VDE Plant deed een jaar lang mee aan een footprint pilot van IKEA, samen met drie andere leveranciers van potplanten. Voor de Zweedse keten is het groene schap de enige schakel die nog mist om de totale bedrijfs- en ketenfootprint te kunnen berekenen. Edwin van der Eijk van VDE Plant: “Wij zijn daar al klaar voor. We kunnen klanten een gevalideerde footprint berekening laten zien. Ik vind het niet meer dan logisch dat je als degelijk bedrijf weet wat je uitstoot is.”

Potplantenproducent VDE Plant in Woubrugge teelt op 13 ha glas een breed assortiment aan groene kamerplanten. Een deel daarvan wordt geteeld voor IKEA. Op dit moment gaan er vijf productlijnen naar de Zweedse keten; van monstera en clusia tot philodendron. Ze komen terecht in filialen in heel Europa. Van der Eijk: “Planten zijn voor deze keten een vreemde eend in de bijt. Ze kunnen van al hun andere producten aantonen wat de CO₂-uitstoot is, maar niet van planten. Daarom zijn ze vorig jaar een pilot gestart. Ook Ovata, DC van Geest en VDA Plant deden mee. We hebben een jaar lang gebrainstormd over hoe we eenduidige, zuivere footprint berekeningen kunnen verzorgen als plantenleveranciers.”

Impact per productgroep

VDE Plant is daar al klaar voor. Het bedrijf is op dit moment de enige potplantenproducent die gevalideerde footprint berekeningen kan leveren. “We zijn al tien jaar bezig om onze milieu-impact inzichtelijk te maken. Recent zijn daar rekenstandaarden, tools en validatie-methodes voor ontwikkeld. Daar maken we nu ook gebruik van. Zo gebruiken we de Flori Footprint Tool van Greenhouse Sustainablilty om de berekeningen uit te voeren volgens de Europese FloriPEFCR-norm. Onlangs hebben we de uitkomsten ook nog eens door ValidIT laten valideren.”
Zelfs op productniveau zijn de berekeningen bevestigd. Het betekent dat het bedrijf van elke specifieke productgroep inzicht kan geven in de milieu-impact. Van geïmporteerd uitgangsmateriaal tot de distributie naar de klant; alle CO₂-uitstoot is in kaart gebracht.

Week-vierkantemeters

Het lijkt lastig, een footprint per product bepalen. Maar volgens Van der Eijk valt het mee. “We werken met verschillende productgroepen in aparte afdelingen. We houden daarvan steeds de week-vierkantemeters bij. Zo weten we precies hoe lang een plant in de kas heeft gestaan en hoeveel ruimte die innam. Op basis daarvan kun je het gasverbruik van een plant herleiden, maar ook de milieu-impact van onder andere de potgrond, potten en gewasbestrijding berekenen. Jammer is wel dat niet alle toeleveranciers al zo’n berekening kunnen aanleveren. We zijn voor veel onderdelen afhankelijk van wat derden ons kunnen verschaffen.”

Verrassende inzichten

Er kwamen best verrassende inzichten naar voren uit de productberekeningen, vindt de teler. “Zo is de footprint van sansevieria opvallend laag, terwijl we het plantmateriaal importeren uit China. Ik had gedacht dat de transport-uitstoot zwaarder zou wegen, maar blijkbaar maakt de opkweek zonder gas of glas in China weer een hoop goed. Philodendron heeft juist een opvallend hoge footprint, terwijl die van lokaal uitgangsmateriaal komt. Je ziet dat planten die lang in de kas staan en veel ruimte nodig hebben, er minder goed vanaf komen. Dat is dus ook bij philodendron het geval. Maar aan de andere kant: die plant kan een hele lange levensduur hebben bij de consument. Dat betekent: minder herhaalaankopen en dus minder milieu-impact van extra productie. Maar ook neemt de plant al die tijd CO₂ op. Dat zouden we eigenlijk mee moeten kunnen rekenen.”

Verbeteringen doorvoeren

Op basis van de footprint uitkomsten, voert VDE Plant constant verbeteringen door. “We gaan de teeltduur van een philodendron niet verkorten en de plant ook niet minder ruimte geven, want dat gaat ten koste van de zware kwaliteit die we nastreven. We zoeken het meer in algemene maatregelen die het energieverbruik verminderen. Zo hebben we onlangs ontvochtigers geplaatst, zodat we in de winter het luchtwerk niet open hoeven te zetten om af te luchten. Zo houden we warmte in de kas. En we hebben een grote warmtepomp naast de WKK gezet. De 55 graden van de WKK die tot voor kort door de schoorsteen naar buiten ging, wordt nu teruggewonnen en in de kas gebracht. Momenteel zijn we in gesprek met een leverancier van warmtebatterijen. Door elementen in de kas te plaatsen die overtollige warmte opnemen en opslaan, kunnen we die warmte er ’s-nachts weer uithalen.”
De effecten van die maatregelen kan de teler aan de voorkant al laten doorrekenen in de footprint tool. Bij de jaarlijkse herijking van de footprint, ziet het bedrijf de milieu-impact per plant al snel met een paar procenten dalen.

Inzicht bieden aan klanten

Voor IKEA was de pilot slechts een manier om de discussie aan te gaan met telers over het delen van footprint berekeningen van planten. De belangrijkste conclusie was wel: ja, dat is mogelijk. Maar de meeste telers zijn zo ver nog niet. “Ik weet dat Air So Pure, de telersvereniging waarvan ook wij lid zijn, bezig is om leden te stimuleren met de rekenmethode aan de slag te gaan. Uiteindelijk kunnen ze klanten dan ook inzicht geven in de berekeningen, zoals wij dat doen via het Certify-platform. We kiezen zelf wie toegang krijgt. Dat is nu dus IKEA, maar ook tussenhandelaren als Lemkes en Dutch Flower Group krijgen onze berekeningen te zien.”

Criterium assortimentskeuze

Want ook die grote partijen moeten een ketenberekening maken. En daar hoort de input van telers bij. “Voor klanten als de Zweedse keten is dat heel belangrijk. Niet alleen omdat ze verplichte duurzaamheidsrapportages moeten opleveren, voor bijvoorbeeld de CSRD. Maar ook omdat ze er zelf waarde aan hechten om te weten hoe ze presteren; als bedrijf en als keten. Ze verwachten dat ook van ons. Een eis is het nog niet.”
De footprint score is voor de keten nog geen criterium bij de assortimentskeuze, zegt Van der Eijk. Maar daar zou het in de toekomst best van kunnen komen, denkt hij. “Als ketens ergens een extreme footprint zien, kunnen ze best overwegen om met een dergelijk product te stoppen. Maar voorlopig is daar nog geen sprake van.”

Openheid en transparantie

VDE Plant heeft veel tijd en geld geïnvesteerd in het opzetten van een methodiek om de footprint te berekenen. Dat vindt het bedrijf echter niet meer dan logisch. “Elk degelijk bedrijf wil toch weten wat zijn milieu-impact is? Voor mij staan openheid en transparantie voorop. Als bedrijf en als sector moeten we laten zien dat we onze zaakjes op orde hebben. Het eerlijke verhaal tonen. Daar hopen we aan bij te dragen met onze werkwijze. Daarnaast zien we dat de duurzame wetgeving zich snel ontwikkelt. Straks wordt een CSRD misschien ook verplicht voor tuinbouwbedrijven. Dan kun je er maar beter klaar voor staan.”

Tekst: Astrid Zoumpoulis