Met de derde fase nieuwbouw was de overstap naar vloeibare meststoffen onvermijdelijk. Dat stelt teeltmanager Arus Biersteker, die bij paprikakwekerij C. Zwinkels in Wervershoof verantwoordelijk is voor de productie op inmiddels 20 ha. De watertechnische ruimte is zijn domein. De automatisering en het snel kunnen reageren, noemt hij als de grootste voordelen.

Het was 2003 toen Maaslander Carlo Zwinkels in de polder Het Grootslag in Wervershoof een nieuwe start maakte. De eerste bouwfase besloeg 6 ha en hij baarde opzien door over te gaan van het traditionele tweerijensysteem naar een V-systeem. Overgaan op vloeibare meststoffen kwam toen nog niet in hem op. Ook bij de tweede fase nieuwbouw sloeg Zwinkels de stap naar automatisering van de bemesting over. Met de nieuwbouw in 2019, waarbij hij tevens terugging naar het traditionele teeltsysteem, was volgens teeltmanager Arus Biersteker de grens bereikt. Het klaarmaken van de A- en B-bakken kostte hem veel tijd en aandacht. “En dan nog 8 ha erbij. Het moest worden geautomatiseerd”, is zijn stellige reactie.

Ontzorgen

Naast automatisering, is het snel kunnen reageren volgens de teeltmanager een groot voordeel. “De bakken van 3.000 liter zijn minder groot en als er moet worden bijgestuurd heb ik aan het eind van de volgende dag een nieuwe voedingsoplossing. In de oude situatie duurde dat soms wel een week.” Het derde voordeel is ‘ontzorging’ door Van Iperen. Biersteker: “Het volledige pakket nemen we af bij één leverancier. De niveaus in elke bak worden automatisch afgelezen en een nieuwe voorraad komt zonder bestelling binnen. Dat ontzorgt een hoop.”

Meststoffen berekenen

Met de omschakeling naar vloeibare meststoffen is Zwinkels overgaan op het meststoffenrekenprogramma van de leverancier. In de oude situatie liet Biersteker watermonsters uit de mat analyseren als indicatie van de waarden in het wortelmilieu. De tekorten ten aanzien van streefwaarden werden berekend en aangevuld. Het gietwater werd ter controle geanalyseerd.
Nu liggen wekelijks de uitdraaien van drie analyses op tafel: één van het drainwater, één van de bladsappen en één van het gietwater. In de mat bemonsteren doet de teeltmanager niet meer. “Door goed de waardes van de drains en de bladsappen te interpreteren, is bemonstering bij de wortels overbodig. Het is nauwkeuriger, want in de mat wilden de waarden nog wel eens verschillen.”
Het programma berekent wat de mestgift moet zijn om de streefwaarden te bereiken en deze vult Biersteker in, zodat de kunstmestbakvuller zijn werk doet. Geconcentreerde meststoffen worden uit de opslagtank gezogen en volgens receptuur aangemaakt in een badge van 500 liter. De streefwaarden die hij hanteert zijn overigens niet constant. “Een vruchtdragend gewas heeft andere behoeften dan een gewas in de groei”, vult hij aan.

Gezonde groei

De bladsapanalyse is een maatstaf voor gezonde groei. In de kas demonstreert Biersteker hoe hij wekelijks bladmonsters neemt die vervolgens worden opgestuurd naar NovaCropControl. De bladsapanalyse is volgens Biersteker interessanter nu de streefwaarden per ras bekend zijn. Hij plukt jonge bladen uit de top van de plant. “Hier moet het gebeuren. Ouder blad laten we ook analyseren, maar wat daar te veel inzit, is niet meer van waarde voor de groei.”
De bladsappen in de jonge delen zijn een indicatie voor de behoefte. Ziet de teeltmanager een waarde dalen dan moet er iets gebeuren om eventuele gebreken te voorkomen. “Zo kunnen we dus specifieker sturen. Maar het betekent ook dat we zuiniger omgaan met meststoffen. Dat heeft weer andere voordelen. We dienen minder meststoffen toe die de opname van andere meststoffen in de weg kan zitten. Daardoor blijft het gewas gezonder.”

