Ruim twee maanden na afloop van de tweede editie van de Autonomous Greenhouse Challenge blikken winnaars en referentietelers samen terug op de competitie, waarin telen op afstand met behulp van sensoren, data-analyse en teeltalgoritmen centraal stond. Wat waren de strategieën, welke hindernissen moesten de teams overwinnen en wat gaf de doorslag? En wat zijn de verwachtingen over de verdere ontwikkeling van autonoom telen?

“Het was prachtig om als eerste te eindigen, maar in feite is iedereen winnaar”, stelt captain Leonard Baart de la Faille van team AuTomatoes vast. “Elke deelnemer heeft er heel veel van opgestoken. Dat is ook nodig, want de noodzaak om dergelijke technologie toe te passen groeit met de dag.”
De R&D Engineer van Van der Hoeven Horticultural Projects stelt vast dat het mondiale areaal hightech glastuinbouw snel groeit, mede dankzij toenemende interesse van investeringsmaatschappijen.

Voorspelbaar, goed rendement

“Investeerders willen maar één ding en dat is een voorspelbaar, goed rendement”, zegt hij. “Dat vereist onder andere een strakke teeltsturing. Goede teeltmanagers worden echter steeds schaarser. Bovendien moeten zij hun aandacht verdelen over grote teeltoppervlakken, vaak verspreid over meerdere locaties.”
Voor adviseurs geldt hetzelfde. Ook zij moeten hun taak in toenemende mate op afstand, gezeten achter een beeldscherm, vervullen. Realtime inzicht in alle relevante parameters is een must en de ontwikkeling van nieuwe technologie voor het verzamelen en bewerken van data en het betrouwbaar voorspellen van groei en productie is in volle gang. De tomatenteelt in Bleiswijk, waarop vijf multidisciplinaire teams en twee referentietelers zich een half jaar lang mochten uitleven, was opnieuw een goede vingeroefening en stimulans.

Plant Empowerment

Het gesprek vindt plaats in de control room van Hoogendoorn Growth Management in Vlaardingen, waar de teamleden van AuTomatoes regelmatig bijeenkwamen om de voortgang te bespreken. Naast Baart zijn controls-specialist René Beerkens en referentieteler Kees Stijger aangeschoven. Data-analist en teeltstrateeg Evripidis Papadopoulos praat vanuit Griekenland mee via een online beeldverbinding, referentieteler Ted Duijvestijn doet dat vanuit Pijnacker tegen de achtergrond van een nieuwe tomatenkas in aanbouw.
Het negenkoppige winnende team begon al vroeg met de voorbereidingen. Beerkens: “Eén van de eerste afspraken was om te werken volgens de principes van Plant Empowerment, zeg maar Het Nieuwe Telen 2.0. Daarmee kun je gewassen op de meest efficiënte wijze maximaal laten presteren.”
Papadopoulos was verantwoordelijk voor de teeltalgoritmes, die hij zo simpel mogelijk wilde houden. “Tijdens een teelt, zeker op afstand, is er veel dat mis kan gaan”, zegt de medewerker van Hoogendoorn. “Complexe stuurmodellen maken het alleen maar moeilijker. Wij gingen voor opbrengstmaximalisatie binnen een hoog kwaliteitssegment op basis van PAR-sommen en minimale input van warmte en CO2. De teeltkosten hielden we laag door veel te schermen en zo min mogelijk te luchten om daardoor warmte en CO2 in de kas te houden. De watergift stemden we af op de verwachte instraling.”
Vanwege de korte teeltduur werd direct gestart met vier stengels per m². “Dat is veel, maar tussentijds extra stengels aanhouden veroorzaakt altijd rimpelingen in plantbalans en productie. Dat wilden we voorkomen”, verklaart Beerkens. De planten ontwikkelden zich echter zo goed, dat we in april toch naar zes stengels per m² gingen.

