Italiaanse onderzoekers van instituten in Pisa en Napels hebben aangetoond dat heel kleine hoeveelheden jodium positief kunnen uitpakken voor productie, vroege bloei en weerbaarheid. Vanwege deze positieve effecten, en omdat jodium ingebouwd wordt in eiwitten, neigen ze ernaar om jodium als essentieel element te beschouwen.

In elke tuinbouwopleiding leer je dat er zes hoofdelementen en zes sporenelementen bestaan. Deze twaalf zijn absoluut noodzakelijk voor het gewas. Anders gaan er dingen goed mis bij de groei en ontwikkeling.
In de loop van de tijd is duidelijk geworden dat dit niet het hele verhaal is. Ook chloor en nikkel horen bij de essentiële nutriënten. Ze waren eerder over het hoofd gezien omdat er maar heel weinig van nodig is en ze toch altijd wel in kleine hoeveelheden aanwezig zijn.
Verder zijn er elementen die weliswaar niet per se noodzakelijk zijn, maar die wel nuttig kunnen uitpakken. Bekendste voorbeeld hiervan is silicium, dat de plant weerbaarder kan maken tegen ziekten en plagen.

Aanwezig of nuttig

Plantenweefsels kunnen wel zestig verschillende elementen bevatten. Dat roept de vraag op of sommige daarvan niet toch nuttig of zelfs noodzakelijk zijn. Of dat de plant ze zomaar opslaat, tegen wil en dank.
In de loop van de jaren zijn verschillende van die elementen onderzocht op hun functie. Al in de jaren ’50 en ’60 waren er onderzoekers die jodium hebben benoemd tot sporenelement voor tomaat en landbouwgewassen. In de bemesting is dit echter zonder consequenties gebleven.
De belangstelling voor jodium ligt meestal op een ander vlak, namelijk als noodzakelijk voedingselement voor mensen. Uit proeven van Wageningen University & Research is eerder gebleken dat je met gerichte bemesting het jodiumgehalte van met name sla kunt verbeteren, zodat je een gezondere groente krijgt.

Meer groei, vroegere bloei

De Italiaanse onderzoekers hebben zich niet gericht op de voedingswaarde, maar op het nut voor groei en ontwikkeling. Ze vergeleken planten die absoluut geen jodium kregen met planten die kleine hoeveelheden in de bemesting kregen. Die hoeveelheden lagen in de orde van grootte van andere sporenelementen. Hieruit bleek dat jodium een positief effect had op biomassa. Dit resultaat sluit aan bij eerdere onderzoeken met spinazie, sla, tomaat en aardbei. Let wel: als de concentratie te hoog werd, viel het positieve effect weg.
Verder bleek het element vroege bloei te bevorderen. Ook dit is al eerder aangetoond bij tomaat.
Ten derde werd de activiteit van bepaalde genen gestimuleerd. Het gaat om genen die zorgen voor meer weerstand tegen ziekten en plagen en stress.
Het baanbrekende onderdeel van het Italiaanse onderzoek is echter dat ze voor het eerst aangetoond hebben dat jodium ingebouwd wordt in eiwitten. Dat betekent dat het niet zomaar een stof is die iets bevordert in de plant, maar dat hij een functionele rol in die eiwitten speelt.
Het gaat om enzymen in de wortels die betrokken zijn bij afweer tegen stress en eiwitten in het bladgroen, betrokken bij de fotosynthese. Vanwege deze rol van jodium neigen de onderzoekers toch wel naar de conclusie dat het element essentieel is.

Tekst: Tijs Kierkels