Op afstand regelbaar

Bij de derde fase nieuwbouw werd Ben Hoogendoorn van Horticoop Technical Services in de arm genomen voor het waterzijdige gedeelte. Hij boog zich over de constructie van drie aparte mengbakunits, de A- en B- bakken inclusief de badges, de automatische vullers en de ontsmetters.
“Dit concept bestaat natuurlijk al even, maar het is wel het nieuwste van het nieuwste. Alles is op afstand regelbaar, in te stellen en af te lezen op de PLC, en de opslaginstallatie voldoet aan de PGS 31-norm voor zover deze nu bekend is”, licht hij desgevraagd toe. De nieuwbouw is in de zomer gerealiseerd en de eerdere bouwfases zijn tijdens de teeltwisseling aangepakt. “Daarna was het start en go”, aldus de installateur.

Drie mengbakunits

De ruimte voor de bemestingsinstallatie (circa 800 m²) is opnieuw ingedeeld. Bij binnenkomst staan rechts een drietal A- en B-bakken, vergezeld van zuur- en loogbakken en automatische bakkenvullers. De drie lagedruk UV-ontsmetters staan ernaast. Achter de bakken staat de metershoge vloeibare mestopslag. Deze vaten zijn geplaatst in één grote lekbak, weliswaar met een tussenschot om de zuren en logen uit elkaar te houden.
Aan de linkerkant, grenzend aan de kas, staan de drie mengbakunits. Elke tuin heeft een aparte aansturing. Hier wordt het water uit de drains gemengd met hemelwater en meststoffen, zuur of loog. Biersteker maakt dit zichtbaar als hij wijst naar vier verschillende transparante leidingen. Hij verklaart: “In het begin van de teelt heb je nog weinig drain. De oplossing is dan te zuur en daarom voegen we loog bij. Later in de teelt is het te basisch en moet je zuur bijvoegen.”
De ruimte toont licht en overzichtelijk. Ondanks de komst van een derde installatie is de oppervlakte gelijk gebleven. De oude A- en B-bakken waren immers meer dan driemaal zo groot. De teeltmanager is in zijn element als hij op een digitaal scherm (de PLC) laat zien wat er precies gebeurt met de 3 liter water per m², totaal 600.000 liter, die hij dagelijks het bedrijf inpompt.

Aangepast teeltsysteem

Op het moment dat de derde fase werd gerealiseerd is ook het teeltsysteem op alle drie de tuinen aangepast. Niet alleen omdat de goten aan vervanging toe waren, maar omdat de meerwaarde van het V-systeem er niet uitkwam. Dit heeft overigens mede te maken met de overschakeling naar een ander ras. “Planten in het V-systeem staan dichter op elkaar op de regel en dat is lastig in donkere periodes. Nu liggen de matten naast elkaar op de grond in een verspringend verband. Hierdoor hebben we minder paden per tralie, we zijn van acht naar zes gegaan. Het totaal aantal planten is iets verhoogd en de verdeling is beter”, aldus Biersteker. De derde fase is bovendien hoger gebouwd, vanwege nieuwe inzichten in kasklimaat.

Meer tijd voor klimaat

De tijd die de teeltmanager bespaart, nu vloeibare bemesting wordt toegepast, benut hij om het klimaat te optimaliseren. Hoewel dit ook deels is geautomatiseerd, komt klimaatregeling volgens hem aan op gevoel. “Je kijkt de hele dag of je het beste eruit kunt halen. Moet er een buisje bij, valt er niet te veel wind naar binnen. Ik ben nu meer in de kas en dat is mooi”, besluit hij zijn verhaal.