Recente rapportages van de hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard bevestigden een gestage verbetering van de waterkwaliteit. Delfland is wel verder, omdat daar de gebiedsgerichte polderaanpak al langer wordt toegepast. Dat beleid is dus effectief. Toch vinden beide waterschappen dat er nog een schepje bovenop moet. “Maar niet alles wat je meet, kun je de sector aanrekenen”, zegt tuinbouwbestuurder Theo Ammerlaan.

De rapportages tonen aan dat de waterkwaliteit in de glastuinbouwpolders van het Westland en Oostland afgelopen jaar weer is verbeterd, wat past in een jarenlange trend van gestage vooruitgang en een dalende trend van residuen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het oppervlaktewater. Toch tonen de waterschappen zich nog verre van tevreden. In Schieland worden nog steeds te veel verschillende stoffen in het water aangetroffen, soms in te hoge concentraties, liet Hoogheemraad Agnes van Zoelen in reactie op de cijfers weten. Over de hele linie valt de verbetering tegen, vindt zij.

Sociale controle

Theo Ammerlaan van Glastuinbouw Nederland regio Oostland wijst op de vooruitgang die is geboekt onder de telers en ziet daarin het succes van de gebiedsgerichte aanpak die de bewustwording onder telers heeft gestimuleerd. “Dit is de basis om vooruit te komen. Twee dingen zijn daarin belangrijk. Ten eerste de samenwerking met de hoogheemraadschappen. Doordat je als teler samen met deskundigen van het waterschap de waterstromen op je bedrijf onder de loep kan nemen, kom je wellicht ongedachte waterstromen tegen die – onbewust – tot lozingen hebben geleid.”
Zeker zo belangrijk is de sociale controle onder telers die de polderaanpak met zich meebrengt, meent hij. “Het is immers ook in jouw belang om een collega aan te spreken als je iets ziet dat niet klopt.”
Als er toch een normoverschrijding wordt vastgesteld, dan kan het waterschap niet spreken van ‘de sector’, vindt de bestuurder. “Dat is generaliseren waarmee je tekort doet aan het gedrag van de meeste telers.” Uit de rapportages blijkt ook dat dit om incidenten gaat, die wel meteen een grote impact hebben op de waterkwaliteit.

Drift

Wel vraagt Ammerlaan om realisme bij de waterschappen. “Er worden tegenwoordig meer stoffen gemeten en daardoor ook gevonden. Waarschijnlijk gaat het soms om oude vervuilingen, die pas jaren later in het water terecht komen, en dan ook nog in zeer kleine concentraties”, zegt hij.
Teelten op substraat en op betonvloeren zijn vrijwel gesloten systemen, dus daaruit zou in principe geen emissie mogelijk zijn, volgens hem. “Middelen die uit deze teelten toch het oppervlaktewater bereiken, zijn misschien door drift in zeer kleine concentraties de kas uit gekomen. Ik vraag me af wat we daar nog aan kunnen doen.”

Verschil

De gebiedsgerichte polderaanpak in het beheergebied van Schieland en de Krimpenerwaard is pas in 2019 gestart, een paar jaar na Delfland. Ammerlaan: “Daardoor zit er nog een verschil in de resultaten. Maar ook in Oostland is de bewustwording flink verbeterd bij de telers. De tendens is dat we op de goede weg zitten.” Uit de rapportage van Schieland en de Krimpenerwaard blijkt dat er de laatste jaren wel meer gewasbeschermingsmiddelen worden aangetroffen in het water. De bestuurder denkt dat dit komt doordat er meer gemeten wordt.
Volgens handhaver Steven van Zimmeren van Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard kan dat kloppen. “We meten ook wat intensiever in de gebieden dan Delfland doet. Wij meten maandelijks op alle meetpunten. Als je vaker meet, vind je uiteraard ook meer.”
Als er nog een schepje bovenop moet, zoals waterschapsbestuurders stellen, komen er andere middelen in beeld, volgens hem. “Het werken aan schoner water gebeurt nu nog in samenspraak met de sector. Als de waterkwaliteit ondermaats blijft, dan ligt verstrenging van het toelatingsbeleid voor de hand. Dat is met een aantal middelen al gebeurd.”

Tekst en beeld: Koen van Wijk