Sinds vorig jaar teelt Sebastiaan Vermeulen van 4evergreen in Steenbergen en Sint-Annaland met een nieuw dubbel energiescherm dat condensdruppels uitvloeit tot een film. Afgelopen winter heeft hij dit voor het eerst kunnen testen. “We leren steeds beter hoe we moeten ontvochtigen met een schermdoek. Ook hoe we moeten luchten boven het doek. Daar waren we eerst wat huiverig voor, maar dat hoort er nu gewoon bij. Ook zijn we steeds minder gaan kieren en vooral meer gaan schermen tegen uitstraling.”

Paprikakwekerij 4evergreen fuseerde op 1 januari van dit jaar met collegateler Helderman, waardoor het totale areaal 155 ha omvat (45 ha van Helderman). De negen locaties liggen verspreid over het westen van Nederland: in Steenbergen, Sint-Annaland, Westdorpe, Westland en in Agriport A7.
Sebastiaan Vermeulen is locatiemanager in Steenbergen en is daarnaast teeltverantwoordelijk voor Sint-Annaland. Hij werkt inmiddels tien jaar als teeltman bij 4evergreen.”

Van enkel naar dubbel scherm

De kas in Steenbergen omvat vier afdelingen van 6 ha, met een centraal gelegen verpakkingsruimte. Er worden uitsluitend gele blokpaprika’s (Bente en Levente) op steenwol geteeld. De teelt is gestart op 20 november met een 30-daagse plant. Het planten nam drie weken in beslag.
De Venlokas uit 2003 is inmiddels aan de derde generatie schermdoeken toe. Toen de kas net was gebouwd zat er een enkel scherm in, een SLS10 Ultra Plus. Dat is een transparant energiescherm, maar nog niet brandvertragend. Dat werd pas een eis voor doeken die vanaf 2010 geïnstalleerd werden.
Het enkele scherm is elf jaar geleden vervangen en in twee afdelingen dubbel gemaakt. Sinds vijf jaar heeft het hele bedrijf een dubbel scherm. Eerst was dat de Luxous 1347, die later werd vervangen door de 1147 met een 2% hogere lichtdoorlatendheid. Vorig jaar is voor het eerst 1147 H2NO opgehangen, een nieuwe variant van leverancier Svensson die condenserend vocht verandert in een waterfilm voor een betere lichttransmissie. Vermeulen: “Zodra doeken slijtage vertonen gaan we ze vervangen, al bij een paar gaatjes. De lichtdoorlatendheid is ook een maat. Vorig jaar zijn in Steenbergen twee afdelingen vervangen en één in Sint-Annaland. Dit jaar is het de bedoeling om de rest met dit scherm te voorzien.”

Lichtdoorlatendheid

Het nieuwe schermdoek laat tot 7% meer licht door in vergelijking met een doek dat volhangt met condensdruppels, zegt Hugo Plaisier van Ludvig Svensson. “Meer licht zal uiteindelijk meer productie geven. Het is hier echter geen proefkas, er zijn meer dingen verschillend dan alleen het scherm. In de praktijk zal het per locatie en situatie verschillen.”
Vermeulen heeft de lichtdoorlatendheid niet nagemeten, en vertrouwt op de ISO-metingen van zijn leverancier. “In het klimaat zien we eigenlijk geen verschil, niet met voorgaande jaren en ook niet tussen de kassen die wel en niet zijn vervangen. Maar het oogt wel veel lichter. Toevallig hebben de kassen met het H2NO-scherm wel de hoogste kilo-opbrengst. Maar of dat aan het scherm ligt durf ik niet te zeggen.”
De teeltman denkt vooral profijt te hebben in een koud en zonnig voorjaar: “Dan open je het doek minder gemakkelijk en heb je ook veel meer condensatie tegen het doek. Afgelopen voorjaar was het niet koud. In december heeft het maar één dag gevroren en toen had ik nog geen vocht in de kas. Na half januari begin je pas een beetje vocht in de kas te krijgen. Februari en maart zijn eigenlijk de maanden dat ik er het meeste voordeel van verwacht.”

Schermstrategie in de winter

De schermstrategie van Vermeulen is na het planten gericht op het realiseren van een zo constant mogelijk klimaat. “De eerste drie weken van de teelt doe je beide schermen bijna niet open. Boven de 150 watt instraling gaat het eerste doek overdag open. Boven de 250 watt ga je een paar uurtjes op de dag met beide schermen open. Vaak heb je dan al voldoende klimaat in de kas en is dat voor die plant natuurlijk heerlijk. In de middag gaat het eerste doek onder de 100 watt altijd dicht en het tweede doek meestal een uur voor zon onder. We willen in ieder geval niet dat de buis aantrekt voordat beide schermen dicht zijn. Anders stop je er meer energie in dan nodig is.”
Als de plant eenmaal gaat zetten gaat het scherm steeds later helemaal dicht. “Het onderste doek trekken we vaak op de buitentemperatuur helemaal dicht. Als de temperatuur in de buurt van de stooktemperatuur komt, trekken we het bovenste steeds verder dicht naar 100 procent, voordat de buis erin komt. Op die manier maken we het koud boven het doek en krijg je makkelijker condensatie tegen het doek, wat dan zorgt voor ontvochtiging.”

Plantstress voorkomen

Bij het schermen tegen uitstraling liggen de schermen op 80%. Dan kan de warmte er wel uit, maar wordt de uitstraling tegengehouden. Dit voorkomt dat de planttemperatuur aan het einde van de dag te snel zakt. Vermeulen: “De stelregel is dat we tussen de nul en 100 watt dicht gaan. We gaan nooit aan het eind van de dag open om vervolgens weer dicht te gaan voor uitstraling. Dan zetten we planten weer ‘aan’ en maken we het onnodig moeilijk.”
Schermen op instraling doet de teeltman als de vruchttemperatuur te hoog wordt. “Als die richting de 45 graden loopt moeten we de zon wegschermen, anders verbranden de schouders. We lopen weleens met een infraroodmeter rond om dat te controleren. De grens ligt meestal bij 700 tot 750 watt. Bij heel schraal weer en een oostenwind trekken we het scherm verder dicht om voldoende vocht in de kaslucht te houden.”

Ontvochtiging en CO₂

Een ontvochtigingsinstallatie acht de teeltman niet nodig, want met een dubbel scherm valt in principe hetzelfde resultaat te behalen. Al kunnen de maanden augustus en september wel een uitdaging zijn.
Hij verwacht dit jaar met WKK-gas op 22 tot 24 m³ per m² uit te komen en hoopt op een productie van 35 kg/m². “Er is meer winst te halen in CO₂-dosering, dat deden we vroeger met de WKK. Nu gebruiken we vloeibare CO₂, want dat is goedkoper in een groot deel van het jaar en je hoeft minder warmte te vernietigen. Uiteindelijk is het een rekensommetje.”

Minder kieren, meer luchten

Vermeulen schat het aantal schermuren op jaarbasis momenteel rond de 4.000. “Zelfs eind juni maken we nog 60 tot 80 uur schermuren in de week. In de winter is dat natuurlijk veel meer.”
Zijn strategie is in de afgelopen jaren ook veranderd: minder kieren en vooral meer uren schermen op uitstraling: “Ik denk dat we nu met beide schermen langer dicht liggen op 80 procent.” Zijn devies: eerst luchten en als het ontvochtigen daar niet mee lukt dan pas een kiertje. “Maar liever niet kieren. Hoe meer je kiert, hoe ongelijker het klimaat wordt. Met meer luchten krijg ik het vaak gewoon ook voor elkaar.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen