Duurzaam telen is een mooi streven, maar wat is duurzaamheid eigenlijk? Aron van der Burg van kwekerij Maron uit Pijnacker heeft net een nieuwe kas in gebruik; duurzaam in allerlei opzichten. Hij legt uit hoe hij duurzaam ondernemen ziet.

De zonnestralen schitteren deze ochtend door de dakramen op de stamrozen. Aron van der Burg knijpt met zijn ogen. Hij lacht. “Nu kunnen we wel een zonnebril gebruiken. In de oude kas gebeurde dat niet. Die kas was half zo hoog en daar was het gedurende de dag sowieso donkerder.”
De nieuwe kas, die hij vorig jaar heeft laten bouwen voor zijn stamrozen, is hoog, licht en wit. Met 10.000 m² is de oppervlakte van de nieuwe kas maar 2.000 m² groter dan de oude. Uitbreiding was dan ook niet zozeer het doel. Hij wilde klimaattechnisch stappen maken. “Duurzaamheid betekent voor mij met zo min mogelijk energie hetzelfde, kwalitatief goede, product telen. In de oude kas ging dat niet meer.”
Van der Burg heeft in 2016 het bedrijf in Pijnacker van zijn ouders overgenomen. Hij wilde altijd al graag de tuin in, maar verder in snijrozen, de teelt die zijn ouders hadden opgezet, wilde hij niet. “Dat is jaar in jaar uit hetzelfde. Ik vond het te eentonig. Daarnaast wordt die teelt in het buitenland steeds beter, dus ik wilde me op iets anders richten.” Het werden balkon- en terrasplanten en stamrozen. Nu teelt hij op 2 ha onder glas twintig verschillende soorten in uiteenlopende kleuren. “Dat maakt het hectisch. Geen dag is hetzelfde, maar dat vind ik leuk.”

Energiebesparing

In de eerste jaren na de overschakeling van snijrozen naar terrasplanten stond de kas elke zomer een aantal maanden leeg, maar dat is veranderd; de kas staat nu jaarrond vol met planten. “In de oude kas was het heel erg lastig om een goed klimaat te realiseren, met name in de zomer. Door de geringe hoogte werd het ’s zomers gewoonweg te heet”, vertelt Van der Burg. “Er lag een bevloeiingsmat. Dat heeft jarenlang goed gewerkt, maar in de zomer kregen we het niet meer koel. De luchtvochtigheid schoot onderuit.”
In de nieuwe kas werd energiebesparing het uitgangspunt. Hij heeft daarom gekozen voor een teeltvloer met eb & vloed systeem in combinatie met lavakorrels. “Hierdoor kan het water langer worden vastgehouden en kunnen we in de zomer koeler telen.” Daarnaast zorgt de hoogte ervoor dat het in de zomer langer koel blijft en in de winter sluit hij ‘s middags op tijd het energiedoek, zodat de warmte van die dag lang blijft hangen, waardoor de stookkosten beperkt blijven.
Wat betreft de scherminstallatie is voor twee doeken op één dradenbed gekozen, een transparant energiedoek voor in de winter, waardoor de ramen langer gesloten kunnen blijven. En een open doek voor in de zomer, zodat hij geen kier meer hoeft te zetten; de planten worden daardoor beter beschermd en het klimaat is gelijkmatiger.

Aparte afdeling

Voorheen was de afdeling stamrozen opgezet in een hoekje van de kas, waar de planten werden belicht om zo eerder op de markt te zijn. Met plastic zeilen werd deze afdeling afgeschermd van de rest om een eigen klimaat te kunnen creëren. “Dat was niet ideaal”, geeft hij toe. “Er was altijd wel een kiertje waardoor we warmte verloren.”
Hij besloot een aparte afdeling voor de stamrozen op te zetten. “Een aparte afdeling is inderdaad duur, maar zo kan ik het klimaat voor deze teelt apart sturen, waardoor we makkelijker gespreid kunnen leveren. Hierdoor zijn onze stamrozen tien weken op de markt met een constante kwaliteit in plaats van twee of drie weken. Dat kun je duurzaam noemen.”

Zonnepanelen

Want wat is duurzaam? Van der Burg heeft moeite met het woord. “Iedereen gebruikt het overal voor, dus wat zegt het nog?” Voor zijn bedrijf kijkt hij vooral naar het verduurzamen van energie. Zo wordt de kas verwarmd met aardwarmte, liggen er 300 zonnepanelen op het dak, waarmee het bedrijf zelfvoorzienend is. Daarnaast gebruikt hij geen CO2. “We hebben genoeg aan hetgeen wat er in de buitenlucht zit.”
“Kijk”, gaat hij verder. “Het is hartstikke gaaf als je zelfvoorzienend kan zijn, en ik vind dat we als tuinbouw Nederland voorop moeten lopen en die positie moeten behouden. Het is heel belangrijk dat we een kennisland blijven. Maar de wetgeving en de markt veranderen zo snel; voordat je je investering hebt gedaan, verandert het weer.”

