Voorsorteren op de toekomst vindt teler Bart van Leeuwen uit Naaldwijk belangrijk. Vandaar dat hij vorig jaar met een proef is gestart met full-LED lampen met ventilatoren boven een deel van zijn pot- en perkplanten. De eerste resultaten zijn veelbelovend, maar roepen ook weer nieuwe vragen op.

De paarse bloemen van de bougainvillea contrasteren met het witte licht dat boven het gewas in de kas hangt. Het daglichtspectrum geeft zo’n natuurlijk licht dat het voor de teler en medewerkers van pot- en perkplantenkwekerij Huub van Leeuwen uit Naaldwijk even wennen was na jaren onder SON-T gewerkt te hebben. Boven 2.000 m² kasoppervlak zijn 144 armaturen full-LED van 1.000 watt, uitgerust met ventilator, waar de teler in samenwerking met fabrikant Climalux diverse proeven doet.
De bougainvillea heeft het duidelijk naar haar zin. “Tijdens de dagfase zien we een versnelling van de teelt”, zegt Bart van Leeuwen, al wijzend naar de paarse bloemenzee. “Normaal gesproken doet dit gewas er ongeveer 22 weken over, maar nu zijn de planten 1 tot 2 weken eerder klaar.” Hij ziet het aan de referentieproef onder SON-T. “De versnelling zit ‘m vooral in het moment van uitlopen. Toppen is altijd een stressmoment voor de plant, maar onder deze lampen lopen ze sneller uit.”
De teler weet echter nog niet of hij er blij mee moet zijn. “Een versnelling van de teelt betekent dat het teeltschema op de schop zou moeten. Dat heeft gevolgen voor het hele proces.” Vooralsnog is het een interessante conclusie, maar hij bindt er nog geen vervolgacties aan. “We moeten dingen uitproberen en dat kost tijd. We hebben nu in ieder geval ondervonden dat je deze teelt kunt versnellen.”

Terug naar de natuur

De zogeheten CLX V1000 lampen hangen sinds vorig jaar oktober boven het proefveld (125 µmol/m².s). De installatie in de kas is verouderd en Van Leeuwen is op zoek naar een alternatief met nieuwe technieken, waarmee zowel energiezuiniger als milieuvriendelijker kan worden geteeld dan met de huidige SON-T-verlichting.
Het was vooral het daglichtspectrum van deze lamp, dat hem aansprak, waarmee hij vooral in de wintermaanden zijn voordeel zou kunnen doen. “De filosofie van deze lamp is: terug naar de natuur”, zegt adviseur Niels Damen, die de technische uitvoering van de proef ondersteunt. “In de natuur hebben planten ook alleen maar daglicht en voor de mens is daglicht ook het meest prettige licht om onder te werken.”
In het systeemontwerp van Climalux is gekozen voor een opzet met één voeding, de Power Supply Unit, per vier full-LED lampen van 1.000 watt. “De keuze voor die lichtsterkte heeft ertoe geleid dat we de lamp hebben moeten ontwerpen met externe koeling”, legt Damen uit. Er is een ventilator bij ingebouwd, die de warmte van de lamp in een constante stroom naar het gewas toe blaast. “De verwachting is dat er door de ventilator een evenwichtigere luchtvochtigheid en een beter microklimaat rond de plant ontstaat, hetgeen energiebesparing kan opleveren.”

Dimbaar systeem

De fabrikant zette samen met de teler een proefveld op met Franse geranium, hortensia en bougainvillea onder full-LED. Daarnaast werd er een veld van 6.000 m² onder SON-T ter referentie ingericht met dezelfde gewassen en dezelfde omstandigheden. “Ik was in eerste instantie vooral benieuwd naar teeltduurverkorting, betere kwaliteit, hogere weerbaarheid en meer vertakkingen”, zegt Van Leeuwen, “maar na drie weken had ik al vijftig vragen erbij bedacht.”
Het is namelijk niet alleen licht aan, licht uit. Er zit een dimbaar systeem op de armaturen van 20 tot 100%. “Dat betekent een zoektocht naar de juiste lichtintensiteit voor het betreffende gewas”, legt Damen uit. “Je hebt nu een heel palet aan mogelijkheden en dus is het zoeken naar een nieuwe balans.”

