In kleinschalig onderzoek scoort belichting met een spectrum dat veel lijkt op zonlicht altijd beter. Gewassen groeien dan op zonder stoornissen. In de praktijk neemt de belangstelling voor ‘wit’ (breedspectrum) licht duidelijk toe. Er zijn in Nederland echter nog maar nauwelijks bedrijven met voldoende praktijkervaring. De gebroeders Vahl lopen voorop en delen na bijna een jaar telen hun inzichten.

Langzamerhand schakelt de tuinbouw om van SON-T naar LED-belichting. In combinatie (hybride belichting) of als full LED. Maar de eerste introductie – armaturen met vooral rood en een beetje blauw, eventueel verrood – is bij de komkommerteelt niet zonder problemen verlopen. Zodra het natuurlijke licht in de minderheid is, doen zich zaken voor als bol blad, overmatige scheutvorming en vruchtabortie. Ook bij roos zie je problemen: klein blad, kleine knoppen en te zware bedoorning. Verder werkt het niet plezierig onder paarsig licht. Reden om te zoeken naar een beter spectrum, ook al is dat duurder in elektriciteitskosten.

Zonlicht beste spectrum

“Deze problemen zijn niet exclusief voor LED’s. Onder SON-T zie je bij tomaat in sommige jaren rond december en januari groeistoornissen en paarse koppen. Zodra het zonlicht toeneemt in maart krijg je weer normale groei”, vertelt Barend Löbker, directeur en teeltvoorlichter van Vortus. “Je ziet de problemen vooral in Nederland en de buurlanden. In Zuid-Europa is het natuurlijke lichtniveau hoger. Als je minder uren zou belichten, zouden de problemen wel afnemen, maar dat wil je niet.”
In theorie heeft zonlicht het beste spectrum. Tot voor kort was er echter nauwelijks praktijkonderzoek met ‘wit’ licht. De afgelopen twee jaar is dat echter sterk veranderd: in Nederland, België en Duitsland liepen en lopen onderzoeken. De resultaten daarvan werken blijkbaar overtuigend, want leveranciers van breedspectrum LED’s melden dit jaar een duidelijke toename van de belangstelling. Ook Löbker ziet de toenemende interesse. “In principe is een breed spectrum voor elk gewas beter”, denkt hij.

Eerdere proeven

Voor Gebroeders Vahl waren het advies van Löbker en de proefresultaten in België en Wageningen doorslaggevend. “We hadden al verschillende LED-spectra uitgeprobeerd. Maar het gewas groeide ofwel te vegetatief, ofwel te generatief, afhankelijk van het spectrum. We kregen het niet in balans. Toen vertelde de voorlichter over veelbelovende proefresultaten in Canada”, vertelt Kees Vahl.
Samen met broer Dries en oom André leidt hij het komkommerbedrijf van 10 ha in IJsselmuiden. Daarnaast hebben ze nog een biologisch bedrijf van 2,5 ha (tomaat, paprika) en een vestiging van 4,6 ha in Bralitz (deelstaat Brandenburg, Duitsland), waar ze komkommer en paprika telen.

Opschalen naar 2 hectare

Op grond van het onderzoek van Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver in België hebben ze gekozen voor de compacte Vypr 3×2 armatuur met het PhysioSpec Broad R4 spectrum van Fluence by Osram. Het is toplicht met een intensiteit van 260 µmol/m²/s. De kleurverdeling is ongeveer 40% rood, 40% groen en 20% blauw. Het gaat daarbij niet om losstaande lichtpieken: ook de kleuren er tussenin zijn aanwezig (zie grafiek van het spectrum).
De proef loopt sinds januari en beslaat 2.000 m². Er zijn nu twee hogedraadteelten geweest: de eerste met het ras Skyper en de tweede met Lausanna. Het bevalt zo goed dat de telers in december opschalen naar 20.000 m² met de langere armatuur Vypr 3P.
In het begin waren er wel wat kinderziekten. Ze hielden 1,5 stengel per m² aan, zoals ze gewend waren bij de onbelichte teelt. “Al snel bleek het echter nodig om twee keer zoveel stengels aan te houden. Ook was de EC in het begin te laag. Daardoor hebben we wel wat productie verloren”, vertelt Vahl. Die productie lag overigens 60% hoger ten opzichte van de onbelichte teelt.
Het klimaat in de proefafdeling kan apart geregeld worden; de voeding en de CO2-dosering echter niet. Voorlichter Löbker denkt dat productie bij optimale CO2-dosering nog wel hoger had kunnen uitvallen.

