Na enkele jaren uitstel krijgt Bunnik Bromelia in De Kwakel dit jaar een aansluiting op de OCAP-leiding voor CO2 uit het Botlekgebied. Voor dat doel is vorige week onder de Westeinderplas een ondergrondse leiding gelegd, die het tuinbouwgebied zal verbinden met de bestaande CO2-hoofdleiding langs de A4. Björn Bunnik: “Hiermee kunnen we verder gaan denken over het verduurzamen van onze warmtebronnen.”
Bromelia is geen snelgroeiend gewas en vraagt niet om veel CO2. Zo’n 750 ppm is voldoende, zegt potplantenteler Björn Bunnik. Tot nu toe werd die CO2 gemaakt met behulp van ketelgas, dat nu nog zorgt voor circa 5% van de totale gasvraag van het potplantenbedrijf, waar achmea, ananas, guzmania en vriesea in breedkappers worden geteeld. Het OCAP-project werd herhaaldelijk uitgesteld door perikelen met vergunningen en het maken van afspraken met boeren. “Ik heb er even op moeten wachten, maar ik ben blij dat het er nu eindelijk van komt.”
Besparing op ketelgas
Hoewel de besparing op ketelgas niet spectaculair zal zijn als de aansluiting eenmaal een feit is, is Bunnik blij met de aansluiting. “Externe CO2 is een van de bestanddelen die we nodig zullen hebben voor een duurzamere energie-oplossing. Ik ben ervan overtuigd dat WKK’s voorlopig belangrijk zullen blijven in het hele energievraagstuk, waaronder het balanceren van het elektriciteitsnet. Maar die gaan op langere termijn wel worden verdreven van de basis naar de piek met het verhogen van de energiebelasting en het individuele CO2-sectorsysteem. Dan zal gas meer en meer gebruikt gaan worden voor de piekvraag in warmte en niet meer voor de baseload. Ketelgas zal nog sneller duurder worden, daar zal meer belasting op komen. Daarom gaat OCAP niet de goedkoopste, maar wel een duurzame oplossing bieden. Ik denk ook dat dat de weg is die we met elkaar moeten inslaan.”
Hoe zit het contractueel met de leverzekerheid van deze CO2? Als er een raffinaderij in de zomer door onderhoud of een calamiteit uitvalt bijvoorbeeld, wat in het verleden vaker is gebeurd, wie moet dat dan oplossen? Bunnik: “Een bekende klacht, maar ik heb daar nog geen ervaring mee. Maar de praktijk is wel dat er hier in Aalsmeer verschillend over wordt gedacht. We horen de klachten ook van teeltbedrijven die zijn aangesloten, dat is een zorg. Hier moet wel een oplossing voor komen. Ik vind wel dat de leverancier daarvoor de verantwoording moet dragen.”
Aardwarmte en datacenters
Wat de verduurzaming van de bromeliateelt betreft: Bunnik heeft zijn stroombehoefte vorig jaar met de helft teruggebracht dankzij de installatie van 100% LED-belichting op het bedrijf van 10 ha. De volgende stap is het verduurzamen van warmtebronnen, zegt de ondernemer. “Er wordt in het gebied volop over gepraat, maar niks is nog concreet. We onderzoeken aardwarmte en datacenter-warmte.”
Datacenters kunnen een interessante optie zijn voor Aalsmeer, denkt Bunnik. “Vlakbij Schiphol staan datacenters met zo’n 240 MW aan elektrisch vermogen. Die warmte moeten ze nu wegblazen of koelen. Omdat ze steeds meer in de spotlights staan, en ook moeten verduurzamen, willen ze die warmte niet meer vernietigen maar aan de omgeving geven. Daar worden nu gesprekken over gevoerd, al ben ik daar zelf nog niet direct bij betrokken.”
Hoge mate van onzekerheid
Aardwarmte is nog niet afgeschreven, al is dit wel risicovol in het Aalsmeerse, zegt Bunnik. “De onderzoeken die er tot nu toe geweest zijn geven een hoge mate van onzekerheid, omdat er scheuren in de ondergrond zitten die de waterstromen kunnen storen. Maar de hoop op aardwarmte in Aalsmeer is nog niet opgegeven, er wordt nog steeds onderzocht naar wat er wel kan. Een proefboring zou nog mooier zijn. Het zou het allermooiste zijn als we van meerdere warmtebronnen gebruik kunnen maken. Met zoveel datawarmte in de buurt kan dat misschien een leuk een-tweetje worden. Dan heb je als teler meer zekerheid.”
Tekst: Mario Bentvelsen












