Een nieuw genotype van de groene perzikluis veroorzaakte dit jaar rumoer in de paprikawereld. Ook Fresh Peppers Baarlo werd door deze variant voor nieuwe uitdagingen gesteld en paste haar bestrijdings- en beheersingsstrategie aan. Onder meer FLiPPER werd voor het eerst ingezet als troef. Volgens gewasbeschermingsspecialist Ruud Thijssen verdient dit biologische insecticide zeker een plek in de geïntegreerde aanpak van het nieuwe genotype. Wel is het nog zoeken naar de juiste en meest effectieve inzet.

Met een omvang van 13,5 hectare verdeeld over twee locaties hoort Fresh Peppers Baarlo tot de toonaangevende bedrijven in paprikaland. Ruud Thijssen is sinds 2009 verantwoordelijk voor de beheersing en bestrijding van ziekten en plagen op het Noord-Limburgse bedrijf, dat eigendom is van de broers Ad en Ferry Gubbels.
“Gewasbescherming en het onder controle houden van ziekten en plagen, dat boeit me enorm”, vertelt Thijssen. “Vooral omdat dit aspect van de bedrijfsvoering continu in beweging is. Er duiken steeds nieuwe dingen op, het is ieder jaar weer een uitdaging om het gewas schoon en gezond te houden. Overigens sta ik er wat dit betreft niet alleen voor: we halen onder meer informatie uit studieclubs en ik spar veelvuldig met paprikaspecialist John van de Pasch van toeleverancier Mertens.”

Biologie en chemie minder effectief

Naast tripsen en rupsen en in mindere mate spint, vormen vooral bladluizen een belangrijk probleem in de paprikateelt. Met een geïntegreerde aanpak lukte het tot dit jaar echter goed om de luizendruk onder controle te houden, geeft Thijssen aan. “Biologisch vormt voor ons de basis: we zetten biologische bestrijders in, aangevuld met groene middelen. Daarnaast is soms wat chemische ondersteuning nodig. Op die manier konden we de bladluizen − de groene perzikluis, maar ook de boterbloemluis, de aardappeltopluis en de rode perzikluis − over het algemeen prima tackelen.”
Daar kwam eind vorig jaar verandering in, toen een nieuw genotype van de groene perzikluis zijn opwachting maakte in de paprikateelt. “Het gaat hierbij om een type groene perzikluis dat genetisch afwijkt van de variant die we al langer kenden”, licht John van de Pasch van Mertens toe. “Al vrij snel na het planten, in december vorig jaar, dook deze op bij de paprikateler in Baarlo. Dat wisten we niet meteen, maar we merkten dat de bestrijding moeizamer verliep. Uit een monsteranalyse bleek toen dat het om het nieuwe genotype ging.”
Thijssen geeft aan dat zowel de biologische bestrijders als de toegelaten chemische middelen minder effectief bleken tegen deze nieuwe variant. “En je kunt ook niet zomaar ineens fors meer chemie gaan inzetten; dan kom je in de knoop met je etiketdoseringen en je mrl’s.”

Aanpassing strategie

Om het nieuwe genotype beter onder controle te krijgen, was aanpassing van de bestrijdings- en beheersingsstrategie noodzakelijk. Om die reden werd onder meer het arsenaal biologische bestrijders uitgebreid. “Eerst zette Fresh Peppers Baarlo alleen galmuggen en sluipwespen in tegen bladluizen, dit jaar zijn zweef- en gaasvliegen toegevoegd aan het leger biologische bestrijders. Ook is het aantal biologische bestrijders per vierkante meter opgeschroefd”, licht Van de Pasch toe.
De paprikaspecialist adviseerde Thijssen daarnaast om het biologische insecticide Flipper te gaan inzetten tegen het nieuwe genotype. “We onderhouden als Mertens goede contacten met Bayer en bekijken ook regelmatig proeven bij hen. Hieruit bleek onder meer dat dit wellicht een mooie aanvulling zou zijn en kon helpen om de nieuwe bladluisvariant beter onder de duim te houden. Een voordeel is ook dat dit biologische insecticide, met kaliumzouten en vetzuren als werkzame stoffen, geen mrl heeft en vaak kan worden ingezet.”

Meer vliegende exemplaren

Begin april zette Thijssen Flipper voor het eerst in. In eerste instantie proefsgewijs, in enkele tralies, en daarna volvelds op beide bedrijfslocaties. “Eerlijk is eerlijk: dit biologische insecticide heeft absoluut effect, maar het resultaat is niet zaligmakend”, geeft hij aan. “Je krijgt de bladluizen hiermee niet helemaal weg. Dat komt mede doordat je de luis echt goed moet raken met dit middel. En dat is niet altijd even eenvoudig, vanwege de dichtheid van het gewas en omdat de luizen vaak onder het blad zitten.”
Ondanks de inzet van Flipper, de uitbreiding van het arsenaal biologische bestrijders en de inzet van een nieuw chemisch middel is het nieuwe genotype van de groene perzikluis momenteel nog steeds niet volledig onder controle. “Het blijft sluimeren”, geeft Thijssen aan. “Dat komt waarschijnlijk mede doordat dit nieuwe genotype meer vliegende exemplaren lijkt te ontwikkelen. Hierdoor verspreiden de luizen zich sneller door de kas en is de bestrijding ingewikkelder.”

Waardevol extra hulpmiddel

Hoewel Flipper het nieuwe genotype niet volledig de kop in weet te drukken, heeft het middel volgens Thijssen en Van de Pasch wel degelijk een toegevoegde waarde in de strijd tegen de groene perzikluis. “Zeker omdat het pakket aan chemische middelen de komende jaren eerder zal krimpen dan groeien”, geeft Van de Pasch aan. “En dan móeten we als tuinbouw wel alternatieven hebben. Die zullen dan misschien wat minder effectief zijn dan we gewend waren en niet alles afdoden, maar we hebben alle troeven hard nodig. En het is goed om hier nú al ervaring mee op te doen.”
Thijssen beaamt dat: “Een middel als Flipper verdient daarom absoluut een plek in de geïntegreerde aanpak van de groene perzikluis. Je deelt er geen hele grote klappen mee uit, maar het is zeker een waardevol extra hulpmiddel.” Hij geeft ook aan dat het nog zoeken is naar de meest effectieve inzet van het biologische insecticide. De gewasbeschermingsspecialist zette Flipper tot nu toe boven in het gewas in, maar wil nu gaan experimenteren met toepassing in het onderste deel van het gewas. “Omdat het gaat om een middel op basis van vetzuren en kaliumzouten kan toepassing bovenin leiden tot gewasschade, wanneer sprake is van felle instraling van de zon. Dat is onderin minder een probleem. Ook horen we van collega’s dat toepassing in het onderste deel van het gewas effectiever zou zijn. Zeker wanneer je het middel met regelmaat inzet. Kortom: we zijn nog zoekende naar de juiste inzetstrategie. Daarmee hopen we de meerwaarde van dit middel verder te kunnen vergroten.”