Sinds Lies van Wijk de bouvardiateelt oppakte, nu acht jaar geleden, is hij constant bezig met verbeteringen. Hij kwam op het idee om de bloemen op de manier van chrysanten te telen en ging het stek op een gegeven moment zelf bewortelen. En de jongste ontwikkeling is stekopkweek in een daglichtloze opkweekruimte.

Chrywijk in het Gelderse Brakel komt, zoals in de bedrijfsnaam terug te zien is, oorspronkelijk uit de chrysantenteelt. Drie van de acht hectare kassen is nog steeds beplant met Santini’s. Maar de bouvardia’s rukken op. Het bedrijf bedient nu zo’n 60% van de markt.
“Voordat wij begonnen werden bouvardia’s als struik geteeld. Je krijgt dan wel dertig scheuten, waarvan er maar een handvol geschikt zijn als snijbloem. We vroegen aan veredelaar Royal van Zanten: kun je ze niet gewoon stekken, net als chrysanten? Daar was toen geen ervaring mee. Maar na een serie proeven lukte het eindelijk wel”, vertelt Lies van Wijk.
Aanvankelijk bewortelde de veredelaar de stekken, maar de teler wilde meer zekerheid in levering en kwaliteit. Daarop ging hij ze zelf bewortelen in een kasafdeling. Dat verliep wisselend. “Het is best een teer plantje. Ongelijkmatige zoninstraling is dan lastig. Eigenlijk liepen we altijd achter de feiten aan met de klimaatsturing. Het viel ons op dat het in de winter beter verliep dan in de zomer. En het aha-moment kwam toen er een keer sneeuw op het dek lag en we bovendien het scherm dicht hadden. Dat ging niet verkeerd. De stekken bleken helemaal niet zo veel licht nodig te hebben. Zo kwamen we op het idee van een daglichtloze cel.”

Donkere teelt

Voor de realisatie zocht hij contact met Green Simplicity van de jonge enthousiaste ondernemer Wessel van Paassen. Het bedrijf in het Noord-Hollandse Andijk bouwt onderzoeksystemen en meerlaagse teeltsystemen met LED-belichting.
Over de voorkeuren van bouvardia onder zulke omstandigheden was totaal niets bekend. Maar Van Paassen heeft voor zulke situaties mobiele klimaatcellen. Ze hebben hierin op locatie getest bij lichtniveaus van 3 tot 200 µmol/m².s. Tweehonderd was veel te veel, onder drie micromol deden ze het veel beter. Uiteindelijk hebben ze voor de opkweekruimte een startniveau van 30 µmol/m².s gekozen, oplopend tot 65. “Eigenlijk gewoon uit de losse pols. Maar het gaat goed”, vertelt Van Wijk.
Volgende punt was het spectrum. Ook niets over bekend. “We hebben twee maanden proeven gedaan. Verrood bleek geen meerwaarde te hebben. Veel blauw zorgde voor noodbloei”, zegt hij.
“Uiteindelijk is gekozen voor een combinatie van rood, blauw en groen licht, met een nadruk op rood. Groen licht komt uit de witte LED’s, hierin zit ook een piek blauw en een beetje rood. Je krijgt dan een spectrum met een piek in het rood, een kleine piek in blauw, en een kleine component groen”, vertelt Van Paassen.

Zeer goede isolatie

De cel is in een kasafdeling gebouwd, opmerkelijk genoeg vrijwel zonder de teelt te onderbreken. Sandwichpanelen zorgen voor een bijzonder goede isolatie. “Als de zon buiten schijnt, zie je dat niet terug in het temperatuurverloop binnen”, zegt Van Paassen. De cel is sinds mei in gebruik; momenteel wordt de tweede verdieping ingericht.
“Daarna haal ik het glas uit het kasdek en leg ik het vol met zonnepanelen. Het gewicht van de panelen is hetzelfde als van de ruiten. Dus aan de constructie hoeft niets te gebeuren. Zo worden we zelfvoorzienend en houden we zelfs energie over”, zegt de teler.
“Er wordt veel te moeilijk gedacht over de teelt zonder daglicht. Het is gewoon een dicht hok met slurven en een lichtje erboven. Telen wordt zo veel gemakkelijker. Je kunt het volgens recept doen.”

Dat het werkelijk zo werkt, merkte hij toen zijn teeltchef op vakantie was. Die regelt normaal de dagelijkse teeltzaken. Nu moest Van Wijk het zelf doen met de instructies van zijn chef. Dat lukte goed.
De watergift vindt plaats met een gietboom, die heen en weer over de jonge plantjes gaat. De eerste dagen krijgen de stekken om de zes minuten water en het interval loopt langzaam op naarmate ze ouder worden. Per gietbeurt krijgen ze heel weinig, zodat alleen de plant nat wordt.

Kruisstroomwisselaar en koelblok

De ruimte zelf mag dan eenvoudig van opzet zijn; het geheim van het systeem zit aan de buitenkant van de kas. Daar staat een geavanceerd luchtbehandelingssysteem dat zorgt voor ontvochtiging, koeling en verwarming. Van Paassen heeft voor de bouw ervan inspiratie opgedaan bij systemen in zwembaden en de utiliteitsbouw en vervolgens de techniek vertaald naar de tuinbouw, samen met OC Agri uit Drunen.
“De warmte – 26ºC teeltemperatuur – komt voornamelijk van de LED-lampen. Bijverwarming is nauwelijks nodig vanwege de goede isolatie. Het systeem draait 80% van de tijd om te ontvochtigen. Via een kruisstroomwisselaar drogen en koelen we met buitenlucht. Als de buitenlucht te warm is om te koelen, schakelen we een koelblok in. Zo kun je het klimaat altijd hetzelfde houden. Door het oogsten van koude van buiten, gebruikt het systeem relatief weinig stroom”, vertelt hij.
De huidige ruimte is 4.000 m² en twee meter hoog, dus 8.000 m³. De lucht wordt zo’n vijf keer per uur ververst. “Toch zie je totaal geen luchtbeweging als gevolg van het systeem met slurven. Dat blijkt ook uit rookproeven. Je wilt immers geen luchtstromen langs de kwetsbare jonge planten.”

Stekrobots

Vier stekrobots van ISO Group zetten de stekjes in een rap tempo in substraat in paperpots. In de stekhal werken slechts twee medewerksters. Na het steksteken verhuizen de planten naar de kweekcel.
Van Wijk is tot nu toe zeer te spreken over het teeltresultaat. “De kwaliteit is veel beter dan voorheen. Je ziet wel honderd worteltjes, terwijl er vroeger maar een paar uit de potjes piepten. De stekken worden vertroeteld en dat zie je terug.”
Intussen heeft hij ook de teelt in de kas verbeterd. De kaslucht was vaak te vochtig en dat hield de planten te vegetatief. Ook de houdbaarheid was een punt. Sinds hij een zelfontwikkeld systeem van industriële bouwdrogers met slurven inzet, gaat het stukken beter. “We zetten geen minimumbuis meer in en hoeven geen schermkier meer te trekken. De teeltproblemen zijn onder controle en het scheelt veel energie”, besluit hij.

Tekst: Tijs Kierkels, beeld: Wilma Slegers