Het Nederlandse bedrijf Agro Care teelt sinds twaalf jaar snacktomaten in Marokko. De hoge energieprijzen in West-Europa vormden destijds de belangrijkste reden voor de opzet van het dochterbedrijf. Inmiddels is de productie van snacktomaten vrijwel volledig verplaatst naar Tunesië en Marokko, vanwege de fors lagere arbeidskosten in deze landen. Maar telen kent er ook uitdagingen: de beschikbaarheid van arbeid en water staan steeds meer onder druk.

Het gebied ten zuiden van de Marokkaanse stad Agadir, de zogeheten Sous-Massa-regio, is een echte ‘tuinbouw-hotspot’. In de regio wordt een breed scala aan producten geteeld, waaronder zachtfruit en vruchtgroenten. Het Nederlandse bedrijf Agro Care is lid is van coöperatie Harvest House. Het bedrijf teelt diverse soorten tomaten teelt en tot de grootste tomatenproducenten van Europa hoort, streek twaalf jaar geleden neer in dit Noord-Afrikaanse land.
“We begonnen daar met het telen van snacktomaten vanwege de oplopende energiekosten in West-Europa. In Marokko kun je telen zonder inzet van energie”, vertelt Stijn Weijns, sinds drie jaar directeur van Agro Care Morocco. “In eerste instantie deden we dit in joint-venture met een andere ondernemer, sinds vijf jaar is het Marokkaanse bedrijf volledig in handen van het Nederlandse teeltbedrijf.”

Lagere arbeidskosten

Werd in 2013 gestart met een teeltoppervlak van 5 ha, inmiddels omvat het bedrijf 33 ha snacktomaten. Daarnaast wordt intensief samengewerkt met drie lokale telers, die samen 50 ha snacktomaten op contract telen.
Weijns: “Hoewel de hoge energieprijzen de aanleiding vormden om te starten in Marokko, bleken ook de fors lagere arbeidskosten al snel een belangrijk voordeel. De teelt van snacktomaten is erg arbeidsintensief; in Nederland zijn de arbeidskosten dusdanig hoog dat de marge per kilo lager uitkomt dan bij de teelt van andere tomatensoorten. Om die reden is inmiddels bijna onze volledige productie van snacktomaten overgeheveld naar zowel Tunesië als Marokko. Dat verklaart de groei van dit dochterbedrijf in Marokko.”
Agro Care produceert er inmiddels 10 miljoen kilo snacktomaten per jaar, van verschillende rassen. “Het management is volledig in handen van lokale mensen en er wordt veel geïnvesteerd in opleiding en training van de medewerkers.

Negen maanden per jaar in productie

De tuinbouwproductie in Marokko vindt met name plaats in foliekassen, zogeheten Canarische kassen. “Dit zijn lowtech-kassen, met een plastic dak en netten aan de zijkant. Er zit meestal geen enkele techniek in, ook geen klimaatcomputer”, legt Weijns uit. “Deze Canarische kassen zijn flink goedkoper dan glazen kassen én lenen zich perfect voor het klimaat ter plekke. Je hebt daar zoveel zoninstraling dat het geen probleem vormt dat plastic een lagere lichttransmissie heeft dan glas. Daarbij zijn de foliekassen goed bestand tegen de harde windstoten die regelmatig voorkomen in het gebied rondom Agadir.”
Op het bedrijf, waar de planten in kokos en perliet staan, wordt geoogst van juli tot april. “Vanwege de hoge energieprijzen lag de focus in de eerste jaren op de winterproductie. Maar naarmate de snacktomatenproductie in Nederland steeds meer werd overgeheveld, zijn we ook het oogstseizoen gaan oprekken. De geoogste tomaatjes onderwerpen we aan een kwaliteitscontrole en transporteren we vervolgens met koelvrachtwagens naar onze pakstations in Nederland en Polen. Daar gaan ze in de eindverpakking, waarna we het product leveren aan grote retailers in Noordwest-Europa. Het product wordt door Harvest House en de eigen handelsbedrijven verkocht aan retailers in Noordwest-Europa. Op deze manier creëren we de meest efficiënte keten.”

Innovatieve technieken

Agro Care zet zich daarnaast in om de teelt naar een hoger plan te tillen. De uitbreiding van 11 ha, die in 2024 werd gerealiseerd, is daarom uitgerust met diverse technieken die uniek zijn voor de regio. “Het gaat ook om een Canarische kas, maar wel met teeltgoten van staal. Dit maakt het mogelijk om het drainwater te recirculeren. Op die manier besparen we zo’n 30 procent op water.” Deze zaken zijn onder meer belangrijk omdat het bedrijf SPRING (Sustainable Program for Irrigation and Groundwater Use)-gecertificeerd is; een aanvulling op GlobalGAP. “Daarnaast is de uitbreiding voorzien van buisrailkarren, om zo de arbeidsomstandigheden te verbeteren en een aantrekkelijkere werkgever te zijn voor lokale mensen. Hierdoor hebben we het arbeidsrendement in zijn algemeenheid weten te verhogen, waardoor we minder medewerkers nodig hebben.”

