunnen we techniek uitwisselen. Ook daar is dus over nagedacht.”

“Hoe zien jullie dan de rol van installateurs en leveranciers? Die zijn er toch niet voor niks?”

Van Vliet: “Zeker niet. Die zijn onmisbaar. We zijn in de basis dan wel zelfvoorziend, maar hebben niet alle specialistische kennis en materialen in huis. We bellen ze ook echt wel. Sowieso bij nieuwe installaties is het contact intensief. Naast de daadwerkelijke installatie helpen ze dan met de instellingen en begeleiden onze mensen vaak meerdere dagen. Goed werk. Maar als we vervolgens storingen en reparaties zelf kunnen afhandelen, beter! Want je weet, lekkages zijn altijd om 6 uur ’s ochtends en die pomp gaat geheid op tweede kerstdag stuk. Probeer dan maar eens iemand te pakken te krijgen. Plus, als er een extern iemand komt, moet je er ook zelf bij zijn om de deur te openen en alles aan te wijzen. Kost wederom veel tijd.”

“Duidelijk. We moeten iemand aannemen dus?”

Van Vliet: “Extra handjes voor de techniek is zeker geen luxe. Nogmaals, op onze complexe bedrijven zijn installaties net zo belangrijk als de teelt. Natuurlijk is jullie situatie niet gelijk aan de onze. Maar elk bedrijf ondervindt storingen en telkens weer een leverancier langs laten komen, kost ook geld. Ik zou dus zeker eens uitrekenen hoeveel een technisch medewerker kost en oplevert. Op de korte en langere termijn. Want zijn er geen storingen, dan kan die medewerker bijvoorbeeld je kas en installaties netjes onderhouden wat op de langere termijn weer dure reparaties voorkomt. Een handige tweede man, geeft in ieder geval rust. Voor jou als ondernemer en in de continuïteit van je bedrijf.”

Samenvatting

De voordelen van groei en schaalvergroting worden regelmatig belicht, maar volgens paprikateler Ruud Duijnisveld uit Nieuwveen heeft uitbreiding van areaal en aantal locaties ook een keerzijde: kennis en onderhoud van het essentiële machinepark. Stilstand van WKK of sorteerinstallatie is funest, maar hoe verklein je de risico’s? Als ervaringsdeskundige gaat tomatenteler Roy van Vliet van Combivliet in op de belangrijkste knelpunten die zijn collega aankaart.

Tekst: Jojanneke Rodenburg, beeld: LD Photography