Het bedrijf van Eric en Mark Bisschops is met name geënt op de productie van dahliaknollen en narcissenbollen. Daarnaast vormt de broei van narcissen op pot een belangrijke pijler. De directe afzet van dit product loopt dit seizoen moeizaam, waarschijnlijk door het koude weer. Hierdoor voeren de broers noodgedwongen meer aan voor de klok. Dat loopt verrassend goed.

Dahlia’s en narcissen; dat is waar het om draait bij de firma Bisschops in Voorhout. De broers Eric en Mark Bisschops zijn de derde generatie aan het roer van het bedrijf. “We hebben 17 à 18 hectare dahlia’s in de vollegrond, voor de knollenproductie”, vertelt Eric Bisschops (foto rechts). “Deze knollen worden geëxporteerd, naar andere Europese landen en de Verenigde Staten. Daar worden ze via de retail verkocht aan consumenten.”
Daarnaast is 14 ha gereserveerd voor de productie van narcissenbollen. Het merendeel hiervan wordt geleverd aan broeierijen in binnen- en buitenland. “De kleinbloemige cultivar ‘Tête-à-tête’ domineert de pottenmarkt voor narcissen. Wij onderscheiden ons doordat we grootbloemige soorten telen, die mooi kort blijven en rijk bloeien. Daarmee zitten we in het hogere segment en kunnen we uit de prijsvechtersmarkt blijven.”

Meerwaarde in bedrijfsopzet

Twintig tot dertig procent van de narcissenbollen broeien de ondernemers zelf af. Vanaf begin januari tot Pasen leveren ze zo’n 200.000 narcissen op pot af. De variatie in potmaten is groot, maar de nadruk ligt op potmaat 13.
“We rooien de bollen in juli en augustus, waarna ze de bewaarcel ingaan. Een narcissenbol heeft een bepaalde koudeperiode nodig om tot bloei te kunnen komen. Vanaf Kerstmis gaan de bollen dan gefaseerd de kas in; wij hebben 0,3 hectare glas. Daar hoeven ze maar een week te staan voordat we ze kunnen afleveren. Als er een groene uitloper op de bol zit, is dat al voldoende. De charme van een bol op pot is immers dat de consument kan genieten van de ontwikkeling van de bloem. Het voorjaar ontluikt in zijn huiskamer.”
Bisschops geeft toe dat de broei van de narcissen op pot een relatief klein onderdeel is van het totale bedrijf. “Desondanks is het wel een belangrijke pijler. Het zelf broeien creëert een stukje risicospreiding, ook kunnen we ons personeel aan het werk houden in de winter en een gelijkmatigere arbeidsfilm creëren. Daarnaast hebben we in de loop der jaren een vaste klantenkring opgebouwd voor dit product. De afzet concentreert zich rondom de Franse grootmoederdag begin maart en rond Internationale Vrouwendag.”

Meer aanvoer voor klok

Het merendeel van de narcissen op pot gaat weg via de daghandel en wordt direct geleverd aan groothandelaren. Dit jaar brengen de broers Bisschops echter ook flink wat product voor de klok. “De directe afzet loopt tot nu toe wat stroever, waarschijnlijk door de koude winter. Daarom wijken we uit naar de klok. Normaal voeren we hier ongeveer 10 procent van onze totale productie aan, dit seizoen is dat ongeveer het dubbele. Ik had nooit gedacht dat ik het nog eens zou zeggen, maar ik ben tot nu toe ontzettend tevreden over de klokprijzen die worden uitbetaald. We komen daarmee heel erg in de buurt bij de prijzen die we krijgen in de directe handel. Datgene wat we daar mislopen, wordt dit seizoen opgevangen door de klok. Ofwel: de klok redt ons narcissenseizoen.”
Bisschops denkt dat het feit dat hij een goede klokprijs beurt ook te danken is aan de strategie die hij kiest. Hij brengt dagelijks twee karren voor de klok, met meerdere soorten: één bij FloraHolland in Naaldwijk en één in Aalsmeer. “Deze aanpak werkt. Op deze manier overvoer ik de markt niet en word ik geen concurrent van mezelf. En dat ik de klok niet overvoer, is ook belangrijk voor Nederlandse collega-broeiers waaraan we bollen leveren. Zij vissen immers deels uit dezelfde vijver. Daarbij maken ook onze soorten een verschil. Bij de Tête-à-tête-narcissen is het een slagveld aan de klok; daar zijn de prijzen heel slecht.”

Krimpend middelenpakket

Richting de toekomst maakt Bisschops zich met name zorgen over het krimpende middelenpakket. De ondernemers investeerden de afgelopen jaren al fors in een duurzamere teeltwijze. “We hebben de inzet van desinfectiemiddelen tegen Fusarium bijvoorbeeld al fors weten te reduceren door een stuk minder warmwaterbehandelingen tegen stengelaaltjes uit te voeren. Een dergelijke behandeling vormt namelijk een ideale bron voor het ontstaan van Fusarium. Nu voeren we vooral heetstookbehandelingen uit in een afgesloten cel.”
Daarnaast vormt het onder de duim houden van onkruid en van de Engels vuur- en Rhizopus-schimmel een steeds grotere uitdaging. “De gereedschapskist qua middelen wordt steeds beperkter. We doen veel om duurzamer te werken, maar er zijn grenzen. Je moet gewoon een middel hebben om indien nodig aan de noodrem te kunnen trekken. Als we niet opletten, hebben we straks geen mogelijkheid meer om op de rem te trappen.”

Tekst: Ank van Lier, beeld: Hielco Kuipers