Proeftuin Ron Peters heeft – waarschijnlijk als eerste in Europa – toestemming gekregen voor het gebruik van het Tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV) voor onderzoeken in een praktijksetting. Peters verwacht het virus vooral te gaan inzetten in onderzoeken op het gebied van rassenselectie, plantversterkers en reiniging. Dit moet de tomatensector op termijn helpen om het gevreesde virus onder controle te krijgen.

ToBRFV is momenteel met afstand het grootste probleem in de tomatenteelt. Het ontwikkelen van rassen die bestand zijn tegen het virus of van middelen die dit weten te tackelen was tot nu toe echter lastig. “Er was namelijk geen praktijkomgeving voorhanden waar bedrijven mochten testen met dit virus, onderzoek vond alleen plaats in laboratoria”, zegt Ron Peters van de gelijknamige proeftuin in Klazienaveen. “Omdat wij zagen dat de vooruitgang hierdoor stagneerde en het virus tot grote problemen leidt in de tomatenteelt, vroegen wij de NVWA medio 2019 om toestemming om te testen met ToBRFV. Ook het feit dat ik me heb gespecialiseerd in het ondersteunen van en het zoeken naar oplossingen voor groentebedrijven die te maken hebben met virussen speelde hierin een belangrijke rol. En eerlijk is eerlijk: we zagen veel businesskansen op dit vlak, aangezien alle toeleveranciers in de branche op zoek zijn naar een remedie tegen ToBRFV.”

Verstrekkende maatregelen

Het verkrijgen van de benodigde NVWA-toestemming was niet eenvoudig, erkent Peters. “We zijn hier bijna anderhalf jaar mee bezig geweest. Vooral omdat er nog geen protocol was waar onderzoeksafdelingen die testen met een virus met quarantaine-status aan moeten voldoen. De NVWA stelde alleen als voorwaarde dat het virus ons bedrijf koste wat kost niet mocht kunnen verlaten en dat de afdelingen na afloop van de proef weer volledig schoon moesten kunnen worden gemaakt. Er moet telkens opnieuw een nulsituatie worden gecreëerd. Hoe we dit konden waarborgen, dat moesten we zelf uitvinden. Uiteindelijk hebben we zeer verstrekkende maatregelen moeten nemen – welke precies laat ik liever in het midden – en de betreffende afdelingen helemaal moeten verbouwen. En uiteraard volgen we tijdens het uitvoeren van de proeven een strak protocol, om ervoor te zorgen dat we binnen de door de overheid gestelde bandbreedte blijven en alles continu gemonitord kan worden.”
Net voor Kerst had Peters de benodigde certificering op zak voor het uitvoeren van onderzoeken in twee afdelingen van ieder 400 m². Op korte termijn wordt de vergunning waarschijnlijk verder uitgebreid met enkele afdelingen. Terugkijkend geeft hij toe dat het hele traject hem niet alleen veel tijd en geld heeft gekost, maar ook de nodige frustratie heeft opgeleverd. “Ik zeg eerlijk: als ik dit vooraf had geweten, weet ik niet of ik eraan begonnen was.”

Andere mindset

Inmiddels zijn de eerste ToBRFV-onderzoeken op de proeftuin van start gegaan. Volgens Peters is er vanuit meerdere kanten belangstelling. “De eerste contracten zijn inmiddels gesloten. En ik verwacht dat, nu dit nieuws wereldkundig is gemaakt, meerdere bedrijven zich zullen melden. Zoals gezegd: zonder onderzoek in een praktijksetting kun je immers geen nieuw ras of middel op de markt brengen. Onze onderzoeken zullen zich waarschijnlijk toespitsen op de ontwikkeling van ToBRFV-resistente rassen, middelen en plantversterkers die het virus tegengaan en manieren om bedrijven virusvrij te maken. Op die manier hopen we ons steentje te kunnen bijdragen aan het onder controle krijgen van dit vervelende virus.”
Peters benadrukt dat het een utopie is om te denken dat het tomatenvirus ooit volledig zal verdwijnen. “Wat dit betreft moeten tomatentelers hun mindset veranderen. ToBRFV zal nooit helemaal weggaan, maar we kunnen het wel onder controle krijgen. Door schoon te werken, gebruik te maken van resistente rassen en de juiste middelen in te zetten bij een besmetting. Kortom: de oplossing zal uit meerdere componenten bestaan.”

Tekst: Ank van Lier