Veredelaar van bloeiende potplanten en producent van zaden, Schoneveld breeding, is al jaren bezig met vergroenen. Duurzaamheid staat hoog op de agenda en komt bedrijfsbreed terug. Vorig jaar is het de veredelaar gelukt om een afdeling met louter biologie onder controle te houden. De volgende uitdaging is om dat nu te vertalen naar andere delen van het bedrijf.

Tot hoe ver kun je gaan met het inzetten van biologie voordat je grijpt naar chemie? Gewasbeschermingsspecialist Hassan Hadid stelt zich telkens opnieuw die vraag en zoekt daarin altijd de grenzen op. “Hoe minder chemie, hoe beter”, vindt ook Operationeel Manager Jolanda Veenhof-Tas.
“Het gebruik van veel chemie heeft een nadelig effect op de zaadproductie, dus dat motiveert ons. Dat wij er ver mee zijn heeft nóg twee redenen. Op de eerste plaats omdat wij geen nultolerantie hebben waar het om de sierwaarde van de planten gaat, in tegenstelling tot productiebedrijven. Ten tweede is de waarde van ons gewas veel hoger. De kosten van biologische bestrijding zijn verhoudingsgewijs lager.”

Steeds meer biologie

In een van de kantoren in het PlantXperience, het gloednieuwe onderkomen in Wilp, vertellen Hadid en Veenhof-Tas hoe het motto: ‘biologie als het kan, chemie als het moet’, steeds vaker de kant opschuift van de biologie. Patrick Smidt, gewasbeschermingsadviseur van Iperen, is nauw betrokken bij de gewasbescherming op dit bedrijf. “Het kennisniveau ligt hoog. Elk jaar lukt het ze een stapje verder te komen in het doel van een volledige biologische gewasbescherming.”
Het streven past in de filosofie van het familiebedrijf, waarin investeren in duurzame groei in het bedrijfs-DNA zit. “We zetten stevig in op duurzaamheid”, zegt Veenhof-Tas. Als een rode draad loopt het door alle bedrijfsonderdelen. Al vele jaren is het een van de criteria binnen het veredelingsprogramma.” De selectie en veredeling is gericht op het verkrijgen van soorten die mooi, sterk, gezond en vitaal zijn vanuit hun natuurlijke kracht.

Eigenschappen herkennen

Schoneveld breeding is uitgegroeid tot een speler van wereldformaat in de veredeling en zaadproductie van onder andere cyclamen (Super Serie), primula (Touch Me), Primula Acaulis (Paradiso), ranunculus (Sprinklers) en campanula (Florentes).
Biologische gewasbescherming is een van de aspecten die bijdragen aan het verkrijgen van een duurzaam veredelingsproduct. “Om de veredelaars te helpen, is het telkens de uitdaging te zorgen dat we zo min mogelijk chemische middelen hoeven in te zetten. Zij krijgen daardoor een zuiverder beeld van de plant en kunnen beter de oorspronkelijke eigenschappen herkennen en gebruik maken van natuurlijke selectie”, zegt Hadid.
“Wij moeten ervoor zorgen dat we gewassen creëren die met zo min mogelijk correctiemiddelen te telen zijn. Een geslaagd voorbeeld is Primula Paradiso, een compacte Acaulis die minder remstoffen nodig heeft”, vult Veenhof-Tas aan.

Advies over strategie

Hadid leeft zich uit in de biologische bestrijding. Hij studeerde Plantkunde en Gewasbescherming aan de universiteit in de Syrische hoofdstad Damascus, en was in Libië teeltadviseur bij een importeur van groentezaden. Als gewasbeschermingsspecialist is hij continu bezig zijn kennis uit te breiden. Hij verdiept zich in beestjes en schimmels, volgt de gezondheid van de planten in de kas op de voet en besteedt veel tijd aan scouten en monitoren. Hij doktert behandelschema’s uit en laat zich adviseren en bijsturen.
Aan sparringpartner Smidt kan Hadid zijn ideeën voorleggen. “Het is fijn om met een andere specialist van gedachten te wisselen over de te volgen strategie, om bevestiging te krijgen of juist een andere kijk op de zaak.” Smidt komt bij veel bedrijven over de vloer en heeft up to date kennis over nieuwe middelen, etiketten die veranderen, over doseringen, over het moment van uitzetten, over de frequentie, etc.