Donkergroene wintervruchten

Behalve over de productie is de teler erg te spreken over de kwaliteit. Die is het hele jaar door stabiel: mooie donkergroene vruchten met een goed model en een lange houdbaarheid, niet alleen in de zomer, maar ook in de winter. “Een groot voordeel in de concurrentie met Spaans product. We streven over het hele jaar naar een gelijkmatige productie”, zegt Vahl.
Dat wordt onder andere gerealiseerd doordat de teler het belichtingsniveau steeds aanpast aan het zonlicht. Ter hoogte van de koppen hangt een PAR-sensor die het lichtniveau aanstuurt op grond van de lichtintensiteit. Bij voldoende zonlicht worden de LED’s gedimd; bij donker weer of zelfs als er wolken overdrijven, gaat het lichtniveau weer omhoog. Opvallend is dat de lampen ook hartje zomer ingezet worden. In de nanacht en in de donkere periode afgelopen juni/juli nog wat langer. Voorlichter Löbker: “Zo realiseren we een zo constant mogelijk lichtniveau. Met SON-T kun je dat in de zomer niet doen, omdat die lampen te veel warmte afgeven. Met LED’s kan het wel. Zo krijg je een heel gelijkmatige groei zonder stress.”

Hogere temperatuur

Het hogere lichtniveau maakt een hogere etmaaltemperatuur mogelijk. Die lag gemiddeld 2ºC boven die van de onbelichte teelt. Het is vooral die hogere temperatuur die voor de teeltversnelling zorgt. Het gewas maakt meer bloemen en de uitgroeiduur is gemiddeld twee dagen korter.
De belangstelling onder collega’s is groot. Opvallende opmerking van een bezoekende teler: “Ik zie eindelijk eens een komkommer die normaal groeit onder LED-licht.”
Toch zijn er nog heel veel vragen te beantwoorden geven Löbker, Niko Kirsten en Leo Lansbergen aan. De laatste twee zijn respectievelijk strategisch accountmanager tuinbouw en horticulture servicespecialist bij Fluence. Lansbergen: “We zien een tendens richting hogere lichtniveaus – Löbker beaamt dat – en daar past een hogere plantdichtheid bij. Dan wordt het juiste spectrum nog belangrijker, zeker in de winter.”
Voor Löbker moet er nog meer zicht komen op de vraag hoe planten reageren op die hoge lichtniveaus. “Je zou kunnen spelen met lichtniveaus of -kleuren over het jaar heen. Maar een teler kan dat niet uitvinden; je kunt dat alleen in een proef testen.”

Openstaande vragen

Kirsten wil meer zicht op de interactie van natuurlijk en aanvullend licht. “We zien namelijk ook positieve effecten van assimilatiebelichting met LED’s in lente, zomer en herfst, als het natuurlijke lichtniveau al hoog is. Verder kiezen telers in landen waar de elektriciteit duur is, zoals Duitsland, liever voor een lager lichtniveau. Dan is het wel lastiger om balans te bereiken. Dus de vraag is welk niveau je minimaal nodig hebt.”
Lansbergen krijgt veel vragen van telers over elektriciteitsverbruik, efficiëntie, proefresultaten, maar met name over het effect van de verschillende kleuren op de plantenfysiologie. “Een breed spectrum biedt veel voordelen, maar je kunt dat op allerlei manieren invullen met verschillende percentages voor de kleuren. Er is veel verwarring. Wij stellen de efficiëntie van de plant centraal, de efficiëntie van de lamp wordt pas daarna besproken. Alleen met de juiste fysiologische achtergrond en duidelijke proefresultaten kun je de telers goed adviseren.”

Tekst: Tijs Kierkels