Het is een grillig jaar voor marktkoopmannen Joost van der Leij en Arjan van Termeij, die samen met Wilco en Johan, respectievelijk een broer en neef van Arjan, een bloemenkraam op de Lindengracht in Amsterdam runnen. “Wij hebben in de eerste lockdown zeven weken thuisgezeten, maar je merkt dat bloemen sinds corona populairder worden. Dat zie je wel aan de prijzen. De afgelopen herfstmaanden hebben we een hele goede omzet gedraaid.”

Veel mensen werken momenteel thuis en zijn op zoek naar een uitje. Ze willen het thuis gezelliger maken, verklaart Joost Van der Leij de goede omzet van de laatste weken. “Mensen mogen niet naar de horeca. Iedereen wil er toch even tussenuit. Ze nemen daarom een stukje gezelligheid mee van de markt, een ‘bossie troost’. We missen de toeristen, maar daar hebben we Amsterdammers voor terug gekregen. Sommige artikelen verkopen we nu niet, zoals bloembollen. We zien ook meer Nederlanders uit alle windrichtingen die Amsterdam bezoeken.”
Zijn compagnon Arjan van Termeij bevestigt de positieve omzetontwikkeling van de laatste maanden. Al wil hij oppassen voor een juichverhaal. “Er waren momenten dat we wat meer marge hadden en momenten met minder marge. Maar we hebben de positieve lijn na de eerste lockdown goed door kunnen trekken.”

Bloemenwinkels Frankrijk

De zaterdagmarkt op de Lindengracht in de Jordaan bestaat sinds 1910, Arjan’s vader stond hier vanaf 1984, al startte hij in 1967 als markthandelaar. “Wij runnen de kraam nu met zijn vieren aangevuld met personeel. Dat doen we naast ons gewone werk. Wij komen zelf niet allemaal uit de bloemenhandel, Joost en Wilco uitgezonderd, maar zien dit als een ‘professionele hobby’.”
Van der Leij werkt als inkoper bij bloemengroothandel Celdomy in Naaldwijk, maar de handel op Frankrijk – ongeveer 98% van hun omzet – is flink teruggelopen, zegt hij. “Bloemenwinkels zijn er officieel gesloten en die bloemisten hebben het voor elkaar gekregen dat de supermarkten geen bloemen meer mochten verkopen. Ze blijven nog dicht tot 1 december. Althans, dat is het plan. Dat is jammer, want die winkels moeten eigenlijk nu hun kerstspullen neerzetten. November is daar een mooie maand voor. Dat krijgen we er straks allemaal nog bij na de tweede lockdown.”

Komkommerweken voor Kerst

Tijdens de eerste lockdown werd de kraam zeven weken van de markt geweerd, omdat de voedselvoorziening voorrang kreeg. Dat was nog niet eerder gebeurd, zegt Van Termeij. “Mensen moesten eten kunnen kopen, zonder lange wachtrijen in de supermarkten. Daarna zijn wij toch weer toegelaten omdat het aanbod anders wat schraal werd. Wel hebben we twee kramen moeten inleveren, nu staan we niet meer tegenover elkaar maar in een lange rij. Mensen kunnen daardoor veilig over de markt lopen en wachten. Voor de kraam hebben we grote parasols neergezet. Zodat onze klanten beschut en droog kunnen staan. In de kraam zelf geldt eenrichtingsverkeer en uiteraard 1,5 meter afstand.”
Op dit moment lopen vooral enkele chrysanten, amaryllis en hortensia goed. “En boeketjes met euphorbia, dat loopt wel door tot in de winter. Grote decoratieve takken als rozenbottels worden nu ook veel gevraagd. Natuurlijk kun je alles jaarrond voor de klok kopen, maar de mensen willen graag seizoensbloemen. Vorige week hadden we nog gladiolen, maar mensen hadden daar geen zin meer in. Dan bouw je dat af. Nu zitten we een beetje in de komkommerweken voor Kerst.”

Stijgende lijn

Beide koopmannen zijn positief over de rest van het jaar. Van der Leij: “Ik verwacht dat we straks weer een stijgende lijn gaan meemaken, net als na de eerste golf. Een nieuwe hausse in de vraag, en hopelijk in het aanbod. Je merkt dat alles eerder komt dan normaal, mensen zijn eerder toe aan kerstbloemen. Normaal is dat pas na Sinterklaas het geval. Wij verkopen nog geen kerstspullen in de kraam, maar zitten er wel over na te denken.”
Van Termeij denkt dat bloemenkraam de stijgende lijn in de rest van het jaar zal voortzetten. “We sluiten dit jaar sowieso goed af. En ik denk dat we volgend jaar weer goed kunnen starten, als de coronamaatregelen tenminste niet strenger worden.”

Tekst: Mario Bentvelsen