De spuittechniek is het afgelopen decennium vooral in de open teelten geëvolueerd. Hierdoor worden er met minder middelen en een lager verbruik toch goede resultaten geboekt. Spuitproeven op glastuinbouwbedrijven tonen aan dat ook hier verbetering mogelijk is. Experts en telers vertellen over hun ervaringen. Voornaamste knelpunten: te hoge spuitdruk, te fijne druppels en te grote watervolumes.

Effectief en efficiënt spuiten was altijd al belangrijk. Nu het pakket beschikbare middelen slinkt, de nog wel toegestane middelen veelal specifieker zijn dan hun breed werkende voorgangers en meer beperkingen hebben qua dosering, toegestane hoeveelheden en toepassingsfrequentie, neemt dat belang verder toe. Bovendien zijn de meeste biologische producten contactmiddelen. Deze worden niet opgenomen door het gewas en via de sapstroom verspreid (geen systemische werking), maar werken alleen bij rechtstreeks contact of opname door de ziekte of plaag.

Iedere druppel telt

“Het komt er op neer dat iedere druppel telt”, zegt Wesley Akkermans van Syngenta, die sinds een aantal jaren spuitproeven begeleidt op praktijkbedrijven. Hij doet dat samen met een aantal collega’s uit andere landen, waaronder technisch specialisten die op het Zwitserse hoofdkwartier werken. Het bedrijf doet al meer dan 30 jaar proeven op het gebied van spuittechniek. In 2018 gebeurde dit voor het eerst in de bedekte sierteelt in Nederland.
“Ons land is daar zeer geschikt voor, mede vanwege de ruime beschikbaarheid van goede toepassingsapparatuur”, zegt collega Ruud Roeven. “Bovendien zijn hier veel ondernemers en adviseurs bij de proeven betrokken en kunnen nieuwe kennis en inzichten zich daardoor heel snel verspreiden.”

Uitstel vanwege corona

Het gesprek vindt plaats op kwekerij Villa Gerbera in Honselersdijk, waar dit voorjaar voorbereidingen werden getroffen voor een nieuwe reeks proeven. Op de valreep gooide het coronavirus roet in het eten, waardoor de demonstratie voor onbepaalde tijd werd uitgesteld. “We zouden tien varianten beproeven in spuitdruk, dopkeuze en watervolume”, vertelt bedrijfsleider Ramon Zuidgeest. “De resultaten wilden we een paar weken later presenteren op het Gerbera Event. We moeten afwachten of het later alsnog doorgang kan vinden. Ik hoop van wel, want van een eerdere demonstratie vorig jaar heb ik zelf heel veel opgestoken.”

Dichte gewassen

De eerste praktijkproeven vonden vorig jaar plaats op gerberakwekerij De Zuidplas en rozenkwekerij Marjoland, beide gevestigd in Moerkapelle. Er was bewust voor deze gewassen gekozen, zegt Akkermans: “In meerjarige, dichte gewassen is de juiste spuittechniek cruciaal voor een goede gewasbedekking en vooral indringing. Als die niet op orde is, worden ziekten en plagen onder in het gewas onvoldoende bestreden en blijft het dweilen met de kraan open. Temeer daar ziekten en plagen in meerjarige teelten eenvoudiger kunnen voortleven.”

Proeven 2019: eyeopener

Zuidgeest bezocht de bijeenkomst bij De Zuidplas. Hij vond de presentatie en spuitdemonstratie die Syngenta verzorgde een eyeopener. “Ik had niet gedacht dat kleine verschillen in spuitdruk en type dop zulke grote verschillen in druppelgrootte, bereik en gewasbedekking kunnen veroorzaken”, zegt hij.
“Natuurlijk leer je het een en ander tijdens je opleiding en op cursussen, maar op het event werden we echt met de neus op de feiten gedrukt. Ik realiseerde me dat we met wat meer aandacht voor de juiste afstelling, onderhoud en zorgvuldig werken meer rendement konden halen uit onze apparatuur en de ingezette middelen. Daar hebben we ook direct werk van gemaakt.”

Algemene verbeterpunten

Volgens Akkermans is de meest gemaakte fout een (veel) te hoge spuitdruk. “Daarmee creëer je een heel fijne nevel, die met veel geweld richting het gewas wordt geduwd. De druppels zijn echter zo fijn en licht, dat ze niet heel ver komen. De spuitvloeistof bereikt in het gunstigste geval enkel de buitenste gewasdelen waarbij deze er gemakkelijk vanaf druipt. Zo belandt veel spuitvloeistof op de grond en dat is zonde.” Bovendien kan het zijn dat een groot deel van de ‘nevel’ de plant niet eens bereikt maar verdampt of tegen het kasdek slaat.
Roeven: “Iets grovere druppels komen verder. Dat zie je heel duidelijk bij het gebruik van driftarme doppen, waarin de spuitvloeistof wordt gemengd met lucht. Dat resulteert in een relatief grove en zware druppel, die gemakkelijker doordringt in een dicht gewas.”
In hun contacten met telers is het de specialisten opgevallen dat de hoeveelheid spuitvloeistof die voor een bestrijdingsronde wordt ingezet, gemiddeld erg hoog ligt. “Ook dat zorgt ervoor dat veel vloeistof uiteindelijk op de grond terechtkomt”, zegt Roeven. “Sommige bedrijven zouden de hoeveelheid water gemakkelijk met een kwart tot een derde kunnen verlagen.”

Ervaringen Marjoland

Teeltspecialist Koos van den Nouweland van kwekerij Marjoland beaamt die bevindingen. Hij begeleidde de spuitproeven op het bedrijf vorig jaar en zag veel ruimte voor verbetering. “Het is jammer dat de na afloop geplande telersbijeenkomt niet doorging vanwege Ralstonia, maar ik deel mijn ervaringen met plezier”, zegt hij.
Net zoals bij De Zuidplas werd er op Marjoland 3 een proefreeks aangelegd met verschillende hoeveelheden spuitvloeistof (1.000, 1.500, 2.000 en 3.000 l/ha) en dopvarianten. Eerst echter werd de installatie getest. Daaruit bleek dat er 30% verschil zat in dopafgifte als gevolg van lichte vervuiling. “Ik dacht het onderhoud goed op orde te hebben, maar kleine details kunnen dus grote gevolgen hebben. Dat was mijn eerste les en we houden de vinger nu nog beter aan de pols”, vertelt de teeltspecialist.
Met de dopkeuze (driftarme doppen) zat het bedrijf goed. De standaard spuitdruk was echter veel te hoog, bleek toen hij het watergevoelige papier bekeek dat de druppelgrootte en -verdeling goed zichtbaar maakt.

Kolkende mistwolk

“Wij spoten standaard bij 15 bar”, zegt de teeltmanager. “Dat geeft een kolkende mistwolk, maar het effect viel echter tegen. Nu spuiten we hier bij 6 bar en de resultaten zijn beter.”
Op Marjoland 2 liggen de spuitdruk en volumes nog veel lager. Daar draait een vrij nieuwe, mobiele tunnelspuit. Van den Nouweland: “Die staat ingesteld op 1,5 bar. Dat geeft een goede doordringing en gewasbedekking, en je hebt nog minder spuitvloeistof nodig. Ons verbruik was al flink afgenomen en is nu ronduit laag. Dat is ook nodig om binnen MPS-A te kunnen blijven. De geteelde rassen hebben overigens ook invloed. Wij kiezen nu eerder voor rassen die weinig ziektegevoelig zijn. Dat levert waarschijnlijk de grootste besparing op, omdat we veel minder tegen meeldauw hoeven te spuiten.”

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen