Het beroep van kasreiniger is sterk aan het veranderen in Vlaanderen. Glastuinbouwbedrijven nemen het schoonmaken steeds vaker voor eigen rekening. Kosten, flexibiliteit en de opkomst van nieuwe glassoorten spelen hierbij een rol. Ook de toenemende smetvrees in de sector beïnvloedt het schoonmaakwerk.

“De laatste jaren zien we vooral bij het binnen wassen de trend dat glastuinbouwbedrijven het werk steeds meer in eigen beheer uitvoeren”, vertelt Danny Traets (52 jaar) van het kasreinigingsbedrijf ETC uit Ronse (B). Met Oost-Europese arbeiders is het volgens hem steeds goedkoper om eigen personeel in te zetten en bepaalde taken zelf te doen.

Trouwe klanten

ETC voert verschillende activiteiten uit bij telers door het hele land. “Bloementelers laten hun kassen vooral in de lente en zomer krijten. Dit krijt verwijderen ze weer in het najaar. Bij groentetelers en ook in de aardbeiensector wordt glas vooral zowel binnen als buiten gereinigd”, verduidelijkt Traets.
Hij zit al 30 jaar in het vak en heeft een vast klantenbestand opgebouwd dat hem ook in deze tijden trouw is. “Daar werk ik al vele jaren mee samen en wij zijn perfect op elkaar ingespeeld. Als ik de kassen krijt of reinig, kunnen zij zich op hun eigen werk richten. En als ze het binnen reinigen toch zelf proberen, komen ze daar vaak na enkele jaren weer op terug, omdat het zelf reinigen dikwijls na jaren toch zijn sporen nalaat, zeker met de vele virussen die nu circuleren.”

Flexibiliteit

Het zijn ook niet alleen de kosten die de telers tot het zelfreinigen drijven, ook de flexibiliteit speelt volgens Traets een rol. “Om bij telers een kas van binnen te reinigen moet deze leeg zijn en hierbij zijn verschillende partijen betrokken. Als er iets in dit proces misloopt, wil de teler de planning omgooien, maar dat is niet altijd mogelijk als hij met externe reinigingsbedrijven werkt die ook andere klanten bedienen.”

Nieuwe glassoorten

Geert Van Meensel van servicebedrijf De Ceuster uit Sint-Katelijne-Waver, dat onder andere loonwerk in de glastuinbouw uitvoert, noemt een derde reden voor de trend van zelfreiniging: “Vooral de bedrijven met speciale glassoorten, zoals bijvoorbeeld diffuse coating, doen het werk zelf. Dit glas is niet geschikt om met de meest efficiënte chemische middelen te reinigen, waardoor je als reinigingsbedrijf ook geen honderd procent garantie kunt geven dat de kas schoon is. Dit heeft in de praktijk tot gevolg dat bedrijven zelf tijdens de teelt handmatig schoonmaken.”
Het gros van de 600-700 kassen die De Ceuster onder handen neemt, zijn dan ook van het oudere type. “Daar heb je voor de reiniging nog specifieke machines nodig om de kas in te spuiten en het middel te verwijderen.”

Buitenkant

De buitenkant van de kas wordt door grote bedrijven, vanaf vier hectare, eveneens vaak in eigen beheer uitgevoerd met een geautomatiseerd borstelsysteem, vertelt Van Meensel. “Bedrijven kleiner dan vier hectare worden veelal door loonbedrijven bediend.” Traets vult aan dat er voor de schoonmaak van de buitenkant toch ook een markt blijft bestaan voor specialisten. “Daar zijn specifieke machines voor nodig die hoge investeringen met zich meebrengen en waarvan het inzetten enige ervaring vereist.”

Snelle ontwikkelingen

De hoofdmoot van het schoonmaakwerk van De Ceuster in het najaar is het verwijderen van krijtlagen. Drie ploegen zijn dagelijks onderweg en werken gemiddeld één bedrijf per dag af. “Wij brengen een middel aan waardoor de lijm oplost en de krijtlaag bij de volgende regenbui wegspoelt”, legt Van Meensel uit. Waar het krijten vroeger een vrij eenvoudige job was, is daar nu veel meer kennis voor nodig. “Je hebt tal van producten die afhankelijk van teelt en in functie  bepaald licht doorlaten.” Traets vult aan dat naast het type teelt, ook de gewenste duur van de scherming, de poothoogte van de kassen, evenals het type glas de keuze van het geschikte krijtmiddel en zijn verdunning mede bepalen.
De ontwikkelingen in de glastuinbouw verlopen op verschillende vlakken razendsnel. Een nieuwe ontwikkeling is de toenemende infectiedruk in de groententeelt. “Er is het laatste jaar veel meer aandacht voor infecties gekomen. Bedrijven, vooral in de tomatenteelt, zijn bang dat infecties worden overgedragen”, zegt Van Meensel.

Smetvrees

De ‘smetvrees’ van glastuinders heeft ook een impact op het werk van kasreinigers. “Er is ook veel angst dat onze reinigingsmachines en medewerkers infecties meenemen uit andere kassen. Daarom hebben wij intern protocollen opgesteld voor een werkwijze die het risico van besmetting zo veel mogelijk verkleint. Zo worden onze machines bijvoorbeeld gedesinfecteerd”, vertelt Van Meensel.
Voor bepaalde klanten gaan zelfs deze protocollen niet ver genoeg. “Sommige bedrijven stellen eigen bedrijfskleding beschikbaar voor onze mensen en zorgen dat de watervoorziening klaar staat voor gebruik, zodat onze mensen de kas niet binnen hoeven te gaan.”

Verschillen met Nederland

Behalve een aantal overeenkomsten met Nederland, zien beide Vlamingen ook behoorlijk grote verschillen tussen beide landen. Terwijl bedrijven in Vlaanderen kleinschaliger zijn dan in Nederland, zijn ze geografisch ook veel meer verdeeld over het land. De typische glastuinbouwclusters van Nederland bestaan in Vlaanderen niet. “Dit maakt dat er in België veel meer tijd – en dus geld – verloren gaat door transport van de ene kas naar de andere. Een afstand van 100 km is geen uitzondering, daar waar loonwerkers in Nederland bij wijze van spreken van buurbedrijf naar buurbedrijf kunnen gaan”, aldus Traets.

Tekst: Jerom Rozendaal