Hygiëneprotocollen zijn niet meer weg te denken uit de moderne glastuinbouw. Met name in de vruchtgroentesector, waar besmettingen met onder andere komkommerbontvirus en ToBRFV enorme schade kunnen veroorzaken, wordt veel energie, tijd en geld gestoken in preventie. Protocollen om de bedrijfshygiëne op orde te krijgen en te houden zijn daarbij onmisbaar.

Senior adviseur glasgroenten Ewoud van der Ven van Delphy stelt vast dat het ene protocol het andere niet is en dat er in protocollen soms zaken of middelen worden geadviseerd die onvoldoende werken of zelfs schadelijk kunnen zijn voor de onderhavige gewassen. “Een goed hygiëneprotocol vereist maatwerk en dient gebaseerd te zijn op de meest recente, wetenschappelijk onderbouwde inzichten”, legt hij uit.
“Producten en methoden voor reiniging of desinfectie die in een protocol worden opgenomen, moeten de toets der kritiek uiteraard kunnen weerstaan. Dat is helaas niet altijd het geval. Als het protocol rammelt of wanneer de gebruiker het niet op de juiste wijze hanteert, wordt het een papieren tijger en kunnen de resultaten tegenvallen, met alle gevolgen van dien.”

Actualiseren noodzakelijk

De adviseur werkt voor zijn klanten al zo’n vijftien jaar aan en met hygiëneprotocollen, die in de loop der jaren een ingrijpende ontwikkeling hebben doorgemaakt. Dat komt omdat er naast de bekende dreigingen nieuw gevaren op de bedrijven afkomen, zoals het inmiddels beruchte ToBRFV in tomaat. Ze leiden vrijwel altijd tot nog strengere preventieve maatregelen om het gevaar buiten de deur te houden en de kans op interne verspreiding van ziekten (en plagen) zoveel mogelijk te beperken.

Secuur werken

Om effectief te kunnen zijn moet een hygiëneprotocol een soort maatpak zijn, toegesneden op het bedrijf. Het moet ook up-to-date zijn. “Om die reden adviseer ik om het protocol ieder jaar te evalueren en aan te passen op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen over de risico’s en nieuwe mogelijkheden om die te beperken”, zegt Van der Ven. “Wij begeleiden onze klanten daarom ook bij de implementatie en uitvoering van ons protocol. Want een protocol kan nog zo goed zijn, als de uitvoering of handhaving ervan niet op orde is, kan er alsnog heel veel mis gaan. Secuur werken is het parool, zeker bij specifieke dreigingen zoals het komkommerbontvirus of ToBRFV.”

Hygiëne onder de loep nemen

Permanente aandacht voor de bedrijfshygiëne – al dan niet met externe begeleiding – werpt volgens de adviseur beslist vruchten af. “Kijk, van een komkommerteler die in september wat virus oploopt kun je niet zeggen dat hij er een potje van maakt”, relativeert Van der Ven. “Telers die jaar na jaar grote problemen hebben met virussen, of telers die zien dat bepaalde aanbevelingen averechts werken, moeten zich daarentegen eens goed achter de oren krabben. Die zou ik zeker adviseren om samen met een ervaren, onafhankelijk adviseur de hygiëne onder de loep te nemen. Vanuit onafhankelijkheid kun je bovendien alle toegelaten middelen overwegen, waaruit de klant vervolgens een keuze kan maken. Dat is heel iets anders dan uitgaan van een bepaald product en het protocol daarop afstemmen.”

Begeleiding voegt waarde toe

De adviseur heeft meerdere keren ervaren dat klanten die uiteindelijk bij hem terecht kwamen, het na een of twee jaar veel beter voor elkaar hadden en nagenoeg virusvrij waren. “Wij besteden veel aandacht aan het up-to-date houden van onze kennis en protocollen. Om die toegevoegde waarde bij de klant te krijgen is begeleiding noodzakelijk. Het is een onlosmakelijk verlengstuk om de gewenste effectiviteit te kunnen realiseren”, licht hij toe. “Daarmee claim ik niet dat anderen dat niet zouden kunnen. Er zijn ongetwijfeld ook andere partijen die telers uitstekende begeleiding bieden. Ik zou iedereen wel aanraden om het hygiënevraagstuk heel kritisch te benaderen en niet over één nacht ijs te gaan. Een goed hygiëneprotocol is weliswaar een vereiste, maar het valt of staat altijd met de uitvoering.”

Tekst: Jan van Staalduinen