Speurhonden kunnen goed Fusarium in amaryllis ontdekken. De gewascoöperatie Amaryllis gaat verder onderzoeken of hun prestatie ook in praktijksituaties voldoende en toepasbaar is.

De schimmel Fusarium solani vormt een probleem bij amaryllis. Een vroege aantasting in de bol is niet te zien en er bestaat geen goede methode om die op te sporen. De moederbollen zijn kostbaar en zomaar partijen weggooien bij vermoedens van aantasting is dus geen optie. Van de andere kant kan een niet-ontdekte aantasting uitbreiden naar andere bollen en voor flinke vervolgschade zorgen.

Opsporen zonder beschadiging

Vorig jaar is de Stichting Control in Food and Flowers gestart met een project om Fusarium in een vroegtijdig stadium op te sporen zonder de bol door te snijden. Aanknopingspunt daarbij is dat veel ziekten een karakteristieke geur hebben.
“Mensen kunnen die in het algemeen niet of nauwelijks ruiken. Inmiddels bestaan er wel zogenaamde E-noses (elektronische neuzen), die al ingezet worden om in ziekenhuizen gevaarlijke bacteriën op te sporen. Maar een speurhond kan nog altijd veel beter ruiken dan een elektronische neus. Ze zijn in staat drugs, explosieven, geld en ziekten bij de mens te vinden. Ook met plagen zoals de Aziatische boktor Anoplophora of de paprikasnuitkever zijn er inmiddels goede ervaringen”, vertelt André van der Wurff van Groen Agro Control.
Alle reden om uit te testen of ze een rol kunnen spelen bij het vinden van Fusarium in amaryllisbollen.
Het project wordt gefinancierd door Stimuflori, gewascoöperatie Amaryllis en Groen Agro Control en ondersteund door KAVB en Bulb Quality Support.

Hondenexamen

Bert van Straten van Pack Leader heeft twee van zijn speurhonden getraind. Vervolgens lag het project een tijdje stil vanwege de coronacrisis, maar afgelopen week hebben de honden ‘examen’ gedaan. Ze roken aan zakjes met stukjes bol, al of niet ziek. Zo slaagden ze erin 89-90% van de zieke bollen te vinden.
Van der Wurff: “Fusarium opsporen blijkt toch veel lastiger dan drugs en explosieven of het opsporen van insecten. Het is de vraag waar de honden op aanslaan bij een zieke bol: de geur van de schimmel zelf of de afweerstoffen die de plant tegen de schimmel maakt. Bovendien kunnen telers een beginnende aantasting niet zien. Die twee aspecten maken het heel lastig om de hond goed te trainen. Als je daar rekening mee houdt, vind ik als onderzoeker die 89-90% een bijzonder goed resultaat.”

Cruciale geurstoffen

De telers van de gewascoöperatie reageerden echter wat terughoudend. Ze hadden liever een score van 95-100% gezien. Van der Wurff denkt dat de methode nog wel te verbeteren valt, bijvoorbeeld door het maken van een constante geurbron voor de training. Dan ben je niet meer afhankelijk van bollen met allemaal verschillende geuren. Met gaschromatografie kun je meer zicht krijgen op de cruciale geurstoffen, die specifiek zijn voor een fusariumbesmetting. Die kun je dan bestellen of namaken en in een buisje doen. Dan valt de hond nog beter te trainen en leert hij op welke specifieke lucht hij moet aanslaan.
De telers hebben inmiddels besloten er zelfstandig (samen met de trainer) mee verder te gaan.

Tekst: Tijs Kierkels