Peter, Thomas en Levi Evers van Bredefleur ondernemen op twee locaties met een leliebroeibedrijf van totaal 13,5 ha. Anderhalf jaar geleden namen ze het stokje over van vader en oprichter Piet, inmiddels 60 jaar. Hoe vergaat het de nog jonge broers sindsdien? Wat zien zij als hun grootste uitdagingen? “Het is ons altijd gelukt een eigen koers te varen en niet alleen naar kosten te kijken, maar vooral wat het oplevert.” 

Ze komen uit een gezin van zeven, waarvan vijf jongens en twee meisjes. Peter (30) is het vierde kind van het gezin, daarna kwamen Thomas (28) en Levi (26). Ze vormen nu het management van een toonaangevende leliebroeierij in Moerkapelle (5,5 ha) en Luttelgeest (8 ha). Ook Ruben, de jongste (21) uit het gezin is inmiddels in het bedrijf begonnen als werknemer.
Alle vier hebben ze dezelfde mbo-opleiding (Lentiz) in het Westland voltooid. Peter: “Mijn vader is op zijn 16e in het bedrijf van opa Evers in Moerkapelle begonnen. Wij zijn allemaal onder de 20 ingestroomd en vrij praktisch ingesteld. Al hebben we allemaal dezelfde opleiding voltooid, we zijn heel verschillend in wat we leuk vinden en waar we goed in zijn.”

Groei en bloei

Bredefleur werd opgericht in 1997, door vader Piet Evers, nu stille vennoot. Op het ouderlijk bedrijf aan de Bredeweg in Moerkapelle werden in de beginjaren groenten geteeld, later anthuriums, gerbera’s en freesia’s, en vervolgens – in de jaren tachtig – lelies, die in die tijd al werden belicht.
Peter kwam in 2009 van school, net na de crisis. “Het was de tijd van opschaling en fusies in de glastuinbouw en expansie naar Zeeland en de Wieringermeer. Ik ging voor het ondernemerschap, maar wilde liever op een nieuwe locatie verder. Mijn vader had tijdens mijn schooltijd in Luttelgeest 16 ha grond gekocht, maar mijn moeder zag de verhuizing niet zitten. Hij ging door in Moerkapelle, ik verhuisde naar de polder. Toen is het bedrijf daar in 2011 vrij snel opgebouwd. Thomas kwam in datzelfde jaar van school, en ging met mij mee. Levi verliet de school in 2013, maar bleef in het Oostland wonen en werken. Pa is vorig jaar gestopt.”

Exclusief assortiment

Op beide locaties worden jaarlijks in totaal 20 miljoen lelies geteeld, zowel orientals, longiflorums als LA-hybriden. Circa 70% van het assortiment is exclusief, doelgroep is de traditionele groothandel en exclusieve bloemist. De afzet verloopt via Royal FloraHolland Aalsmeer, 30 tot 40% wordt geklokt.
Levi, de verkoop- en marketingman: “Door de jaren heen zijn wij alsmaar gegroeid en is ons verkooppercentage steeds groter geworden. Zonder de klok zouden we minder bekend zijn en het marktmechanisme in de sierteelt ondergraven. Vandaar dat we elke dag aan de klok leveren, dezelfde producten van dezelfde kwaliteit. De rest verkopen we via onze webshop. Dat kan een webshop zijn of een bloemist die (ook) online verkoopt.”

Geselecteerde afzetpartners

De afzet verloopt via vaste exporteurs, die ze beschouwen als partners. “Wij maken met hen afspraken over onze positie, het assortiment en welk percentage wij van hun inkoop dekken. Door onze verdiepingsslag hebben wij veel informatie opgedaan in het buitenland, over de marktvraag en de behoefte van de bloemist. Die wil jaarrond bloemen hebben tegen een prijs die ons jaarrond continuïteit geeft.”
De verkoop- en marketingman: “Wij zijn gewend om met prijspieken en -dalen te leven, maar we hebben gemerkt dat bloemisten prima kunnen leven met een vaste prijs. Die mag best wat hoger zijn, maar als ze een order moeten cancelen willen ze niet met die bloemen opgezadeld worden. Wij bieden die flexibiliteit. We doen geen grote retail orders voor een bodemprijs, maar willen exporteurs bedienen op continuïteitsbasis.”

