Deze week gaan de laatste voorjaarsbloeiers de deur uit bij Hofland Flowering Plants. Nog even en de kassen komen weer vol te staan met schlumbergera. Annemiek Hofland kijkt terug op een goed voorjaar, zowel qua teelt als afzet. “Alle bloeiers zagen er mooi strak uit, we hadden geen last van ziektes of plagen en de productie liep goed weg door het mooie voorjaarsweer.”

Het familiebedrijf in Naaldwijk is vooral bekend van de schlumbergera’s, die beschikbaar zijn van medio augustus tot eind maart. Maar in de maanden dat de lidcactus er even niet is, staat de kas vol met voorjaarsbloeiers, waarvan dianthus, calibrachoa, checkie en argyranthemum de belangrijkste zijn. Nu de laatste daarvan de kas verlaten, maakt Annemiek Hofland de balans op. “Het seizoen begon al vroeg en de markt was enthousiaster dan vorig jaar. Al het perkgoed liep vlot weg.”

Dianthus stelt teleur

Alleen dianthus had het wat moeilijker dit jaar. “Ik hoor om me heen dat er meer stek is geleverd, zowel in Nederland als in Duitsland. Dat leidde tot een wat vollere markt. De Duitse vraag werd voor een groter deel lokaal ingevuld. De Duitsers kloppen meestal pas bij ons aan als ze door het eigen aanbod heen zijn. En dat duurde dit jaar langer. Zelf hadden we nu juist besloten om dit jaar een maand langer door te gaan met dianthus. Dat kwam achteraf dus niet zo goed uit. Volgend jaar gaan we weer terug naar het oude schema. Afgezien van de teleurstellende prijzen bij dianthus, vooral na Moederdag, was het een prima seizoen voor de voorjaarsbloeiers.”

Doorstart met LED

In week 34 verwacht Hofland de eerste schlumbergera’s weer te kunnen leveren. “De komende weken hebben we het druk met het opruimen en schoonmaken van de kassen en het oppotten van de stek. Het uitgangsmateriaal ziet er goed en gezond uit, dus dat geeft me het vertrouwen dat we weer een mooi product kunnen gaan maken.”
De cactussen worden dit jaar voor het eerste belicht met dimbare LED-armaturen van NLight. “Alle oude SON-T-lampen zijn de afgelopen weken vervangen. We hadden de armaturen al in januari verwacht, maar door vertraging in het transport uit China, kwamen ze veel later. Maar toch nog net op tijd om de nieuwe stek straks een goede lichtboost te geven.”

Energiebesparingsplicht

Hofland verwacht geen verrassingen van de teelt onder LED. “We testen er al ruim vier jaar mee, dus we weten inmiddels goed hoe we ermee om moeten gaan om dezelfde (of betere) resultaten te bereiken. We gaan er fors energie door besparen, maar hopen ook op een betere, gelijkmatige groei.”
De investering komt voort uit de energiebesparingsplicht, geeft ze aan. “Daarmee zitten we nu goed op koers. Voor nu zijn er even geen andere verduurzamingsplannen. Eerst maar even de spaarpot aanvullen. Onze grootste omzetpiek zit in de laatste maanden van het jaar. Als we aan het eind van het jaar voldoende overhouden, gaan we weer nadenken over volgende investeringen.”

Remmiddelen blijven nodig

De inzet van chemische middelen op het bedrijf is weer verder afgenomen, zegt Hofland. “De gewasbescherming hebben we grotendeels onder controle met biologie, daar komt nog maar 10 procent chemie bij kijken. Maar we hebben nog altijd wel remmiddelen nodig om de planten compact te houden. Die zijn nog moeilijk te vervangen. We kijken natuurlijk wel naar soorten die vanuit de genetica compact blijven en we dus minder of niet hoeven te remmen.”

Royal FloraHolland luistert beter naar haar leden

Hofland heeft ook net haar eerste halfjaar achter de rug als lid van de Ledenraad van Royal FloraHolland. Het was een leerzame periode, vindt ze. “Het is indrukwekkend om te zien hoe de processen werken die ten grondslag liggen aan keuzes en besluiten. Als ‘gewoon’ lid heb je daar vaak minder weet van. Ik voel me dus best bevoorrecht dat ik dat inzicht nu wel krijg. Ik ben onder de indruk van de openheid van de directie richting de Ledenraad en de samenwerking tussen directie, Raad van Commissarissen en Ledenraad. Van dichtbij zie ik dat er echt beter wordt geluisterd naar telers, bijvoorbeeld als het gaat om het beheersen van kosten. Dat juich ik erg toe en wil daar ook zelf aan bijdragen.”

Tekst: Astrid Zoumpoulis