Veel minder remmiddel

Als het gaat om een lager energieverbruik, zijn de resultaten duidelijk. Vergeleken met de referentie hoeft Van Leeuwen de buisverwarming nauwelijks meer aan te zetten. Hij gebruikt alleen deze lampen en een laagwaardige vloerverwarming.
De lampen verbruiken evenveel stroom als SON-T, maar de teler heeft twee keer zoveel licht. Ook zorgt het dimmen voor een lager energieverbruik. Damen: “Wanneer je 50 procent dimt, vermindert het energieverbruik ook met 50 procent, terwijl de lamp zichzelf wel op temperatuur houdt.”
Als het gaat om de teelt en het gewas ziet de teler duidelijk verschil. “We hebben in de proef meerdere soorten Franse geraniums neergezet. Bij de full-LED proef hebben we twee soorten twee keer moeten remmen. Bij de SON-T hebben we alle soorten wel zes tot tien keer moeten remmen. Dit betekent dus dat we met deze full-LED lampen veel minder remmiddel nodig hebben. Tegelijkertijd lieten de planten hier meer vertakking en meer bladontwikkeling zien.”
Hetzelfde resultaat neemt hij waar bij de proeven in hortensia. Ook daar staan sterkere planten en de teler hoeft minder remmiddelen te gebruiken. “We zien een sterkere plant die meer tijd en energie heeft om in de ontwikkeling te steken. De plant groeit continu gestaag door.”

Vervolgproeven

De vraag is nu: waardoor ontstaan die verschillen? “Het lijkt erop dat de plantopbouw en het wortelgestel zich beter ontwikkelen, dat leidt tot een sterkere plant bovengronds. “We zien het ook bij de aanleg van de bloem. Die aanleg is er wel, maar de bloem wordt er (bij wijze van spreken) niet uitgeperst”, vult de teler aan. “Het gaat veel geleidelijker, maar hoe het komt?”
De opzet van een derde proef in de zomerperiode is dan ook een logisch vervolg om antwoord te vinden op die vraag. “We willen gaan onderzoeken of de waargenomen resultaten ontstaan door het daglichtspectrum of door de ventilator”, zegt Van Leeuwen. Concreet betekent dat hij in deze proef hortensia’s zonder de belichting, maar met toepassing van de ingebouwde ventilator wil gaan telen.  Zonder licht betekent in dit geval ook zonder warmte van de lamp. “Wellicht kan de standaardtemperatuur 2 graden naar beneden.” Verder wil hij de dimbaarheid en dus de lichtintensiteit verder onderzoeken, want misschien kan hij daardoor ongewenste versnelling eruit halen.

Jaarrond interessant

Is hij niet bang dat hij te veel productie verliest met het nemen van dit soort onorthodoxe stappen? “Een vertraging kunnen we ons permitteren”, zegt Van Leeuwen. “Als we de vinger aan de pols houden, dan kunnen we op tijd bijsturen en onze strategie aanpassen.”
Inmiddels is hij erachter dat niet alleen het daglichtspectrum de lamp interessant maakt. Het is ook de ventilator die hem erg benieuwt. “Het is niet rendabel om de lampen alleen puur voor het groeilicht aan te schaffen. Dan staan ze zes maanden in het jaar aan en verder niet. Nu we warmte oogsten en de ventilator voor een goede verdeling van die warmte in de ruimte zorgt en een regulerende werking op het gewas lijkt te hebben, wordt deze lamp ineens twaalf maanden per jaar interessant. En zelfs de inzet van de ingebouwde ventilatoren zonder dat de lampen branden zou in bepaalde periodes van het jaar nog effectief kunnen zijn.”

Tekst en beeld: Marjolein van Woerkom