Balans vinden. Die uitdrukking neemt Edith Bentvelsen vaak in de mond. De balans tussen groene vingers, data en automatisering, bijvoorbeeld. Tussen jonge honden en ervaren medewerkers, tussen maatschappelijk verantwoord ondernemen en oplopende kosten. Ook dicht bij haarzelf zoekt ze naar die balans, want mannen en vrouwen kunnen elkaar goed aanvullen in één team. Ze staat voor een mooie, nieuwe uitdaging.

Met een phalaenopsisplant in haar hand loopt ze door het nieuwe inspiratiecentrum van Ter Laak Orchids. Overal waar ze de plant neerzet start een visuele presentatie. De ene keer gaat het over een product en het assortiment, dan weer over het klimaat in de kassen of het verhaal over de locatie in Guatemala.
Edith Bentvelsen is sinds augustus 2018 Managing Director bij Ter Laak Orchids in Wateringen. Toen ze voor deze functie werd gevraagd moest ze dat even laten bezinken. Maar ze kende Eduard en Richard Ter Laak inmiddels goed. “Dus heb ik de sprong gewaagd”, zegt ze met een grote glimlach. “Je moet een bepaald gevoel ontwikkelen voor een bedrijf. Je herkennen in de sfeer, de ambitie en de waarden. Mijn intuïtie zei dat ik hier iets kan toevoegen.”

Aansturen organisatie

Bentvelsen heeft de tuinbouwsector vanuit veel invalshoeken gezien. Als tuindersdochter begon ze op de afdeling communicatie van Royal Flora Holland. Twintig jaar lang had ze samen met Helga van Marrewijk bureau Ment, voor communicatie en projectmanagement. Tussen 2008 en 2012 was ze hoofd communicatie bij het Productschap Tuinbouw. “Dat was precies in de periode dat de discussie ontstond rond het voortbestaan van het PT”, legt ze uit.
Een bijzonder roerige tijd maakte ze mee in 2011, toen het PT de spil was in de EHEC-crisis. Na het opheffen van het PT raakte ze betrokken in het proces waarin vanuit FresQ de afzetorganisaties DOOR en Harvest House ontstonden. De volgende opdracht werd ondersteuning van telersvereniging Decorum.
Via Decorum leerde zij Ter Laak Orchids kennen en begeleidde er sessies van het managementteam. “Dit bedrijf is in de afgelopen jaren sterk gegroeid, van twee naar drie locaties en van 12,5 naar 17,5 hectare. Dat heeft grote impact op de structuur en organisatie van een onderneming. Eduard en Richard hebben daarbij hun eigen rol onder een vergrootglas gelegd. Zij wilden meer met hun vak bezig zijn, ondernemer zijn. De echte aansturing van de organisatie wilden ze aan een ander over laten”, legt ze uit. Dat resulteerde in twee nieuwe functies, namelijk die van managing director en commercieel directeur (Ringo Veenman).

Transparantie

Wat haar zo aanspreekt in het bedrijf is het ondernemerschap. De nominatie voor de Tuinbouw Ondernemersprijs in 2016 en het winnen van de International Grower of the Year Award in 2018 was al een bevestiging dat het daar wel goed mee zit. Maar juist de transparantie, de ambitie, de focus op innovatie en het zoeken naar samenwerking toont het werkelijke karakter van het familiebedrijf.
“We hebben een paar jaar achter de rug met heel veel ontwikkelingen. Er zijn grote stappen gezet. We zijn in korte tijd gegroeid van 180 naar 250 medewerkers. Het is nu zaak om het bedrijf in rustiger vaarwater te brengen.”

Gecontroleerd veranderen

Jonge mensen moeten binnen de organisatie hun weg vinden, waarbij de oudere generatie zich goed blijft voelen. Het begeleiden van nieuwe medewerkers vraagt veel aandacht. Mensen moeten op de juiste plek terecht komen en de juiste verantwoordelijkheid krijgen. “We nemen mensen mee in het proces van een veranderende phalaenopsismarkt. We zijn in transitie, maar moeten tegelijkertijd ook praktisch blijven. Gecontroleerd veranderen en aanpassen, waarbij we ons moeten blijven ontwikkelen.”