Van gas naar aardwarmte

Aardwarmte is daar een goed voorbeeld van. Sinds twee jaar is het bedrijf aangesloten op de aardwarmtebron van Ammerlaan The Green Innovator. Van der Burg gebruikt deze warmte voor zijn kuipplanten en hergebruikt de restwarmte voor vloerverwarming van de stamrozen. “Zo gebruik ik de warmte twee keer en besparen we veel energie”, vertelt hij.
“Mijn buurman werd aangesloten op het netwerk van Ammerlaan, en toen hebben ze mij gevraagd of ik ook mee wilde doen met het project. Het was een kwestie van een stuk leiding doortrekken. Het leek mij een mooie stap voorwaarts. Aardwarmte draagt bij aan de transitie die iedereen moet doen. Je moet een keer de stap nemen.”
Hij zegde zijn vaste gascontract op dat nog tot 2024 liep en schakelde over op aardwarmte. Een dure hobby, weet hij nu. “Aardwarmte wordt verrekend via de dagprijzen voor aardgas. Dus met de hoge gasprijzen van nu kost het mij een hoop geld. Dit laat ook weer zien dat de subsidieregeling van de overheid gewoonweg niet klopt. Ik ben duurzaam bezig en betaal ondertussen de hoofdprijs.”
Duurzaam blijft dan ook een moeilijk concept. “Er zijn bijvoorbeeld kartonnen pulp trays die de plastic trays vervangen, maar nu vertelde iemand mij laatst dat het drie keer zoveel energie kost om die pulptrays te maken. Dus wat is duurzaam?”

Omgaan met personeel

Het hele plaatje moet kloppen, stelt hij. “Duurzaamheid, als je het zo noemen wilt, gaat verder dan de teelt. Duurzaam omgaan met personeel vind ik eveneens van groot belang.” Hij heeft vier man personeel in dienst en werkt in het seizoen met veel uitzendkrachten. “Het is belangrijk om ook uitzendkrachten aan je te binden, zonder hen krijg ik het werk niet rond. De meesten komen elk seizoen weer terug.” Zo heeft hij de verbouwing ook aangegrepen om te investeren in een lopende bandsysteem, dat het werk een stuk lichter maakt.
Een ander voorbeeld is de nieuwe kantine. Voorheen pasten er maar zes mensen in de kleine kantine en aten de uitzendkrachten in de schuur. De kantine is nu vergroot. Er staat een lange tafel, waar iedereen aan past. “Dat draagt bij aan de saamhorigheid. Dat vind ik van groot belang. Dat maakt de band met mij en met het personeel onderling sterker. Het collectief moet het naar zijn zin hebben. Je kunt wel iemand in dienst hebben die uitblinkt in zijn werk, maar als hij het met de rest van de medewerkers niet kan vinden, dan werkt het niet. Ik ben ervan overtuigd dat als iedereen het naar zijn zin heeft, de prestaties vanzelf komen.”

Optimaliseren

Nu de nieuwbouw af is, is het een kwestie van optimaliseren en vanaf daar weer verder gaan. Het is wel pionieren, stelt hij. “Iedereen vraagt of ik nu kwalitatief een beter gewas heb staan, maar ik vind het nog te vroeg om daarop te antwoorden. Nu de kas hoger is, heb je te maken met een andere luchtcirculatie. Temperatuur en vocht hebben een andere invloed op elkaar. Klimaattechnisch werkt het gewoon anders, dus het is elke dag nog leren en uitproberen. Ook hebben we een hogedruk nevelinstallatie geïnstalleerd in de nieuwe kas, die ook weer veel mogelijkheden geeft.”
Hij wil in ieder geval proberen de planning eerder op te zetten. “Nu telen we in de winter, waardoor we de kas warmer moet stoken. Als we in de zomer of herfst al kunnen starten, dan gaan de planten volwassener de winter in en hebben ze minder warmte nodig. Dat zijn dingen om uit te proberen en dat is in mijn ogen ook duurzamer telen.”
De ontwikkelingen stoppen dus niet voor deze teler, maar een ding is voor hem wel zeker: “Als ik een volgende grote stap zet, is het wel met iemand erbij. Nu kan ik alles nog alleen doen, maar als het nog groter wordt, niet meer.” Hij moet ook aan zijn eigen duurzaamheid denken.

Tekst en beeld: Marjolein van Woerkom