Jaren van veredelen en selecteren zijn gestoken in koudeminnende amaryllissen. Onder de naam Park Amaryllis werden in 2018 de eerste soorten uitgegeven voor commerciële bollenteelt op Hollandse bodem. Volgens veredelaar Joris van der Velden is dit nog maar het begin. De teelt en handel van een ‘nieuwe’ snijbloem is aanstaande.

Joris van der Velden staat in de deur van de showkas van Park Amaryllis in Heiloo. Alsof je een catalogus openslaat, zo bont is de verzameling van amaryllisbloemen die hier op tafels wordt tentoongesteld. In een afdeling ter grootte van 800 m² staan aan één zijde partijen die reeds zijn uitgeven of daarvoor in aanmerking komen. Tweederde van de kas is gevuld met partijen uit de vermeerderingsfase. Een andere afdeling van 800 m² dient als kraamkamer.
Opvallend genoeg zijn de bollen opgeplant in prikbakken en wortelen in een laagje stilstaand water. De bezoeker waant zich in een soort tulpenbroeierij en dat is nu net de bedoeling. Om afzet te creëren voor de teelt van bollen is het nodig om naast telers van amaryllis op pot ook bloementelers te interesseren. Dit teeltsysteem biedt volgens Van der Velden de beste mogelijkheden voor enerzijds kostenbesparing en anderzijds spreiding van de aanvoer.

Goedkoper en gekeurd

In de afgelopen jaren wist de veredelaar zo’n twintig Nederlandse bollentelers te interesseren voor het assortiment dat wortelt bij 11ºC, vertelt hij met enige trots. “Ten aanzien van het huidige aanbod is de kostprijs veel lager. Bovendien is het allemaal gekeurd en gecertificeerd. Bij het importeren van bollen geeft dat veel gedoe. Invliegen van bollen is sowieso niet duurzaam.”
Lopend langs de tafels, tikt hij de soorten aan die in beperkte aantallen verkrijgbaar zijn. Qua uiterlijk zijn het vervangers van amaryllissen zoals de handel die nu kent, maar ook opvallende nieuwe creaties. In een ander deel van de kas zijn monsterpartijen opgeplant. “Zo houden we grip op de kwaliteit. Het leerproces voor bollentelers zit voornamelijk nog in het terugdrogen na de oogst en bewaring na preperatie”, laat de veredelaar weten.

Zo goed als biologisch

Van der Velden steekt niet onder stoelen of banken dat de teelt zo goed als biologisch is. Het assortiment is in hoge mate resistent, vanwege de strenge selectie in de fase van veredeling. De bollen worden in water ‘gekookt’, zonder gewasbeschermingsmiddel en op het land wordt gewerkt met biostimulanten om de weerbaarheid te verhogen tegen Botrytis. Ook is er ervaring met een aaltjespreparaat tegen trips. Tripsschade in de kas is er volgens hem vrijwel niet, mede dankzij de inzet van roofmijten.

Soortenrijkdom

Echte aandachtrekkers staan onder nummer tentoongesteld. Het is de missie van de veredelaar om de toegenomen diversiteit te showen. “We hebben soorten geschikt voor pottenteelt, voor de snijbloemenmarkt gelden andere selectiecriteria”, licht hij toe. “We richten ons behalve op de kleur en het aantal bloemen per steel, ook op steellengte, stevigheid, bloemvorm en knoppresentatie.” Al pratende licht hij het ene na het andere exemplaar uit de prikbakken.
Met de kennis van een bloemenexporteur onderscheidt Van der Velden drie soorten afnemers. Aan de bovenkant van de markt wat betreft kwaliteit en grootte van de amaryllissen zitten de hotels, daaronder de betere bloemisten en daaronder de retail. “We denken aan verwerking in boeketten. Inmiddels hebben we soorten met opstaande knopstand, ster- en spinvormige bloembladen en opvallende strepen.”
Dat dit nog niet het einde is, blijkt als de deur naar de volgende afdeling opengaat. Hier brengt veredelaar Hans van der Park voor de zoveelste keer in twintig jaar met een kwastje het stuifmeel over van de ene op de andere bloem. Van 25.000 zaailingen blijven er 250 over die worden geparteerd (vermeerderd) en de volgende testfase ingaan.

