De zuiveringsregels die volgend jaar ingaan, kunnen grondtelers met veel kwel voor problemen stellen. Bij Qualily in Maasdijk is de grondwaterstand in een proef opgetrokken om de hoeveelheid af te voeren water te reduceren. Technisch is het mogelijk en het gewas leed er niet onder. Er moet wel nog steeds een waterstroom naar de zuivering.

Zo’n 80% van het drainagewater is niet afkomstig van het leliebedrijf zelf maar het gevolg van kwel of inzijging. De doorlatende grond van de Oranjepolder in Maasdijk voert constant water van elders aan. Om de hoeveelheid drainagewater te verminderen is vorig jaar als proef de grondwaterstand in een vak van 0,5 ha opgetrokken, van oorspronkelijk 1 meter naar 65 centimeter.

Proefvak Oranjepolder

De proef in de Oranjepolder werd uitgevoerd met een kniebocht en een verlengpijpje op de drainuitstroom van de onderbemalingsput. In het artikel in de januari-editie van Onder Glas zijn de voorlopige resultaten beschreven: de hoeveelheid drainagewater in het proefvak verminderde aanzienlijk, terwijl het gewas niet leed onder de verhoogde grondwaterstand. Toen stond echter nog een belangrijk deel van de winter, de cruciale periode, voor de deur.

Grondwaterstand omhoog

Op grond van de positieve resultaten besloot mede-eigenaar John van Ruijven begin dit jaar om de grondwaterstand in de hele tuin omhoog te brengen. “Dat heeft tot gevolg gehad dat we per periode van vier weken 500 m3 minder drain kregen. Voor het gewas was dit totaal geen probleem; de kwaliteit bleef exact op peil. Maar de grondwaterstand nog verder omhoogtrekken, doen we niet. Dat brengt te veel risico met zich mee”, vertelt hij. Door de afgenomen hoeveelheid drainagewater hoeft Van Ruijven minder weg te pompen en te zuiveren. “Vanwege de ervaringen in Maasdijk hebben we de maatregel ook op onze tuin in Kwintsheul toegepast, op dezelfde manier. Daar hadden we niet zo veel kwel en het resultaat is nu dat we daar nu helemaal niets meer lozen”, zegt hij.

‘Teelttechnisch geen bezwaren’

De proef in Maasdijk was ingezet door Wageningen University & Research. Onderzoeker Wim Voogt heeft het vochtgehalte van de grond en de grondwaterstand steeds nauwlettend in de gaten gehouden. In het begin zijn de ontwikkelingen in het proefvak vergeleken met de rest van de tuin. Maar omdat Van Ruijven besloot de maatregel uit te breiden naar de hele tuin, werd de onderzoeker de tweede helft van het seizoen wat gehandicapt omdat hij geen twee situaties op dezelfde tuin meer kon vergelijken. Dat heeft alleen consequenties voor de kwantificering van de afname van de hoeveelheid drainagewater, zegt hij. “De belangrijkste onderzoeksvragen zijn beantwoord. Het is technisch mogelijk de grondwaterstand omhoog te brengen en teelttechnisch zijn er geen bezwaren: het gewas stond er goed bij en er deden zich geen extra ziekteproblemen voor. Ook de grondbewerking leed niet onder de maatregel”, vertelt hij.

‘Optrekken kan tot zekere hoogte’

Bij het schrijven van dit artikel was het onderzoeksrapport nog niet afgerond. Voogt maakt nog een waterbalans, waarin hij de watergift en de verdamping berekent, zodat duidelijk wordt welk deel van de gemeten hoeveelheid drainagewater afkomstig is van inzijging en kwel. Van Ruijven heeft zijn eigen conclusie al wel getrokken: het is mogelijk om de grondwaterstand omhoog te trekken zonder problemen, maar tot op zekere hoogte. Nog verder optrekken kan wel tot gewascomplicaties leiden. Zo blijft er toch een af te voeren waterstroom over, maar die is flink minder dan voorheen.

Tekst: Tijs Kierkels