Alle soorten bestrijders

“Het klikt tussen ons”, zegt Smidt. “We spreken dezelfde taal en wisselen kennis en inzichten uit. Als leverancier worden wij betrokken bij het proces, ook op het gebied van plantweerbaarheid en bemesting. Samen maken we een plan van aanpak.”
Hadid: “We gebruiken alle soorten biologische bestrijders. Schimmels tegen schimmels, bacteriën tegen schimmels, beestjes tegen beestjes. Wordt trips gezien, dan worden roofmijten over het gewas geblazen en voermijten uitgezet om de roofmijtpopulatie in stand te houden. Worden luizen gesignaleerd, dan worden sluipwespen, galmuggen en larven van de gaasvlieg ingebracht. We brengen Trichoderma aan in de bodem om Pythium te slim af te zijn en zetten bacteriën in om Botrytis en echte meeldauw de kop in te drukken.”

Volledig biologisch

In 2018 heeft het bedrijf in één afdeling de hele ‘dierentuin’ ingezet. “We wilden zien wat er gebeurt als we helemaal geen chemie toepassen. Het was echt de grens opzoeken en accepteren. Op de vangplaten zaten meer tripsen en luizen dan ons lief waren. Maar op de planten was de mooie communicatie tussen de beestjes zichtbaar.”
Het resultaat hangt van veel factoren af. Het kasklimaat is van grote invloed. Stuur je daar iets bij in vochtigheid, temperatuur, water, bemesting of licht, dan heeft dat direct gevolgen voor de kans op infectie, de ontwikkeling van een plaag of ziekte of de vitaliteit van een natuurlijke vijand.
“De kunst is te zorgen dat je groeiomstandigheden perfect zijn, je moet heel strak zitten op het klimaat,” aldus Veenhof-Tas. “Er zijn grenzen aan, van wat nog toelaatbaar is. Waaraan wij nooit concessies doen, is de kwaliteit van de zaadproductie. Als de trips aan het stuifmeel begint te eten, trappen wij onmiddellijk op de rem. Stuifmeel is onze levensader. Ook tolereren we nooit een schadebeeld dat het maken van selecties in gevaar brengt.”

Growing Advice

“Biologie is kijken, kijken en nog eens kijken”, zegt Hadid. “Een van onze medewerkers is een derde van zijn tijd aan het scouten. Immers vroeg signaleren is een voorwaarde voor een chemieloze teelt. Maar we realiseren ons dat de tijd die daarmee gemoeid is, voor een teeltbedrijf een onhaalbare kaart is. Daarom stellen wij onze ervaringen beschikbaar voor andere bedrijven in de sector, zodat zij er iets mee kunnen. Het is een van de rollen van Growing Advice – een speciale afdeling door ons in het leven geroepen – waarmee we onze klanten ondersteunen door ervaring te delen.”

PlantXperience, het summum van duurzaamheid

De nieuwbouw is op alle fronten het summum van duurzaamheidsidealen. Het Nieuwe Telen in volle glorie, voorbereid op toekomstige regelgeving. Er liggen plannen voor een pilot voor het winnen van warmte uit waterstof, er is een samenwerking met het waterschap voor het bouwen van een waterfabriek voor het zuiveren van afvalwater en het toekomstige zonnepark van 12 ha zonnepanelen is voldoende voor de vergroening van de totale energiebehoefte van het complex van 2,5 ha, waarvan 1,3 ha productiekas.
In het opvallende complex komen kantoren, productie- en vermeerderingskassen en (weefselkweek) laboratoria, samen onder één glazen dak. Er zijn ruimtes voor symposia en bijeenkomsten, er worden rondleidingen verzorgd voor vakgenoten en voor belangstellenden. Het is open, licht en transparant. Een plek waar samenwerking in de keten wordt gestimuleerd, waar wetenschappers onderzoek doen en waar consumenten zich verwonderen.

Tekst: Suzan Crooijmans