Verzilting in opmars

Met dit verhaal stipt Weijns de belangrijkste uitdagingen voor tuinbouwbedrijven in deze regio aan: water en arbeid. “De beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardig gietwater staat onder druk. Nu redden we het nog wel, met bronwater en water dat we ontvangen van een ontziltingsfabriek in de regio. Deze fabriek zet zeewater om in bruikbaar water.”
Het bronwater in de regio wordt echter steeds zouter, waardoor tuinbouwbedrijven die niet beschikken over een installatie voor omgekeerde osmose hier geen gebruik meer van kunnen maken. “En de verzilting gaat door, het probleem zal alleen maar groter worden. Daarbij is het water van de ontziltingsfabriek slechts beperkt beschikbaar. Water recirculeren en besparen is daarom van cruciaal belang om ook in de toekomst te kunnen beschikken over voldoende en kwalitatief hoogwaardig gietwater. Met onze meest recente uitbreiding sorteren we hierop voor en vervullen we een voorbeeldfunctie in de regio. Veel collega’s, die niet gewend zijn om te werken met een techniek als bijvoorbeeld recirculatie, komen bij ons kijken hoe we het watermanagement aanpakken.”

Sociale verantwoordelijkheid

Naast water wordt arbeid schaarser, geeft Weijns aan. Dit heeft alles te maken met het groeiende areaal zachtfruit in de regio. “Hierdoor is er steeds meer vraag naar arbeidskrachten en wordt het lastiger om medewerkers aan je te binden”, zegt hij. “Wij hebben zo’n 400 medewerkers en zetten sterk in op goede arbeidsomstandigheden. En als Fairtrade-gecertificeerd bedrijf nemen we ook onze verantwoordelijkheid op sociaal gebied. Zo geven we onze vrouwelijke medewerkers de mogelijkheid om zich preventief te laten onderzoeken op borstkanker en komen een oog- en oorarts langs op het bedrijf. Op die manier proberen we voldoende medewerkers te vinden en vast te houden. Dat lukt vooralsnog wel, maar het wordt absoluut lastiger.”
Ook ziekten en plagen zorgen soms voor uitdagingen. Het bedrijf hanteert wat dit betreft dezelfde strenge fytosanitaire normen als bij de teelt in Nederland. “Dat verwachten onze afnemers ook van ons. Tuta absoluta is met afstand de grootste bedreiging, daarnaast hebben we in het regenseizoen het nodige te duchten van schimmels. Doordat al onze kassen zijn afgegaasd, kunnen we insecten grotendeels buitenhouden. Daarnaast doen we veel met biologische bestrijders en groene middelen.”

Toekomstambities

Agro Care Morocco heeft forse ambities voor de toekomst: het bedrijf wil groeien in omvang, maar ook de teeltprestaties optimaliseren. “Ons doel is om binnen vijf jaar door te groeien naar een oppervlak van 200 hectare. Zoals gezegd is de markt voor snacktomaten groeiende, daarbij stelt een groter areaal ons in staat om grotere volumes aan onze afnemers aan te bieden. De uitbreiding zal vorm krijgen middels organische groei, maar we oriënteren ons ook op overname en strategische samenwerkingen met andere lokale partijen.”
Ook het verhogen van de productie is een aandachtspunt. Nu ligt de productie ongeveer op de helft van de opbrengst die wordt gerealiseerd in hightech kassen in Nederland. Vooral in de winter loopt de productie flink terug, omdat het dan behoorlijk koud kan zijn in deze regio.
Weijns: “Om hogere producties te kunnen behalen, oriënteren we ons op de mogelijkheden om toch wat warmte in de kassen te brengen. Bijvoorbeeld met een warmtepomp. Daarnaast overwegen we te investeren in diffuse scherminstallaties, om daarmee de warmte beter in de kas te houden en de groei te optimaliseren. Er liggen nog veel kansen om de opbrengst per hectare te verhogen. En het feit dat in de regio Agadir een echt ‘tuinbouw-ecosysteem’ aan het ontstaan is − er zitten hier bijvoorbeeld veel grote zaadhuizen en toeleveranciers − draagt daar positief aan bij.”

Tekst: Ank van Lier, beeld: Agro Care

 

  • Stijn Weijns: “Hoewel de hoge energieprijzen de aanleiding vormden om te starten in Marokko, bleken ook de fors lagere arbeidskosten al snel een belangrijk voordeel.”