Bij tomatenkwekerij Roots vond in de tweede helft van augustus de teeltwisseling plaats in de belichte afdelingen. Jasper Oussoren, medeverantwoordelijk voor de locatie in Zevenhuizen, vertelt hoe dat strakke, volgens het hygiëneprotocol geregisseerde, proces verloopt. “Een goede voorbereiding is cruciaal, zowel intern als met externe betrokkenen. Wanneer alles goed op de rails staat en volgens planning verloopt, is de kans op fouten het kleinst en zijn we binnen 2,5 week klaar.”
Roots ontstond in 2020 door het samengaan van de familiebedrijven Van der Knaap uit Honselersdijk en Oussoren uit Zevenhuizen, beide aangesloten bij telersvereniging Prominent en afzetcoöperatie Growers United. Het bedrijf omvat 26 ha teeltoppervlakte, verdeeld over twee locaties. In Honselersdijk staan 6,6 ha belichte en 7,8 ha onbelichte tomaten, in Zevenhuizen 5,3 ha belicht en 5,9 ha onbelicht.
De omschakeling van de mini troscherrytomaat Piccolo naar het hoog ToBRFV-resistente ras Shivious is in volle gang. “We hebben in het afgelopen seizoen toch wel wat uitval gehad door virus”, verklaart de teler uit Zevenhuizen. “Piccolo is ook een bewerkelijk ras, waardoor de kans op virusoverdracht inherent groter is. Met Shivious lopen we simpelweg minder risico.”
Volgens hygiëneprotocol
Kans op (virus)ziekten is er altijd, maar je moet de spreekwoordelijke kat natuurlijk niet op het spek binden. Oussoren weet uit ervaring dat het loont om de teeltwisseling met alle zorg te omringen, teneinde de nieuwe teelt werkelijk schoon te kunnen beginnen. Alle daarvoor benodigde handelingen verlopen volgens een beproefde, in het hygiëneprotocol vastgelegde vaste routine en volgorde. Dat voorkomt onnodig gesleep met gewasresten en af te voeren materialen, zorgt dat teeltmaterialen, het watersysteem en de kas zelf bijtijds worden gereinigd en het vermijdt emissie van restwater.
Matten goed leegtrekken
“Enkele weken voor de laatste oogst beginnen we met het instrueren van de medewerkers. We nemen gezamenlijk het protocol door en leggen uit waarom dat belangrijk is”, zegt de teler over de voorbereidingen. “De afspraken met de loonwerker, afvalverwijderaars en leveranciers van nieuwe materialen en planten zijn al eerder gemaakt. Het feitelijke werk begint enkele weken voor de laatste oogst met het opruimen van het blad en het weghalen van het loopfolie.”
“Enkele dagen voor de laatste oogst volgt de laatste watergift”, vervolgt het directielid. “De planten hebben dan voldoende tijd om de matten nagenoeg leeg te trekken. Te natte matten kunnen via de drainsleuven makkelijk lekken wanneer je ze afvoert naar de container buiten de kas. Het waterschap treedt tegenwoordig strenger op tegen emissie naar het oppervlaktewater, dus daarmee wil je geen risico lopen. Bovendien zijn natte matten veel zwaarder om te verslepen. Goed leegtrekken scheelt een hoop.”
Strijken en uitslepen
Direct na de laatste oogst van de trossen en plukrijpe losse tomaatjes worden er tussen de buisrails in de paden sterke sleepdoeken uitgelegd, die speciaal voor die gelegenheid zijn gehuurd bij Loonbedrijf Van Etten uit Bergschenhoek.
De eerstvolgende handeling is het strijken van het gewas. De planten worden neergehaald, de stengels worden uit de stengelbeugels gehaald, van de mat losgeknipt en op het sleepdoek tussen de buisrails gegooid. In één moeite door worden de haken van de hogedraad gehaald en verzameld voor de recycling.
Oussoren: “Het strijken van het gewas is fysiek het zwaarste en minst leuke onderdeel dat we zelf uitvoeren. Het wordt vooral door mannen gedaan, maar ook die houden dat geen dag vol. Op tijd afwisselen houdt het voor iedereen leuk. De loonwerker trekt de sleepdoeken mechanisch naar het middenpad, waar het gewas direct wordt versnipperd en de container ingaat voor compostering.”
Stekers in zuurbad
Eigen medewerkers halen de stengelbeugels op en maken ze schoon, waarna ze aan de groeibuizen worden gehangen in afwachting van het schoonspuiten van de kas. De stekers van de druppelaars krijgen in de bedrijfsruimte een zuurbad met waterstofperoxide voor een grondige reinigings- en ontsmettingsbeurt.
“Daar staat geen tijdsdruk op”, zegt de teler. “Op een rustig moment wordt dat later gedaan, daarna gaan de stekers naar zolder om pas een jaar later opnieuw te worden gebruikt. We hebben dus twee volledige sets stekers tot onze beschikking voor de hele tuin.”
In de vrijgekomen paden leggen medewerkers van Roots de steenwolmatten op platte karren. Buiten wacht de containerauto van Renewi, die ze opknijpt en afvoert. Organisch materiaal, kunststof en andere materialen worden logischerwijs gescheiden ingezameld en verwerkt.
Grote schoonmaak
Na een laatste rondgang met veegwagens is het tijd voor de grote schoonmaak van teeltgoten, waterleidingen en druppelslangen. Oussoren: “Het uitspuiten van de teeltgoten en de druppelslangen doen we zelf. Daarvoor gebruik ik water met waterstofperoxide. De groeibuizen spuiten we ook zelf schoon, maar dan met chloorwater. Omdat we weinig water gebruiken en de concentratie laag blijft, vind ik chloor in dit geval geen bezwaar.”
Het schoonspuiten van de binnenzijde van de kas (dek en gevels) gebeurt door Brückner’s Loonbedrijf uit De Lier. Om de aanwezige licht- en scherminstallaties te ontzien gebeurt dat met Flusol Forte in lage concentratie (1%). “In onbelichte afdelingen mag de concentratie iets hoger zijn”, aldus de tomatenteler.
Oussoren merkt op dat er op de locatie in Honselersdijk insectengaas voor de luchtramen hangt, wat in Zevenhuizen niet het geval is. “Het gaas wordt tijdens het schoonspuiten van het dek automatisch meegenomen en krijgt geen aparte behandeling. We zullen vrij snel leren of dat voldoende is. Schoon gaas is wel een vereiste om de ventilatiecapaciteit op peil te houden.”
Na het schoonspuiten komt een andere specialist, Van Eck Bedrijfshygiëne uit Son en Breugel, langs met de turbofog om de teeltruimte met een mist van waterstofperoxide te desinfecteren.
Schone start
Na dit slotakkoord is de kas bijna klaar voor de nieuwe teelt. Nieuw loopfolie wordt uitgerold, er worden nieuwe steenwolmatten en (nogmaals ontsmette) stekers geplaatst en CO₂-doseerslangen onder de teeltgoten gehangen. “We willen niets aan het toeval overlaten, dus als laatste worden de teeltgoten en matten preventief in schuim gezet”, vult Oussoren aan. “Als dat is uitgewerkt kunnen we weer aan planten gaan denken. Begin week 37 komen die weer op de mat te staan.”
Tekst: Jan van Staalduinen, beeld: Michel Heerkens















