Het systeem van gewasbescherming met de vertrouwde middelen die snel en effectief werken begint te kraken. Er wordt aan de stoelpoten gezaagd vanuit zorgen over veiligheid en het milieu. In rap tempo verdwijnen middelen van de markt die niet meer aan de nieuwe eisen voldoen.

En ja, daar zitten ook breedwerkende middelen bij tegen bodemziektes en middelen met meerdere werkzame stoffen om resistentie-opbouw te voorkomen. In de praktijk merk ik dat er nog veel onduidelijkheid is over de werking en functie van gewasbeschermingsmiddelen met een laag risicoprofiel.

Fungiciden met een biologische oorsprong

De ‘bak’ met gewasbeschermingsmiddelen verschuift steeds meer naar middelen met een kortdurende en preventieve werking. Door ‘biofungiciden’ met een antagonistische schimmel of bacterie wordt vooral de vestiging van ziekteverwekkers voorkomen door een plek op een blad te bezetten en de toegang tot voedsel (sappige plantencellen) te beperken. Andere nuttige bacteriën kunnen ook actief de groei van bodemziektes als Fusarium of Pythium remmen door antibiotische stoffen uit te scheiden. Alleen, in hun eentje redden ze het niet, hulp is welkom.

Fungiciden als plantversterker

Gelukkig zijn er daarom ook chitosan-achtige stoffen geregistreerd als gewasbeschermingsmiddel of als basisstof, die we als een plantversterker beschouwen. Dit zijn de zogenoemde ‘elicitoren’ die niet een directe werking tegen een plaag of ziekte hebben, maar juist indirect ingrijpen via plantprocessen. De plant krijgt als het ware een schop-onder-de-kont waardoor deze alerter reageert. Onder meer de plantenhormonen die betrokken zijn bij afweerreacties tegen plantenziektes en insecten worden hiermee in de parate stand gezet. De flexibele afweer van een plant (ofwel geïnduceerde resistentie) wordt geactiveerd en de plant produceert meer salicylzuur en jasmonzuur. Hiermee kan een plant zich sneller en beter verdedigen tegen belagers.

Fungiciden met fosfonaten

Ook zijn er een aantal kaliumfosfonaten geregistreerd. Deze producten zijn als curatieve ‘noodrem’ in te zetten om de ziektedruk met blad- en bodemschimmels weer te verlagen. Let wel op mogelijke gewasreacties bij terugkerend gebruik in korte tijd.

Aan de slag met groene middelen

Allereerst is het belangrijk om zelf ook alert te zijn op plekken in een kas waar de ziektedruk toeneemt. Vroegtijdig ruimen van zieke planten en verwijderen van geïnfecteerd blad- en stengelmateriaal blijft belangrijk om een snelle opbouw van sporen te voorkomen.
Begin aan het begin van een teelt al met een gecombineerde inzet van plantversterkers met biofungiciden, zodat ziekteverwekkers in een vroeg stadium geremd worden in hun ontwikkeling en nuttige schimmels en bacteriën voldoende tijd krijgen zich te vestigen en te ontwikkelen. Neem de proef eens op de som en begin op één teeltlocatie met inzet van groene middelen en stuur je teelt op tijd een nieuwe kant uit.

Tekst: Jantineke Hofland-Zijlstra, Weerbare Plant