In de media woedt een verhitte discussie over de impact en wenselijkheid van houtige biomassa voor het opwekken van elektriciteit en warmte. Discussiepunten zijn onder meer de luchtkwaliteit van biomassacentrales, de bijstook van houtpellets in steenkoolcentrales en het effect daarvan op het verdwijnen van bosareaal en biodiversiteit in de landen van oorsprong. Strengere regels liggen op de loer, waarschuwt Jeroen Larrivee van BlueTerra. “Het imago van houtige biomassa is erg verslechterd, door berichtgeving die niet goed op de feiten is gebaseerd.”

Het kabinet beschouwt houtige biomassa – op basis van EU-wetgeving – als een duurzame energiebron, die komende jaren nodig is om de klimaatdoelen te halen en de gaskraan in Groningen dicht te draaien. Zo worden de grote kolencentrales in Geertruidenberg en Eemshaven momenteel omgebouwd tot biomassacentrales. Als alle plannen doorgaan staan in Nederland binnen een paar jaar 600 biomassa-installaties, van heel klein tot groot. Daarvoor heeft de overheid 11,4 miljard euro subsidie gereserveerd, al is het vanwege de stikstofcrisis hoogst onzeker hoeveel projecten daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden.

Maatschappelijke druk

Maar bij de verbranding van biomassa voor energieopwekking worden steeds meer vraagtekens geplaatst. Een Europese koepel van wetenschappers noemde biomassa onlangs ‘een hele slechte energiebron’. Ook verscheen recent in het nieuws dat biomassacentrales meer stikstof, fijnstof en CO2 uitstoten dan kolencentrales, al is dit bericht door de onderzoekers zelf genuanceerd. Twee grote energiebedrijven – Engie en Vattenfall – besloten onlangs onder maatschappelijke druk om af te zien van de bouw van nieuwe biomassacentrales, in Nijmegen en Diemen.
De politieke weerstand tegen het verbranden van hout voor energieopwekking neemt toe. Tegen diverse biomassa-installaties, lopen bezwaarprocedures. De stikstofcommissie van Johan Remkes adviseerde het kabinet om te stoppen met subsidies voor het bijstoken van biomassa. Wat betekent dat voor de glastuinbouw?

Snoei- en afvalhout

“Het hout dat we in de glastuinbouw gebruiken is echt een afvalproduct”, zegt Jeroen Larrivee van BlueTerra. “Het bestaat uit snoei- en afvalhout uit bossen en plantsoenen. Er worden dus geen bossen gekapt voor die biomassastroom. De bijstook in energiecentrales is een ander verhaal. Dat is geïmporteerd hout en daarbij spelen andere zaken en risico’s. Dat komt van verder weg en is moeilijker te controleren. Maar ook daar is het een afvalstroom, want in Amerika, Oost-Europa en Scandinavië gaat het om bossen die gekapt worden voor de hout- en papierindustrie, de productie van pellets is gezien het volume beperkt.”
Als je op een goede manier met je bossen omgaat, dat weten ze in Scandinavië al heel lang, kun je er producten uithalen zonder dat het negatieve impact heeft. Daar zijn biomassacentrales al decennia een geaccepteerde energiebron. “Maar die discussie is voor de tuinbouwsector minder relevant, want daarvoor zijn geïmporteerde pellets eigenlijk te duur.”

Luchtkwaliteit

Een tweede bezwaar dat vaak wordt geuit in de media betreft de luchtkwaliteit van biomassacentrales. Omdat voor een centrale van 15 MW of minder geen milieuvergunning nodig is zouden kleinere installaties vuiler zijn dan steenkool. “Inderdaad is 15 MW de grens voor een vergunning. Maar dat wil niet zeggen dat die installaties niet aan de normen hoeven te voldoen, zoals D66 beweert.
Ook die kleine installaties hebben uitstootnormen, die vallen alleen onder een andere regelgeving. Eigenlijk is het zo dat installaties vanaf 5 MW al moeten voldoen aan de aller strengste eisen, al geldt voor installaties groter dan 50 MW nog een verscherpte uitstootnorm voor NOx. Maar de strenge uitstootnormen nemen de maatschappelijke onrust niet weg. De meeste installaties in de tuinbouw zitten tussen 1 en 15 MW. Kom je daarboven dan ga je in een ander vergunningstraject, dat veel meer tijd kost. De meeste ondernemers gaan daarom voor een kleinere installatie.”

Vergunningsvrije grens

Toch heeft de discussie over houtige biomassa impact op de glastuinbouw, denkt Larrivee. “Het zou kunnen dat ze de vergunningsvrije grens gaan verlagen. Nu heb je alleen een bouwvergunning nodig en moet een houtstookinstallatie binnen het bestemmingsplan passen. Als je onder de 15 MW blijft heb je alleen een meldplicht en hoef je geen milieuvergunning te hebben. Als ze die waarde gaan verlagen zou dat een extra drempel kunnen gaan vormen.”
De energieadviseur verwacht dat er nog een flink aantal grote projecten die nu nog op de tekentafel liggen uitgewerkt en gerealiseerd zullen worden. “Dan hebben we het over een termijn van drie tot vier jaar, tot 2024. Het gaat dan om grote installaties die warmte zullen leveren aan meerdere bedrijven. Maar ik denk dat het daarna heel snel gaat afvlakken met nieuwe installaties.
Veel hangt af van de keuzes die dan gemaakt worden met betrekking tot de subsidie en van de beschikbaarheid van houtige reststromen uit Nederland. Larrivee: “Als dat opraakt, vanwege de projecten die we nog willen bouwen, denk ik dat het voor de tuinbouw klaar is en voorzie ik dat er niet verder gegaan zal worden met geïmporteerd hout, gezien de maatschappelijke onrust op dit punt. Subsidies die voor die tijd zijn verkregen blijven voor 12 jaar geldig, voor de kolencentrales is het 8 jaar. Voor kolencentrales zullen geen nieuwe beschikkingen worden verleend.”

Tekst: Mario Bentvelsen