Het kabinet is druk op zoek naar steun voor de spoedwet stikstof, waar voor de kerst in de Eerste Kamer over wordt gestemd. Als deze wet wordt aangenomen – en dat is nog maar zeer de vraag – biedt dit op korte termijn weinig soelaas voor nieuwe tuinbouwprojecten, zegt Henk van Koppen, Adviseur Vergunningen van AAB NL. Wel adviseert hij telers – in lijn met Glastuinbouw Nederland – om ook voor hun bestaande situatie een stikstofberekening uit te laten voeren, zodat men weet hoeveel stikstofdepositie nu wordt veroorzaakt.

Premier Rutte en minister Carola Schouten hebben inmiddels in het Catshuis overleg gevoerd met de natuurorganisaties, nadat eerder de bouwsector en de landbouw aan bod kwamen. Inzet van de minister is halvering van de stikstofuitstoot, om zo de natuur in Nederland te herstellen. Uit een brief van de minister van 4 december aan de Tweede Kamer blijkt welke afspraken er zijn gemaakt tussen Rijk en provincies over intern en extern salderen. Ook staat hierin vermeld dat er bronmaatregelen nodig zijn om de stikstofdepositie te laten dalen en de juridische houdbaarheid te borgen. Boze boeren verenigd in de Farmers Defence Force dreigen met nieuwe acties, omdat ze het niet eens zijn met de inhoud van deze brief. Een oplossing van het echte probleem – halvering van de stikstofuitstoot – lijkt dus nog ver weg.

Intern en extern salderen blijft lastig

Nieuwe tuinbouwprojecten ondervinden hinder van de stikstofcrisis, omdat de uitgifte van nieuwe vergunningen stilligt. Die is tot nu toe alleen nodig als de stikstofdepositie in kwetsbare Natura2000-gebieden door de activiteiten toeneemt. Van Koppen: “Wij kijken eerst of we er met onze berekeningen uit kunnen komen. Als je onder de grens van 0,005 mol/ha/jaar blijft ben je in feite klaar. Dan is een vergunningaanvraag niet nodig. Als dat niet voldoende is kijken we naar andere creatieve oplossingen, bijvoorbeeld mogelijkheden om aan te sluiten op restwarmte of het aanpassen van aanrijroutes. Intern salderen blijft lastig, omdat de regels met name zijn geformuleerd met de veehouderij in het achterhoofd. Het bevoegd gezag heeft eigenlijk nog geen concrete ervaringen met de glastuinbouw. Daarom proberen we op korte termijn met hen om tafel te gaan.”
Wat de brief van minister Schouten betreft: “Het voordeel is dat alle provincies dezelfde regels hebben vastgesteld. Dat ze nu op een lijn zitten is winst. Ook zijn de verwijzingen naar fosfaatrechten eruit gehaald. Dat is mooi, maar per saldo kan je op dit moment nog steeds niet extern salderen met de veehouderij.”

‘Laat je legaliseren’

Tijdens een stikstofseminar van AAB NL afgelopen maand kwam naar voren dat telers, die vóór de uitspraak van de Raad van State eind mei 2019 hebben gebouwd, wordt geadviseerd een stikstofberekening uit te laten voeren. ‘Laat je legaliseren’, zei Leonie Claessens van Glastuinbouw Nederland. Zij adviseerde telers een berekening van de bedrijfsactiviteiten in Aerius (de stikstof-rekentool van de overheid) te laten maken en er door het bevoegd gezag een handtekening onder te laten zetten. Dit om verrassingen in de nabije toekomst te voorkomen. Aangezien elke mol uitstoot in heden én verleden meetelt in de beoordeling van de stikstofruimte voor een nieuwe investering.
Van Koppen: “Wie nieuw wil bouwen en een toename aan stikstofdepositie veroorzaakt, zal in het merendeel van de gevallen aan de slag moeten met salderen. Hierbij kan alleen worden verrekend met de ‘feitelijk gerealiseerde capaciteit’ die doorgaans lager ligt dan waar toestemming voor is verkregen. Bij extern salderen vindt hierover ook nog eens 30% afroming plaats.”

Aanvullende vergunning

Omdat het merendeel van de glastuinbouw geen natuurvergunning heeft, wordt voor de toestemming gekeken naar de situatie ten tijde van de referentiedatum. Dit betreft veelal 7 december 2004 of, in het ergste geval, 1994 en verschilt per Natura 2000-gebied. Als er dus voor de bestaande situatie een natuurvergunning wordt afgegeven dan kan deze worden gebruikt om mee te salderen in plaats van de oudere referentiesituatie. “Het is dan ook zaak ook voor de bestaande bedrijfsvoering de verleende Omgevingsvergunning te laten aanvullen met een vergunning voor de Wet Natuurbescherming”, aldus Van Koppen. “Maar de eerste stap is het uitvoeren van de Aerius-berekening om vast te stellen of een natuurvergunning überhaupt moet worden aangevraagd.” Hij adviseert dit tijdig te laten uitvoeren, om zoveel mogelijk ‘in de rij vooraan te staan’ als de overheid begint met het uitgeven van stikstofruimte.

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen