Kwekerij IJsselgrow heeft de afgelopen twee jaar alle kassen voorzien van insectengaas, vooral om virusoverdracht door luis tegen te gaan. Bij een nieuwbouwlocatie werd het gaas gecombineerd met een dek met eenzijdige nokluchting. Het helpt. Net als vorig seizoen hebben de komkommertelers ook deze zomer nog geen CABY-virus in hun gewas aangetroffen. ‘Het idee dat je niet meer zonder kan, is bij ons alleen maar versterkt’.

IJsselgrow is een komkommerbedrijf in IJsselmuiden van totaal 10 ha, gerund door familie Limburg samen met Herman Keijsers. In 2020 bouwden de telers een nieuwe kas van 4 ha waarbij ze kozen voor eenzijdige nokluchting (luchtramen over de hele lengte van de kap), afgedicht met luizengaas.

Luizen, wantsen en grotere insecten

Het gaas heeft mazen van 0,7 x 0,4 mm en houdt luizen, wantsen en grotere insecten en dieren buiten de kas. Op deze manier wilden de ondernemers controle houden over de verspreiding van virussen, die veelal via luizen in het gewas terecht komen. Omdat het eerste seizoen zo goed beviel liet IJsselgrow de twee andere, bestaande kassen ook voorzien van insectengaas. Dit betreft een kas met luchtramen met drie ruiten en een oudere kas met luchtramen met twee ruiten.
De telers hebben nog geen last van het door luizen overgedragen Cucurbit Aphid-Borne Yellow (CABY)-virus, hoewel dit sinds juni weer op diverse komkommerbedrijven in Nederland is opgedoken. Aan het begin van de zomer dwong dit virus sommige bedrijven al tot het vroegtijdig stoppen van teelten. Eenmaal aangetast produceren komkommerplanten nauwelijks meer.

Veel minder correctie

“Het effect van het gaas is voor ons dus heel goed en het heeft bij ons het idee versterkt dat je niet meer zonder kan in de komkommerteelt”, zegt Herman Keijsers. Hij ziet dat de voordelen van het insectengaas nog verder gaan dan het buitenhouden van het CABY-virus alleen. “Doordat je de grotere plaagdieren als luis, wants en rupsen niet binnenkrijgt, hoef je daar ook geen chemische correcties op toe te passen. Dat betekent ook niet telkens een optater voor je biologische bestrijders, die je in het gewas hebt zitten vanwege de kleinere lastposten als trips, wittevlieg en spint”, vertelt hij.
“Dat is een groot voordeel, want daardoor loopt het in een afgegaasde kas heel makkelijk met de biologische bestrijding. Je houdt balans.” Het toegepaste gaas is niet gemaakt voor het buitensluiten van trips en wittevlieg, maar houdt hier toch een deel van tegen, zodat de invlieg niet zo massaal is en ook om die reden beheersbaar blijft, stelt Keijsers.
Anderzijds is het buitenhouden van wantsen heel waardevol, omdat daar nog weinig biologische bestrijders tegen verkrijgbaar zijn op de markt. “Als je wantsen binnenkrijgt betekent het dat je moet spuiten met alle nadelen van dien.” Hij vindt dat het uitsluiten van virussen rust geeft en zekerheid inbouwt. “Je hoeft niet meer in de war te zitten over een correctiemiddel dat verboden wordt.”

Betere klimaatbeheersing

De komkommertelers combineerden het insectengaas in de nieuwe kas met een kasdek met eenzijdige nokluchting, waarbij bijna alle ramen aan de noordzijde van de kas open kunnen. Die innovatie pakt ook voor de klimaatbeheersing heel goed uit, dat kunnen de telers na bijna twee volledige teeltseizoenen volmondig stellen.
“Het is in de nieuwe kas ’s zomers zelfs altijd koeler dan in de andere kassen. De luchtcapaciteit is namelijk groter dan bij een normale kas, bijna 50 procent van het dek kan open versus 30 procent bij een normaal dek”, vertelt Klaas Limburg, die de teelt in IJsselmuiden aanstuurt. “Wij hebben gekozen voor luchtramen aan de windzijde. Maar het blijkt dat de kant niet uitmaakt. De warme lucht in de kas stijgt op en gaat wel naar buiten, als het luchtgat maar groot genoeg is.”
Alleen in de oudste kas, die stamt uit 1985, is het binnenklimaat bij warm weer een iets grotere uitdaging. Al heeft dat nog niet tot problemen geleid. “Eventueel kunnen we het dek nog krijten, mocht het te warm worden”, aldus Keijsers.

Tekst en beeld: Koen van Wijk