Duurzaam ondernemen

Het phalaenopsisbedrijf ontkomt niet aan het thema maatschappelijk verantwoord ondernemen. De bouw van de eerste DaglichtKas van 4.000 m² in 2013 is daar een voorbeeld van. Het bijzondere zaagtandvormige kasdek met fresnellenzen bundelt het invallende licht, dat water verwarmt in meebewegende collectoren. Zo kan het bedrijf besparen op energie.
De bouw van deze kas was eigenlijk een opmaat naar de nieuwbouw in 2017, die ook is voorzien van dit speciale dek. Deze kas wordt belicht met een combinatie van SON-T-lampen en LED’s.
“In ons inspiratiecentrum laten we zien hoe dit werkt. Voor de buitenwereld is een palaenopsiskwekerij een bundeling van techniek, maar eigenlijk bootsen we het klimaat na van de tropen, de natuurlijke omgeving van de orchideeën. Uiteraard doen we alles om zo duurzaam mogelijk te ondernemen. CO2 van OCAP is daar een voorbeeld van, maar ook spaarzaam omgaan met water, energie en ruimte en reduceren van het plastic verbruik. Uiteraard vraagt de maatschappij deze houding van ons, maar dat is niet ons enige motief. We willen het zelf. Het is ook zoeken naar balans, naar de optimale verhouding tussen de maatregelen die we treffen en de kosten die dat met zich meebrengt”, vindt ze.

Inspiratiecentrum

Al meerdere malen is het inspiratiecentrum genoemd. In het nieuwe hoofdgebouw is niet alleen een route uitgezet om het verhaal van de phalaenopsis te vertellen, er is ook een presentatieruimte, er zijn vergaderruimtes en er is een winkel. Verkopers kunnen hun klanten meenemen naar deze plek, maar er is ook ruimte beschikbaar voor tuinbouw gerelateerde evenementen. Door middel van rondleidingen kunnen bezoekers kennis maken met de producten en door transparante wanden het bedrijfsproces volgen.
Steeds meer mensen weten de winkel te vinden. Het is een kleine trekpleister, die meteen informatie oplevert over consumentengedrag. “We verzamelen er data, testen nieuwe producten en doen ideeën op.”

Data en automatisering

Sinds anderhalf jaar heeft het bedrijf een data-analist in dienst, omdat data en automatisering steeds meer leidend worden binnen tuinbouwbedrijven. “We krijgen meer inzicht, kunnen efficiënter werken en onze keuzes onderbouwen. Dat is spannend en best een beetje wennen, cijfers ten opzichte van groene vingers. Maar ook hier denk ik dat we een goede balans kunnen vinden.”
Analyseren van data, is dat meer vanzelfsprekend voor de jongste generatie medewerkers? “Misschien wel”, zegt ze wat peinzend. “We zoeken er onze weg in. Jonge mensen krijgen in ieder geval wel de ruimte om hun visie te geven. We hebben ons jaarplan bijvoorbeeld laten schrijven door ‘young potentials’, die het hebben voorgelegd aan het managementteam. Dat geeft goede energie.”

Betere balans

Bentvelsen is inmiddels toegetreden tot de nog kleine, maar groeiende groep vrouwen die leidinggeven in de tuinbouw. Die beweging vindt ze belangrijk. “Ook hier begint de balans iets beter te worden. Ik vind dat vrouwen iets anders toevoegen dan mannen. Binnen onze teams is dat een verrijking. Maar de competenties blijven altijd leidend.”
Aantrekken van nieuwe mensen, man of vrouw, is voor haar een aandachtspunt. “Als tuinbouw zijn we nog steeds een introverte sector. Het goede verhaal vertellen gebeurt nog maar mondjesmaat. We zullen echt moeten leren om meer open te zijn naar de samenleving. En door te laten zien hoe innovatief en duurzaam we zijn kunnen we mensen verleiden om in onze sector te komen werken. Maar het is niet alleen het aantrekken van nieuwe mensen. Juist ook het binden van mensen is belangrijk en daarin is aandacht cruciaal. Aandacht voor de collega, voor plezier in het werk, voor persoonlijke ontwikkeling.”

Tekst: Pieternel van Velden, beeld: Studio G.J. Vlekke