Sinds vorig jaar zomer rijden bij Royal Pride in Middenmeer twee UV-C robots in een hogedraadteelt van komkommers. De eerste ervaringen van afgelopen winter zijn positief, al houdt teeltmanager René op den Kelder nog een slag om de arm. “De robot is meer een preventieve, dan een curatieve maatregel. Ik denk dat de basis moet zijn: schoon starten en drie keer per week rondgaan. En een meeldauwtolerant ras heeft daarbij mijn voorkeur.”
Op den Kelder zegt dat de UV-techniek op zich niet nieuw is: “Mijn roots zitten in de rozen en tien tot vijftien jaar terug werd het in die teelt al gebruikt. Ik lees dat hij nu populair is in aardbeien. Bij onze buren met komkommers hebben ze er nu ook een. Onze doelstelling is om de planten met behulp van UV-licht vrij te houden van meeldauw in combinatie met groene middelen en meeldauwtolerante rassen. Dat moet omdat het middelenpakket snel afneemt. Je moet wel alle drie tegelijk toepassen.”
Autonoom
De robots rijden alleen ’s-nachts. Het UV-C licht beschadigt het DNA van meeldauwsporen. Overdag is het effect minimaal of nihil omdat de meeldauw zich bij zonlicht dan weer herstelt. De robot begint een uur voor zonsondergang en stopt een of twee uur voor zonsopkomst. Omdat de nachten in de zomer korter zijn, heeft het bedrijf twee robots nodig voor de oppervlakte van 7 hectare, legt de teler uit.
Royal Pride teelt jaarrond verschillende komkommerrassen, belicht en onbelicht. “Onder LED-belichting kan de robot ook rijden, al zit daar blauw licht in, maar dat is te gering en vormt geen probleem. Onder LED kun je dus wel rijden, onder zonlicht niet.”
De robot van de Belgische fabrikant Octiva rijdt autonoom van pad naar pad met behulp van wifi. “Wij rijden hem handmatig de tuin in, zetten hem in het pad waar hij moet beginnen en geven in de app aan: je moet vannacht bijvoorbeeld 60 of 80 paden rijden. In de ochtend rijden we de robots terug naar een dockingstation om de batterij voor de volgende nacht weer op te laden.”
Resetten
De belichte winterteelt verliep voor de robot ‘fantastisch’, vooral in de eerste helft. “In de tweede helft werd het wat lastiger voor de robot, want hij kwam meer stengels tegen. Soms hing er een plant in het pad en kwam het vaker voor dat hij zijn rondjes niet afmaakte. Hij stopt automatisch als hij ergens tegenaan rijdt. En hij herstart niet vanzelf. Dan moet er iemand heen om hem te resetten.”
Hij vervolgt: “We moeten er dus voor zorgen dat de paden netjes vrij blijven, zodat er niets in de weg hangt of staat. Als er een keer een buisrailkar wordt vergeten, wij doen een kant van de tuin per keer, gaat de robot in storing. Dat heb ik nu in de app aangepast: als hij ergens tegenaan rijdt gaat hij keurig terug het pad uit en door met het volgende pad. Dat scheelt weer.”
Strategie
Op den Kelder ziet de combinatie van meeldauwtolerante rassen, UV-licht en biologische middelen als een preventieve strategie om de sporendruk van meeldauw laag te houden. “Goed voor het milieu en het scheelt arbeid. De kracht van de robot zit hem erin dat je 3 keer in de week rondgaat en als er nieuwe sporen zijn, je die snel doodt. Dat werkt het best als de sporendruk nog laag is. Als de sporendruk eenmaal hoog is, ga je het met UV alleen niet redden. Dan moet je alsnog biologisch of chemisch ingrijpen. Niet alle rassen zijn even meeldauwtolerant.”
Toekomst
Een besluit om meer UV-robots aan te schaffen is nog niet genomen. Op den Kelder: “In de eerste teelt van afgelopen zomer waren er nog te veel aanloopproblemen om te kunnen spreken van een succes. We zijn toen vrij laat begonnen en er waren al meeldauwvlekken zichtbaar. Ook kregen we de robot niet altijd goed rond. De afgelopen winterteelt liep het al veel beter. We krijgen nu een onbelichte teelt met een niet-tolerant ras. Nu moet de robot zich echt gaan bewijzen.”
Tekst: Mario Bentvelsen










