De proef met bestrijding van Turkse mot met drones in chrysant is afgerond. Het project richtte zich op het automatisch bestrijden van vliegende insectenplagen, als nieuw ‘mechanisch’ alternatief voor huidige methodieken (biologisch, chemisch). De focus ligt op de bestrijding van motten zoals de Turkse en Duponchelia mot, waarvan de rupsen een probleem vormen in de teelt van onder andere chrysant. Fase 1 van het onderzoek leert dat aanpassingen nodig zijn om de doelstellingen te halen.

Het concept bestaat uit een kleine drone (10x10cm; handpalm), die in staat is zelfstandig te vliegen en manoeuvreren, en daarbij vliegende motten detecteert en elimineert.
Doelstelling van fase 1 van het project was om de haalbaarheid te bepalen van het gebruik van drones in gerbera- en chrysantengewassen voor de bestrijding van Turkse mot. Het beoogde eindresultaat is een situatie waarin motten effectief worden uitgeschakeld middels het PATS-systeem. Oftewel, de motten worden sneller geëlimineerd dan dat ze een natuurlijke dood sterven.

Lastiger dan gedacht

De uitvoering van de pilot bleek een grotere uitdaging dan vooraf gedacht. De eerste uitdaging betrof het gedrag en activeren van motten in een niet-kasomgeving. In de praktijk bleek nauwelijks onderzoek gedaan te zijn naar motten, waardoor vooraf veel factoren onbekend waren. Dit heeft wel tot nieuwe inzichten geleid voor de betrokken partijen, wat bruikbaar is in vervolgonderzoek dat zich specifiek op motten richt.

Technologie doorontwikkelen

De tweede belangrijke uitdaging zat in de algoritmes en de aansturing. Vooraf was de verwachting dat de stap van autonoom vliegen naar snel en wendbaar jagen, in combinatie met effectieve eliminaties, sneller kon worden gezet dan in werkelijkheid is gebleken. Een belangrijke voorwaarde voor het goed kunnen toetsen en verder ontwikkelen van jaagtactieken is dat je regelmatig een dergelijke vlucht kunt uitvoeren en hiervan de resultaten kunt gebruiken voor de optimalisaties.
Gedurende de pilot is de technologie doorontwikkeld. Het belangrijkste doel daarbij was het aantonen van de mogelijkheid op het autonoom en meervoudig elimineren van moten middels het systeem. Hoewel dit is aangetoond, zijn effecten over langere termijn niet gemeten.

Conclusies voor chrysant

De volgende conclusies kunnen aan de hand van het onderzoek worden getrokken:

  • Er is sprake van een systeem dat autonoom en meervoudig motten elimineert;
  • De jaagtactieken van de drone moeten verder worden geoptimaliseerd;
  • Het systeem moet volledig autonoom werkend worden gemaakt, zodat minimale menselijke interventie is benodigd (opstijgen, vlucht, jagen, landen, opladen, klaar voor volgende missie);
  • De effectiviteit van de drone significant maken door dode motten te tellen in een onderzoeksafdeling geeft geen praktijkgetrouw beeld;
  • Het systeem gericht op motten is op basis van de geïnterviewde bedrijven economisch gezien niet direct interessant voor de chrysantenteelt.

Vervolg

De aanbeveling is om het project in fase 2 meer te richten op het toetsen in de praktijk, zodat de technologie in een praktijksituatie verder kan worden doorontwikkeld. Er zijn daarom drie telers benaderd waar PATS in het voorjaar en de zomer van 2020 testen uit kan voeren. Een randvoorwaarde is wel dat de telers voldoende plaagdruk hebben.