Aanstaande vrijdag wordt de grootste zonnewarmtecollector van Nederland bij Tesselaar Freesia in Heerhugowaard officieel geopend. Die installatie zal niet lang de grootste van Nederland blijven, want collega Mol Freesia in Nibbixwoud zal die titel binnenkort van hem overnemen. Beide telers telen voortaan gasloos. “Door het gezamenlijk ontwikkelen van het project konden we van zonthermie een rendabele businesscase maken”, aldus Jeroen Mol van Mol Freesia.

Ze bestaan al tientallen jaren in Denemarken, maar in Nederland waren ze – tot nu toe – een relatief onbekend fenomeen: zonthermiecentrales. “Ze worden wel toegepast in de veehouderij, voor de verwarming van varkensstallen, maar daar gaat het om relatief kleine systemen”, zegt Jeroen Mol. “Wij kwamen er vier jaar geleden mee in aanraking via de vakbeurs HortiContact in Gorinchem. Dat wekte onze interesse omdat wij niet in een concentratiegebied zitten en van het gas af wilden.”

Samen ontwikkeld

De zoektocht van Mol Freesia leidde uiteindelijk naar Denemarken waar Jeroen en broer Marco een aantal producenten van deze techniek bezocht. “Daar gebruiken ze allemaal druksystemen waar glycol in zit om ervoor te zorgen dat de boel niet kan bevriezen. Het gebruik van glycol sprak ons niet erg aan. Onze zoektocht leidde uiteindelijk naar G2Energy, een Nederlandse partij die al 30 jaar ervaring heeft met het produceren van zonnecollectoren. Ook collega Tesselaar is vanaf dat moment betrokken geraakt bij dit project. Samen hebben we gekeken hoe we een systeem konden ontwikkelen waarmee we duurzaam vooruit kunnen.”

Rendabele businesscase

Met Pip Tesselaar, G2Energy en Certhon werd een nieuw systeem ontwikkeld, dat bestaat uit een veld met zonthermiecollectoren (9.300 m² bij Tesselaar, 15.000 m² bij Mol), een aquifer (op meer dan 160 meter diepte) en een warmtepomp op basis van water. “Dat was voor de leverancier van de collectoren best een uitdaging omdat het twee grote velden zijn, en dat hadden ze nog nooit eerder gedaan.
Zowel Tesselaar als wij hadden geen ervaring met zonthermie. Wij werken wel al meer dan 12 jaar met een warmtepomp en aquifersysteem. Uiteindelijk hebben we afgesproken dat Tesselaar eerst zou worden uitgevoerd en wij daaropvolgend. Wij hadden daardoor als voordeel dat we konden zien of het systeem goed zou functioneren. En wij konden het project samen aanbesteden, wat uiteindelijk ook nodig was om tot een rendabele businesscase te komen”, aldus Mol. De businesscase kwam mede rond dankzij een SDE+ subsidie en een innovatiesubsidie van de provincie Noord-Holland.

Geen glycol, maar water

Omdat het systeem niet op glycol maar op water draait moest een oplossing worden bedacht voor het bevriezen van de panelen. “We zijn bij G2Energy beland omdat die als enige partij een drain-back-systeem heeft, waarbij het water wegloopt in een voorraadvat in de kelder. Daardoor is de installatie heel bedrijfszeker. Dat hebben we eerst getest op 2.500 m² bij Tesselaar. Ook hebben we daarvan de warmteopbrengst gemeten. Daarna zijn we gaan opschalen. Onze installatie is sinds 1 juni in bedrijf en werkt naar verwachting. De aquifer mag in de zomer opwarmen naar 25 graden Celsius. We hebben de installatie uitgelegd op 35 graden. We hebben bewust geen aanvraag gedaan voor 40 graden omdat de procedure dan flink langer zou worden. Het zou wel onze voorkeur hebben om meer warmte de grond in te pompen, want dan zouden we minder elektriciteit nodig hebben voor de warmtepomp.”

Thermisch vermogen

Het was moeilijk voor Mol om een vergunning te krijgen. “Dat heeft bij ons wel lang geduurd, omdat wij niet in een concentratiegebied zitten. Collega Tesselaar wel en die was er vrij snel klaar mee. Daarom heeft hij ook eerst geïnstalleerd en wij later.”
Het thermisch vermogen van de zonthermie-installatie van Mol bedraagt 7.700 Mwh. De teler verwacht een terugverdientijd van acht jaar ‘als alles goed blijft draaien’. “De elektriciteit die we nodig hebben om de systemen te laten draaien, dus de warmtepomp, de bronpompen en de pompen in het veld, wekken we op met 900 zonnepanelen op onze eigen schuur. We gebruiken alleen nog netstroom voor het belichten van de freesia’s in de winter. Voor het verwarmen van onze kas gebruiken we geen gas meer.”

Gemengde reacties

De reacties van collega’s zijn tot nu toe positief, vervolgt de teler. “Die vinden het een hele interessante ontwikkeling, maar geven daarbij aan dat het voor hen lastig is. De meeste collega freesiatelers zitten in het Westland en daar is niet voldoende ruimte voor dit soort systemen, al kun je er ook schuurdaken voor gebruiken.”
Qua dakbelasting is er weinig verschil met PV-panelen. Er zit maar heel weinig water in, ongeveer 1 liter per m². Het kan daardoor ook voor concentratiegebieden interessant zijn. Alleen, omdat de schuurruimte in dat geval vaak relatief klein is ten opzichte van het glasoppervlak kunnen telers er niet hun volledige warmtebehoefte mee invullen, maar slechts een deel daarvan. Het zou ook een alternatief kunnen zijn voor geothermie, als bijvoorbeeld de risico’s op seismische activiteit te groot zijn. Mol verwacht het vernieuwde bedrijf in het voorjaar van 2020 officieel te openen.

Tekst: Mario Bentvelsen