Hoge opbrengst, laag saldo

De strategieën van winnaars en referentietelers kwamen goed overeen. Beide teams hielden direct een hoge stengeldichtheid aan, die later nog eens werd vergroot, en mikten op het hogere kwaliteitssegment, dat beter werd betaald.
“Plantbalans en snelheid, zo hoog en constant mogelijk, gaan hand in hand”, zegt Stijger. “Als je de planten voor de eerste oogst in de juiste balans weet te krijgen, gaat de rest bijna vanzelf.”
De teeltresultaten van beide teams lagen dicht bij elkaar (nummers 1 en 2). Het financiële resultaat van de referentieteelt was echter het laagste. Oorzaak: hoge kosten voor arbeid (vanwege de extra stengels en vaker bladplukken) en energie. Dit geeft ook aan dat de andere teams prima presteerden. “Het was een stuk spannender dan de eerste challenge, waar de onderlinge verschillen veel groter waren”, merkt Duijvestijn op.

PAR-som versus hartblaadjes

Een wezenlijk verschil in benadering was het ‘Leitmotiv’ voor de teeltsturing. Voor team AuTomatoes was dat de gerealiseerde PAR-som, waarop de andere groeifactoren (temperatuur, watergift) zo nauwkeurig mogelijk werden afgestemd door het algoritme. Best logisch, want plantengroei begint met fotosynthese, dus licht. Op de vraag van Beerkens of de ervaren telers hetzelfde principe hanteren, schiet Stijger in de lach. “Daar hebben wij niet eens naar gekeken”, zegt hij. “Voor ons vertelt vooral de kop van de plant het verhaal. Aan de dikte van de kop en de snelheid waarmee de hartblaadjes worden gevormd en uitgroeien, zien wij of de plant de juiste balans heeft en of we gas kunnen bijgeven of op de rem moeten trappen.”
“Voor ons zijn beelden en gewasregistraties het sluitstuk”, reageert Beerkens. “Daarmee verifiëren we of de gekozen strategie, die door het algoritme wordt uitgevoerd, juist is.”

Videobeelden

Vanwege corona moesten de referentietelers hun wekelijkse bezoek aan de kas in maart staken, wat de visuele beoordeling bemoeilijkte. “We moesten het met videobeelden stellen”, legt Duijvestijn uit. “Die waren in eerste instantie niet naar onze zin, maar nadat we een nieuw cameraprotocol hadden afgesproken ging het beter.”
“Vijf planten links en vijf planten rechts van onder tot boven filmen, waarbij goed wordt ingezoomd op trossen en koppen”, vult Stijger aan. “Uiteraard kijken wij ook naar andere data, maar zulke beelden kunnen een persoonlijke beoordeling redelijk goed vervangen”, zegt de Westlander.

Ontwikkeling omarmen

Er is heel veel geleerd, vooral wanneer er moest worden bijgestuurd. Een nieuw leermoment breekt aan wanneer alle teeltdata door Wageningen UR worden vrijgegeven en alle teams – al is het met terugwerkende kracht – tot in detail bij elkaar in de keuken kan kijken. Daar zien alle betrokkenen, de referentietelers voorop, reikhalzend naar uit.
“Dat de ontwikkeling van autonoom of data gedreven telen snel gaat, is duidelijk”, zegt Duijvestijn. “Ik ben daar een groot voorstander van. Digitalisering gaat ons en de keten helpen om efficiënter en marktgericht te produceren, meer waarde te creëren en minder voedsel te verspillen.”
Groene vingers worden schaarser, maar bedrijven moeten wel dezelfde of betere prestaties leveren. Daarvoor is instroom nodig van jonge, creatieve mensen met een andere achtergrond en andere competenties. “Onze stagiaire, Marissa van Duijn, vond de challenge fantastisch”, merkt Duijvestijn enthousiast op. “De sector heeft meer Marissa’s nodig. Om dat te bereiken moeten we ontwikkelingen zoals digitalisering en robotisering vanuit een brede basis stimuleren. Sommige koplopers, ook in de sierteelt, zijn daar al volop mee bezig.”

Tekst: Jan van Staalduinen, beeld: Fotostudio G.J. Vlekke en Peter Lodder Photography