Harm Maters zag de afgelopen zestien jaar als voorzitter van de brancheorganisatie AVAG de Nederlandse kassenbouw grote veranderingen doormaken. Mede door de crisis wist de sector zich snel te internationaliseren. Samen met telers werkten ze aan vele innovaties die praktijkrijp werden. Een week na zijn afscheid blikt Maters terug. 

U bent 16 jaar voorzitter geweest. Wat heeft u zien veranderen in die periode?

“De kas zelf is niet zoveel veranderd, de vernieuwingen waren met name gericht op zaken als het verkrijgen van meer licht in de kas, betere temperatuurregeling, energiebesparing en watermanagement. Ik zag in die jaren het begrip equipment steeds belangrijker worden, met steeds meer hoogwaardige technologie die in de kas wordt geïnstalleerd. Denk aan klimaatsoftware, watertechnische installaties, logistieke- en oogstsystemen en energiebesparende verwarmingsinstallaties.
Vooral de komst van Het Nieuwe Telen heeft geleid tot veel meer meet- en regeltechniek in de kas en een verschuiving naar een integraal teeltsysteem.”

En bij de kassenbouwers zelf?

“Het was altijd al een dynamische sector. Inmiddels hebben de bedrijven een enorme professionaliseringslag gemaakt, mede door de internationalisering en schaalvergroting in de glastuinbouw. Om kassen van 20 ha of meer te kunnen bouwen moet je alles organisatorisch goed beheersen. Het was geweldig dat te zien gebeuren.”

Vaak wordt gewezen op de rol van het onderzoek bij innovaties in de glastuinbouw. Maar hoe zit het met de rol van de kassenbouwers?

“De rol in innovatie is groot en wordt door de buitenwacht niet altijd gezien. Tussen telers en kassenbouwers bestaat hierin een mooie wisselwerking. Het begint vaak met een vraag van een teler, vervolgens gaat een technicus op zoek naar een praktische oplossing. Zo wordt er stap voor stap geïnnoveerd. Daarna volgt er dan dikwijls een proef bij een onderzoeksinstelling om een vernieuwing te testen en door te meten. De onderzoeksresultaten krijgen veel aandacht, maar de echte innovaties zitten daarvoor, bij de teler en bouwer.”

Kunt u een voorbeeld noemen?

“Kijk naar Het Nieuwe Telen. Het begon met de gesloten kas, die kwam van de grond dankzij een groep zeer innovatieve telers die met een aantal toeleveranciers die stap durfden te zetten. Teelttechnisch bleek het eigenlijk een te grote sprong. Telers kwamen in nieuwe situaties terecht, met andere temperaturen en een andere luchtvochtigheid.
Er volgde een pas op de plaats: we moesten het stapje voor stapje ontwikkelen en leren beheersen. Het schermen, de temperatuurbehandeling, luchtvochtigheid. Dat werd Het Nieuwe Telen. Nu beheerst de teler het en kan hij alle aspecten met elkaar combineren.”

De laatste jaren is de blik bij veel kassenbouwers vooral op het buitenland gericht. Hoe kunt u als AVAG dan de belangen nog goed behartigen als Nederlandse organisatie?

“Aanvankelijk was de kassenbouwsector een Nederlandse en Noordwest-Europese aangelegenheid. Tijdens de crisis van tien jaar geleden ging de blik nadrukkelijk naar de rest van de wereld. Er lag al een grote, hetzij latente, vraag naar onze techniek. De bedrijven bleken in staat om die techniek aan te passen aan de lokale omstandigheden, zoals een ander klimaat en kostprijsplaatje.
Nu kan Nederland leren van de kennis die kassenbouwers elders opdeden. Hun buitenlandervaring geeft een boost aan het Nederlandse glastuinbouwcluster, dat nog steeds sterker wordt. Dat gebeurt onder meer in de geothermie.
Als AVAG zijn we hierin meegegroeid, door het faciliteren van kennisontwikkeling en -deling. Daarvoor hebben we het innovatieprogramma Hortivation en HortiQ-certificaat gelanceerd.”

Tijdens het Future Trends & Innovations Event op 28 november in Naaldwijk kwam de autonome kas ter sprake. Is dat de stip aan de horizon?

“Ja, de Nederlandse teler zal steeds meer voorspellingskracht nodig hebben om zijn rol in de keten waar te maken. Met behulp van datascience worden straks zijn teeltproces, klimaatbeheersing, robotisering en logistiek minutieus aangestuurd. Nauwkeurige oogstprognoses voor een week vooruit worden mogelijk. Om die voorspelbare productiesystemen te bouwen moet de sector nog meer inzetten op de vorming van samenwerkingsvormen en clusters. De sector moet nu in actie komen om een leidende positie in te kunnen nemen, anders doen de wereldwijd actieve technologiebedrijven dit.”

Tekst: Koen van Wijk