Duurzaamheid als uitdaging

Wij hebben drie speerpunten: continuïteit, kwaliteit en exclusiviteit, vervolgt teeltman Thomas. “Dat houdt in dat wij op beide vestigingen hetzelfde product van dezelfde kwaliteit willen telen. Daar komt best veel bij kijken: het blijft toch een natuurproduct. Van onze bollen komt 70 procent uit Nederland, de rest halen we uit Frankrijk, Chili en Nieuw-Zeeland.”
Duurzaamheid wordt gezien als een grote uitdaging. Peter, verantwoordelijk voor organisatie en innovatie: “Wij zijn constant bezig met de vraag: hoe kunnen wij de meest duurzame leliekwekerij van Nederland zijn? In onze kassen is 100 procent biologische bestrijding standaard, we hebben zonnepanelen en drie schermdoeken.”
De broers stoken nu nog op gas, maar kunnen overschakelen op aardwarmte. Ze gaan overstappen op LED-belichting, eerst hybride en later 100% LED. Ook gaan ze hun bloemen elektrisch vervoeren, de vrachtwagen is al besteld. De bedrijfskleding en koffiebekertjes zijn gemaakt van gerecycled materiaal.

Bijna iedereen in vaste dienst

Peter: “Voor arbeidsmigranten willen we de huisvesting verbeteren. Die willen we in Luttelgeest op ons bedrijfsterrein gaan realiseren. Daarover zijn we nog in overleg met de gemeente. Wat ons denk ik uniek maakt: 90 procent van de medewerkers werkt bij ons in vaste dienst, we maken nauwelijks gebruik van uitzendbureaus.”
Het merendeel van de medewerkers komt uit de omgeving. “Wij leiden zelf onze mensen op, doen veel aan binding en coaching, om ze door te laten groeien en lopen voorop in automatisering. Wij zijn als eerste bedrijf in de lelies begonnen met een Furora, een volledig geautomatiseerde sorteermachine. Wij gaan onze bollen automatisch planten, daarvoor hebben we onlangs plantmachines aangeschaft.”

Gasposities vastgelegd

Lange termijn relaties met leveranciers, werknemers en klanten vormen de basis van Bredefleur’s strategie. Peter: “Van de extreme gasprijzen hebben we niets te vrezen, omdat we in de afgelopen jaren onze gasposities hebben vastgelegd. Misschien niet voor de laagste prijs, als je kijkt naar vorig jaar, maar omdat het in de strategie paste. Wij willen een eigen koers varen en niet alleen naar kosten kijken, maar ook naar de opbrengsten. Elk jaar van leverancier switchen om nog goedkoper te werken, daar doen wij niet aan mee. Commitment voor de lange termijn is voor ons heel belangrijk.”
Thomas: “Wij willen samen de keten ten goede veranderen. Misschien niet binnen vijf jaar maar wel binnen twintig jaar. De bollenhandel is traditioneel, denkt vaak nog ouderwets. Wij willen een verbindende partner zijn in de sector, richting ons personeel, onze toeleveranciers en onze klanten.”
Levi tot slot: “In het afgelopen 1,5 jaar zijn we veel intensiever gaan samenwerken door de taken op te knippen, over de vestigingen heen. Daardoor kan iedereen zich verder ontwikkelen, stappen maken. En we zien dat onze formule de laatste jaren goed uitpakt. Daar hoort ook groei bij. Mijn advies aan andere ondernemers? Durf je eigen koers te varen en houd je vast aan je plan.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen