Op 1 oktober vindt bij Delphy IC in Bleiswijk de officiële opening plaats van twee nieuwe klimaatcellen. Onder het toeziend oog van onderzoekster Lisanne Meulendijks doorlopen de faciliteiten hun laatste testen. De cellen bieden plaats aan 75 m² opgaande gewassen en 72 m² meerlagenteelt (vier lagen) en zijn beide uitgerust met volledig dynamische LED-installaties en geavanceerde klimaatregeling en sensortechnologie. Dat is goed nieuws voor Nederlandse toeleveranciers en vertical farms.

Tegenover de omvang van de nieuwe faciliteiten steekt de huidige capaciteit van 8 m², verdeeld over twee kamers met elk twee lagen, schril af. Meulendijks is dan ook zeer content met de uitbreiding, die mogelijk werd gemaakt dankzij Fieldlab Vertical Farming. In dit initiatief, opgezet met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en een bijdrage van de provincie Zuid-Holland, werken onderzoeksinstellingen en bedrijven samen aan kennisontwikkeling.

Kansen voor vertical farming

Vertical farming wordt wereldwijd gezien als een kansrijke groeimarkt. Investeerders in met name Noord-Amerika, Azië en het Midden-Oosten steken jaarlijks honderden miljoenen euro’s in de volledig gecontroleerde teelt van voedingsgewassen onder kunstlicht. Tegenover de pluspunten van vertical farming – efficiënt gebruik van water en ruimte, schone teelt dicht bij de consument – staan tot op heden twee voorname beperkingen: het hoge energieverbruik voor belichting en grote verschillen in teeltresultaten, zowel tussen als binnen klimaatcellen. Hierdoor valt het financiële rendement dikwijls tegen.

Verschillen tussen en binnen klimaatcellen

Meulendijks is al jaren bekend met de problematiek. Iedere klimaatcel is anders en dat maakt het heel lastig om een consistent microklimaat rond de planten te realiseren. Ook binnen een (meerlaagse) cel kan het veel uitmaken of een plant aan de wand, midden in een bed of aan de rand van een pad staat. “Luchtbeweging, de positie van ventilatoren en de afstand tussen gewas en lichtbron zijn enkele factoren die veel invloed hebben op de verdamping en strekking”, licht de onderzoekster toe. “Vooral in kortcyclische teelten zoals bladgewassen en kruiden, gaan kleine verschillen al snel ten koste van de homogeniteit. Ondanks het relatief kleine volume van klimaatcellen ten opzichte van kassen, is het in veel technische ontwerpen niet voldoende om het klimaat te regelen op basis van een enkele meetbox boven in de teeltruimte.”

Inzoomen op microklimaat

Om teeltresultaten homogener en beter voorspelbaar te maken, moet er meer grip komen op het microklimaat rond de planten, waar zij zich ook in een ruimte bevinden. Volgens Meulendijks is er vooral op dat vlak een belangrijke rol weggelegd voor onderzoeksinstellingen en hun faciliteiten. “Het is een van de speerpunten binnen het Fieldlab Vertical Farming, waarvoor we eerder dit jaar al een project hebben uitgevoerd in de bestaande, kleine klimaatkamers. Samen met onze projectpartners hebben we daarin volgens dezelfde uitgangspunten gewassen geteeld in meerdere ruimtes, met elk een eigen lay-out qua inrichting en klimaatsturing. Daar kwamen opmerkelijke verschillen uit naar voren.”

Interessant voor bedrijfsleven

Dergelijke projecten (zie ook Onder Glas juni/juli 2021), waarin ook nieuwe sensoren worden beproefd, leveren kennis en inzichten op waarmee Nederlandse toeleveranciers en productiebedrijven hun performance kunnen verbeteren. Meulendijks: “Er was en er is grote behoefte aan extra onderzoekscapaciteit bij onafhankelijke partijen. Het Fieldlab initiatief kwam in dat verband als geroepen. Wij verwachten dat onze cellen goed benut worden en zowel de productontwikkeling van teeltruimten als de productiviteit van vertical farms enorm vooruit helpen. Wat onze faciliteiten extra aantrekkelijk maakt, is hun flexibiliteit in mogelijke lichtrecepturen. Telen zonder daglicht stelt hoge eisen aan lichtinstallaties en van veel gewassen is de ideale receptuur nog niet achterhaald.”

Tekst: Jan van Staalduinen, beeld: Fotostudio G.J. Vlekke