Afgelopen week is het bedrijf van phalaenopsisteler Maurice van der Hoorn in Ter Aar failliet verklaard door de rechtbank in Den Haag. Het bedrijf kwam in de problemen door de sterk gestegen elektriciteitsprijzen. Juist in een tijd dat fossielvrij telen dé doelstelling is voor toekomstbestendige glastuinbouw kon dit bedrijf het hoofd niet boven water houden.

Befaamd is de kas zonder gas van 15.000 m², die Van der Hoorn zestien jaar geleden bouwde. Terwijl landelijke media nu volop schrijven over woningen zonder gasaansluiting, vond Van der Hoorn het in 2006 al de hoogste tijd om dat in zijn kas toe te passen. De bouw van deze kas leverde hem het respect op van de gehele sector. Dit werd duidelijk in 2008, toen hij de aanmoedigingsprijs van de Tuinbouw Ondernemersprijs in ontvangst mocht nemen.

Alleen op elektra

Hij was zijn tijd ver vooruit. “Wat mij toen dreef, was eigenlijk het simpele ervan. Voor de phalaenopsisteelt heb je kou nodig in de zomer en warmte in de winter. Het klinkt logisch om die twee dingen te combineren. Dat kan gewoon met bestaande technieken, zonder WKK. Het bedrijf draait alleen maar op elektra.”
In de kas zit een koel- en verwarmingssysteem dat bestaat uit drie circuits: een grondwatercircuit, een warmtepomp in het ketelhuis en een verwarmings- en koelsysteem in de kas. Het grondwatercircuit bestaat uit een ondergrondse watervoerende laag (aquifer) waarin de opslag van warmte en koude mogelijk is. De warmte die hij ‘s zomers overhoudt bij het koelen slaat hij op in een warme bron en de koude die hij overhoudt bij het verwarmen slaat hij ‘s winters op in een koude bron. De warmtepomp kan het water in het warmwatercircuit verwarmen tot 50ºC en in het koelsysteem afkoelen tot 6 à 8ºC. Aanvullend schafte hij een elektrische boiler aan die hij inzet als de stroom goedkoop is.

Stijging ODE

Van der Hoorn gebruikte in eerste instantie groene stroom, omdat dit weinig tot geen CO2-uitstoot heeft en zonder fossiele brandstoffen wordt opgewekt. De laatste jaren is hij overgestapt naar gangbare stroom, omdat de prijs van groene stroom te hoog werd om te kunnen terugverdienen. Vervolgens werd hij geconfronteerd met een stijging van de ODE (Opslag Duurzame Energie).
Begin 2021 was hij hierdoor zo teleurgesteld dat hij overwoog om te investeren in een WKK. Hij had zelfs al offertes voor een tweedehands WKK aangevraagd. Uiteindelijk hakte hij de knoop door om het niet te doen. “Dan ga je weer investeren. Ik wil écht telen met een zo laag mogelijke footprint en van het gas af. Ik hoop dat ze voor de koplopers een uitzondering gaan maken.”

Meer oog voor het bestaande

Leo Oprel, senior beleidsmedewerker bij het ministerie LNV, was jarenlang nauw betrokken bij het programma Kas als Energiebron en nam vorige week afscheid vanwege zijn pensioen. Hij vindt het bericht in de eerste plaats een menselijk drama voor Van der Hoorn en zijn familie, zoals dat ook geldt voor collega’s die hetzelfde lot treft. “Het einde van een levenswerk. Dat raakt diep. Temeer omdat hij al goede stappen heeft gezet en Het Nieuwe Telen zoveel mogelijk integreerde. Hij vervulde een voorbeeldfunctie voor de sector.”
Volgens Oprel toont dit eens te meer aan dat een transitie van de hele samenleving, een echt klimaatbeleid, nog geen onderdeel is van het politieke en economische denken. De afgelopen kabinetten hadden meer oog voor het in stand houden van het bestaande systeem en de aandeelhouderswaarde dan voor de toekomst en de toekomstige generaties.

Slecht signaal naar de sector

“De ODE verbleekt bij de hoge energieprijzen die door geopolitiek en het marktdenken nu gelden in Nederland. De kosten van de ODE bedroegen circa 30 miljoen euro, maar troffen een beperkt aantal bedrijven. De huidige situatie kost de sector een veelvoud en treft iedereen. Blijft overeind dat juist de stappen naar de toekomst eerder sneuvelen dan het behoud van het oude, terwijl het nieuwe toekomstperspectief heeft − op de lange termijn − en het bestaande niet.
Naast het drama voor de ondernemer zelf is het psychologisch ook een slecht signaal naar de sector en de samenleving dat vooruitstrevende ondernemers het eerst sneuvelen. En voor alle ondernemers is het oppassen in deze onzekere tijd om toch de goede keuzes te maken. Ik wens Van der Hoorn en zijn familie sterkte toe in het vinden van een nieuwe toekomst. Ondanks het faillissement kan de sector trots zijn op deze ondernemer”, besluit Oprel.

Tekst: Pieternel van Velden