Paprikakwekerij Moors in Asten-Heusden werd in hun paprikateelt dit jaar getroffen door een flinke bladluizenplaag. Door het krimpende middelenpakket was die plaag lastig onder controle te krijgen. Begin juni deelde Hannie Moors haar zorgen en frustratie in een video op social media. Ze wilde daarmee de ‘keerzijde’ van verduurzaming laten zien en hoopte dat ook beleidsmakers haar verhaal zouden oppikken. “Dat lijkt gelukt; de reacties waren overweldigend.”
De problemen met bladluis begonnen al eind vorig jaar, meteen na de start van de teelt, zo vertelt Hannie Moors. “Het was toen erg donker, waardoor de biologie weinig effect had. Hierdoor kregen de bladluizen al snel kans om toe te slaan. En richting het voorjaar werd de plaag alleen maar groter. Er waren geen chemische middelen die we konden inzetten en de toelating van groene middelen verloopt enorm langzaam. We hebben zelfs overwogen om te stoppen met de teelt.”
Keerzijde van verduurzaming laten zien
Moors besloot haar verhaal te delen via sociale media. In een video vertelde ze dat er al enorm veel is bereikt op het gebied van verduurzaming en dat circa 80 procent van de ziekten en plagen op het bedrijf biologisch wordt bestreden. Maar ze benadrukte ook dat alleen biologisch ingrijpen niet altijd voldoende is.
“Ik krijg tranen in mijn ogen als ik ons gewas zo zie verpieteren. Dan wil je gewoon een middel hebben waarmee je de problemen kunt oplossen. Maar er zijn steeds minder middelen toegelaten, ook zijn er maar weinig biologische middelen beschikbaar. We doen ons best om mooie, verse producten te leveren, maar dit verhaal hoort óók bij de discussie over verduurzaming”, zei Moors in de video.
Terugkijkend geeft ze aan dat ze een sterk gevoel had dat ze haar verhaal moest delen. “Ik was van mening dat we de keerzijde van verduurzaming moesten laten zien. Want wanneer wij als sector het niet doen, wie dan wel? Elke teler wil duurzaam werken, maar wanneer er geen biologische alternatieven voorhanden zijn, houdt het gewoon op. Ik hoopte dat beleidsbepalers door mijn video ook in de gaten zouden krijgen welke impact het krimpende middelenpakket heeft.”
Verantwoordelijkheid voelen
De video ging viral en kreeg duizenden likes en reacties op Facebook, Instagram en LinkedIn. “Ik was me er wel van bewust dat dit verhaal iets teweeg zou brengen, maar het aantal reacties overtrof mijn verwachtingen. We hebben ontzettend veel steun ontvangen, uit de sector zelf en van daarbuiten. Die betrokkenheid was heel mooi. Daarnaast namen enkele mensen contact op die direct of indirect invloed hebben op het beleid omtrent gewasbescherming. Ik hoopte op voorhand ook dat ik beleidsbepalers zou bereiken met mijn boodschap. Ik weet niet wat ze concreet met mijn input hebben gedaan, maar de video heeft zeker nut gehad. De boodschap is aangekomen.”
Moors realiseerde zich dat het delen van dit verhaal haar ook kwetsbaar maakte. “Ik was vooraf bang voor negatieve reacties; gewasbescherming is immers een gevoelig onderwerp. Maar de verantwoordelijkheid die ik voelde om deze problematiek binnen onze sector te delen was groter dan de angst voor kritiek. En hoewel er ook reacties kwamen van mensen die het niet met me eens waren, bleven de meeste reacties wel menselijk. Dat viel me heel erg mee.”
Echte verhaal laten horen
Moors vindt dat de glastuinbouwsector méér en vaker zijn verhaal moet vertellen. “Wanneer consumenten hun informatie vooral krijgen via activistische organisaties of kritische televisieprogramma’s, is het lastig om een realistisch beeld te krijgen van hoe wij als sector werken. Daarom moeten we zelf tegenwicht bieden aan de kritische geluiden en ons eigen verhaal vertellen. Alleen wijzelf kunnen bijdragen aan een realistische beeldvorming over de glastuinbouw. En als iedereen daar een steentje aan bijdraagt, kan dat echt verschil maken. Daar ben ik van overtuigd.”
Forse opbrengstderving
Hoe is het verder gegaan met de teelt bij Kwekerij Moors? “We zijn nog steeds volop aan het oogsten van de planten die eind vorig jaar de kas in gingen. Uiteindelijk wisten we de bladluizenplaag wel onder controle te krijgen. Maar veertig tot vijftig procent van de opbrengst is verloren gegaan. Dat is heel zuur.”
Tekst: Ank van Lier, beeld: Kom in de Kas / ZLTO











