We produceren in de tuinbouw naast groenten, fruit, bloemen en planten ook ontzettend veel data, meer dan je zelf in de gaten hebt. Wat heb je aan al die gegevens over plantengroei, klimaat, water en bemesting? Het is de kunst om ze voor je te laten werken. Soms duurt het wat dat betreft even voordat je het licht ziet. Een paar jaar geleden besefte ik dat bij het samenstellen van mijn bemestingsschema’s.

Telkens als ik de uitslagen van mijn monsters van druppel- en drainwater terugkreeg van het laboratorium, gebeurde hetzelfde. Ik zat elke twee weken in spanning of ik op de goede lijn zat, en op basis van de verkregen analyses stuurde ik mijn schema’s bij. Dat kwam meestal neer op een beetje sleutelen aan de hoeveelheid sporenelementen en de kalium-calciumverhouding.

Zo ging het seizoenen lang. Wel was ik zo slim om van alle bakvullingen de samenstellingen vast te leggen in een Excel schema. Na vijf jaar heb ik mijn eigen databank eens uitgeplozen. Wat bleek? Jaarlijks maakte ik dezelfde correcties, in precies dezelfde periodes constateerde ik telkens dezelfde onbalans in de bemesting van mijn gewas.

Waarom zou ik nog wachten op de labuitslag en niet mijn eigen koers vooraf bepalen, bedacht ik me toen. Niet achteraf bijsturen, maar anticiperen op de behoefte van het gewas, waar kennelijk een duidelijke lijn in zit. Vervolgens heb ik het teeltjaar in zes gelijke periodes verdeeld en voor elke periode een standaardsamenstelling gemaakt.

En zie, dit werkte! Ik werd niet meer verrast door de monsteranalyses. De bemesting bleef aansluiten op de behoefte van de plant, dankzij mijn eigen ervaringen uit het verleden. Bemesten werd zo zelfs simpeler voor mezelf, ik zat een stuk dichter bij de waarheid en het gaf rust in mijn hoofd. Het is een mooi voorbeeld van hoe data voor je kunnen werken. Data gestuurd telen, het is dichter bij dan je denkt.

Maikel van den Berg, zaadteler in Bleiswijk