Het tot nu toe uitzonderlijk zachte, zonrijke weer resulteert niet alleen in zeer productieve gewassen. Ook plagen varen er wel bij. Paprikateler Luc van den Bosch van kwekerij Walero uit Bleiswijk zet alle zeilen bij om Nezara, Echinotrips en spint onder controle te houden. “We missen vooral een permanente, goed integreerbare oplossing tegen Nezara. Vanwege de toegenomen complexiteit en beperkte correctiemogelijkheden is trips ook moelijker te beheersen. Met luis hebben we gelukkig minder moeite, maar daar zetten we ook heel breed op in.”
Van den Bosch stelt vast dat de plaagbestrijding dit jaar uitdagender is dan vorig jaar, toen het weer een stuk natter, koeler en donkerder was. “We hebben veel aandacht besteed aan de teeltwisseling en een schone start, maar zodra de luchtramen in het voorjaar open gingen, kwamen de eerste plagen alweer naar binnen”, aldus de teler. “Die hadden buiten een geweldige start en kwamen afgetraind in de kas om zich tegoed te doen aan onze paprika’s. Met NeemAzal hebben we Nezara enigszins kunnen onderdrukken en het werkt ook tegen rupsen en luizen.”
Dat is dus positief, maar dit middel heeft dan weer als beperking dat het Orius schaadt en trips ongemoeid laat. Van den Bosch heeft ook de sluipwesp Trissolcus basalis ingezet, die de eieren van Nezara parasiteert. “Veel effect heb ik er niet van gezien, maar misscheien hadden we ze eerder moeten uitzetten. Dat is wel wat ik volgend jaar wil doen om de eerste invliegers en reproductie beter te kunnen pareren.”
Scouten en handmatig bestrijden
Volgens de Bleiswijkse teler levert het intensieve scouten en handmatig bestrijden van de wantsen wel betere resultaten op dan enkele jaren geleden, toen iedereen nog moest wennen aan de nieuwe plaag uit het Middellandse Zeegebied. “De medewerkers weten nu beter waar ze op moeten letten, herkennen de beestjes eerder en geven goede feedback voor gerichte bestrijding”, legt hij uit. “Daar moet je ze uiteraard wel eerst voor trainen, maar het werkt. Op rustige momenten gaan we met grotere ploegen door het gewas om Nezara gericht te bestrijden, dat blijft een noodzakelijk kwaad. Een permanente, goed integreerbare oplossing is er nog niet.”
Trips en spint
Omdat de wenselijke inzet van neemproducten zoals NeemAzal ook Orius onder druk zet, verloopt de tripsbestrijding soms moeizaam. Dat geldt ook voor spint door het wegvallen van Floramite, dat volgens de teler node wordt gemist.
“Spint kwam door het goede weer snel opzetten en heeft ons toch wel verrast”, erkent hij. “We hebben twee tot drie keer zoveel Phytoseiulus moeten inzetten en spuiten ook wat vaker met Naturalis om het de baas te blijven. Gelukkig werkt dat schimmelpreparaat ook tegen trips, waardoor we nog steeds ‘in control’ zijn.”
Luizen goed te beheersen
Dat bladluizen het dit jaar beter naar hun zin hebben dan vorig jaar, zal geen verrassing zijn. Sinds de toelating van Verimark en dankzij een nog bredere inzet van biologische bestrijders vormt de persistente groene perzikluis, die paprikatelers drie jaar geleden nog heel veel kopzorgen gaf, dit jaar echter geen groot probleem.
“Je moet er wel bovenop blijven zitten, want luizen kunnen zich explosief vermeerderen. Met NeemAzal, sluipwespen, zweefvliegen en lieveheersbeestjes hebben we een brede en slagvaardige biologische basis”, vertelt het lid van de landelijke gewascommissie paprika. “Daardoor kunnen we de inzet van Verimark vrij lang uitstellen, tot het echt te gortig wordt. Met twee goed gespreide blokbehandelingen van elk twee toepassingen en de permanent aanwezige biologische bestrijders kunnen we het seizoen gelukkig goed doorkomen.”
Organisch substraat
Verwijzend naar de wortelproblematiek in de paprikateelt, spreekt Van den Bosch tenslotte de verwachting uit dat volgend jaar minimaal de helft van het landelijke areaal op organisch substraat staat. “De kans op wortel-gerelateerde problemen lijkt daarin toch een stuk kleiner te zijn dan in steenwol. Het laatste woord is er nog niet over gesproken, maar het lijkt een veilige haven. Wij telen nu voor het derde jaar op rij een deel op organisch substraat en dat bevalt goed. De volgende teelt zetten we niet meer op steenwol.”
Tekst: Jan van Staalduinen










