De concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven is dit jaar versterkt dankzij maatregelen van het ministerie van Financiën. Bedrijven kunnen nu een ruimer beroep doen op garanties voor bouwprojecten en de export van kapitaalgoederen. “Dankzij deze ruimere exportkredietverzekering is het makkelijker zakendoen in het buitenland. Bijvoorbeeld een kas bouwen in Noord-Amerika”, licht consultant Ruud van der Vliet toe.

De maatregelen helpen te voorkomen dat bedrijven grotere betalingsrisico’s ondervinden, in extra liquiditeitsproblemen komen of internationale projecten noodgedwongen moeten stilleggen. De veranderde regelgeving is ingegeven om de internationale handel zoveel mogelijk op gang te houden tijdens de coronacrisis.
Eén aanpassing is dat ook kortlopende exportkredietverzekeringen tot twee jaar worden gedekt. Daarnaast is er een verruiming van de mogelijkheden voor binnenlandse dekking, wordt het landenbeleid flexibeler en is voor meer landen dekking te verkrijgen. Dat blijkt uit de Monitor Exportkredietverzekeringen die eerder deze maand door staatssecretaris van Financiën Hans Vijlbrief naar de Tweede Kamer is verstuurd.

Buitenlandse betalingsrisico’s

Tot voor kort konden Nederlandse exporteurs, aannemers en kassenbouwers, alleen een beroep doen op een exportkredietverzekering (EKV) als ze rechtstreeks aan een buitenlandse klant leverden. “Bij deze directe export verzekeren zij zich tegen buitenlandse betalingsrisico’s, ook geeft dit de mogelijkheid voor een buitenlandse opdrachtgever een goedkopere financiering te regelen. Maar concurrerende landen gaven vaak ruimere garanties af, waardoor bedrijven ook konden leveren aan klanten uit hun eigen land”, verklaart consultant Ruud van der Vliet.

Voorbeeld: tomatenconsortium

Nederlandse bedrijven mogen dit nu ook. Bijvoorbeeld een Nederlandse kassenbouwer levert een hightech kas of vertical farm voor een Nederlands consortium van tomatentelers in Noord-Amerika, geeft de oud-Rabobank directeur als voorbeeld. “Als de verkoop van de geproduceerde tomaten vervolgens maar grotendeels in het buitenland plaatsvindt, in samenwerking met een lokale retailer. De opzet van zo’n buitenlandse onderneming is beter haalbaar.” Deze indirecte export van kapitaalgoederen valt nu namelijk ook onder de EKV-dekking.

Lokale productie

“Deze verandering lijkt mij een prima ondersteuning en stimulans om als Nederlandse glastuinbouw geleidelijk over te stappen van de export van groenten naar de export van techniek, kennis en ervaring. Steeds meer glasgroentetelers oriënteren zich immers op lokale productie in of buiten de Europese Unie. De verruiming van de EKV kan Nederlandse ondernemers helpen om in andere landen voor de lokale markt te produceren. Zo krijgen we kortere ketens en een duurzame lokale productie”, vindt Van der Vliet.
De consultant vervolgt: “Als je voorheen als kassenbouwer in bijvoorbeeld de Verenigde Staten een kas verkocht, moest je voor het afdekken van het financieringsrisico terecht bij een Amerikaanse bank. Nu hoeft dat niet meer. De export van deze kapitaalgoederen wordt in Nederland al verzekerd.”

Groene optie

Er geldt bij de exportkredietverzekering een maximaal dekkingspercentage van 80%. Daarnaast is er voor ‘groene’ transacties een verdergaande optie. Het gaat om export die bijdraagt aan klimaatadaptie of verlaging van de milieu-impact. Van der Vliet: “Hightech kassenbouw en vertical farming passen daar al snel in.”
Voor de exportkredietverzekering van de Nederlandse overheid gelden een aantal voorwaarden. Onder meer moet de aanvragende onderneming zijn gevestigd in Nederland, kapitaalgoederen en diensten exporteren of bouwprojecten verrichten en het risico kan niet door een particuliere verzekeraar verzekerd worden. Het gaat om verzekerde projecten tot 30 miljoen euro.

Tekst: Koen van Wijk