Teeltsysteem van prikbakken

Het ideale teeltsysteem voor bloementeelt is een kopie van het systeem van tulpen op water, vertelt Van der Velden. “Je haalt het maximale uit de oppervlakte tegen zo laag mogelijke kosten van energie en transport.” De bollen zijn in prikbakken met een vaste bodem opgeplant. Voeding is niet nodig, een biologisch ontsmettingsmiddel wel.
De veredelaar: “Bij gebruik van bolmaat 24 plant je 52 bollen per bak. Van elke bol worden één tot twee bloemen gesneden. Inmiddels richten we ons ook op kleinere bloeibare maten. Dan kun je 80 tot 100 bollen, maat 13/14, per bak planten. De oogstbare bloemen kun je er met bol en al uit hengelen.”
Een belangrijk onderdeel van het verdienmodel voor de bloementeler is het hergebruik van uitgangsmateriaal. Van der Velden: “De investering in plantmateriaal is relatief hoog, maar de afgebroeide bollen kunnen, ondanks het prikken, terug naar de teler. Daarom is de combinatie teler/broeier ideaal, maar een bloementeler kan de bollen ook huren.” De bollenkweker plant de bollen in het voorjaar buiten weer op en oogst zowel leverbaar als klisters die na twee tot drie jaar weer bloemen geven.

Verlengen aanvoerperiode

De bollen in de showkas bloeiden in januari. “Deze bollen zijn begin november gerooid en vervolgens geprepareerd. We hebben ze half december opgeplant en direct in de kas gezet. De eerste bloeiden na drie weken.”
Broeiproeven hebben inmiddels uitgewezen dat een lange aanvoerperiode mogelijk is. Voor bloei vóór Kerstmis, kan volgens de veredelaar vanaf eind augustus al worden gerooid. De bloemaanleg is dan weliswaar niet geheel voltooid, maar daar kan tijdens de bewaring op worden gestuurd. Nadat het juiste stadium is bereikt, volgt een temperatuurbehandeling bij 13ºC voor strekking. De bollen laten zich droog bij lage temperatuur goed bewaren, voegt Van der Velden toe. “De zomer is voor de bloemenverkoop niet interessant, maar je kunt ze met succes in het najaar in bloei trekken.”

Regisseren

Om de risico’s voor potentiële bloementelers te beperken, is de veredelaar actief in het regisseren van de hele keten. “We halen handelsbedrijven zoals bijvoorbeeld Holex, OZ Export, L&M en Bouquetnet binnen met klanten als Lidl, AH, en bloemenwinkelketens om hun interesse te peilen. Ook voeren we gesprekken met grote broeiers en hun afnemers. De markt moet erom vragen. We kunnen ze niet pushen.”
Om bij interesse het proces van introductie te versnellen investeert de veredelaar komend jaar zelf in weefselkweek van achttien nieuwe rassen, waaronder kansrijke snijbloemen en nieuwe potrassen.

Mannen met visie

Het is Ruud Berbee, van voorheen Amarylliskwekerij Leo Berbee & Zn, die eind vorige eeuw voorzag dat de traditionele amaryllisteelt bij stijgende energieprijzen en arbeidsloon voor Nederland te kostbaar zou worden.
Hij trok het Andesgebergte in op zoek naar nieuw genetisch materiaal en ging aan de slag. In 2002 ging Ruud Berbee samenwerken met Kees van der Velden, in Heiloo de grondlegger van Holland Bulb Markt. Hij zette in Oostenrijk de winkelketen Holland Blumen Markt op en introduceerde nieuwe tulpen onder de naam Holland Bolroy Markt. Beide mannen zijn bekend met elke schakel in de keten. Zij zagen (markt)kansen voor een nieuwe teelt van zowel bollen als potplanten en bloemen. De ontwikkeling hiervan verkeert in een sneltreinvaart, nu de eerste partijen commercieel worden vermeerderd.

Tekst en beeld: Marga van der Meer