Peeters Potplanten in Breda zet volop in op geïntegreerde gewasbescherming. Met name de bestrijding van trips brengt de nodige uitdagingen met zich mee, zeker sinds de pepertrips vorig jaar zijn intrede deed. Een nieuwe formulering van draagstof vormt een belangrijke stap voorwaarts in de strijd tegen deze invasieve tripssoort: dit maakt de weg vrij voor een bredere inzet van de roofmijt Transeius montdorensis.

Met een oppervlakte van 5 ha hoort Peeters Potplanten in Breda tot de grotere potplantenbedrijven van ons land. Het bedrijf is gestoeld op twee pijlers, namelijk de teelt van diverse groene potplanten waaronder ficus en hibiscus. “Dit laatste product beslaat een groot deel van het oppervlak. We leveren hibiscus in diverse potmaten, zowel als struik als op stam ”, vertelt Marc Aerts. Hij is teeltspecialist op het bedrijf, dat eigendom is van Arjan Peeters. “We houden de verkoop van onze producten in eigen hand: de planten gaan voornamelijk naar tuincentra en retailers in Nederland en een groot aantal Europese landen.”

Verschraling middelenpakket

Hoewel het bedrijf al sinds 2007 bezig was met geïntegreerde gewasbescherming, zetten ze zo’n drie jaar geleden verdere stappen op dit vlak. Met name in ficus en hibiscus boden chemische middelen en het beschikbare biologische pakket niet voldoende soelaas. “In de andere groene planten hebben we weinig te stellen met ziekten en plagen, maar in ficus en hibiscus kregen we met name wittevlieg en trips niet meer onder de duim. Dit had alles te maken met de verschraling van het middelenpakket en het feit dat plagen steeds meer resistent werden tegen de middelen die nog wel beschikbaar waren. Daarnaast was er destijds maar één biologische bestrijder voorhanden tegen deze plagen. Ook stelden afnemers steeds hogere residu-eisen en hechten zij veel waarde aan een duurzame manier van werken. Kortom: het was een must om de inzet van biologie verder uit te breiden.”

Ingewikkelde puzzel

Het potplantenbedrijf pakte deze handschoen samen met Royal Brinkman op. Geen eenvoudige klus, geeft Productspecialist Gewasbescherming Henry van der Meer aan. “Op potplantenbedrijven is vaak sprake van een grote diversiteit aan producten en rassen. Dat zien we ook bij dit bedrijf. De gevoeligheid van deze producten voor ziekten en plagen verschilt. Dat brengt een extra uitdaging met zich mee bij de inzet van biologie.”
Daar komt volgens hem nog bij dat het uitgangsmateriaal verschillende herkomsten heeft en er regelmatig wordt geschoven met partijen. Deze komen dan door elkaar te staan, waardoor het opstellen van een sluitend IPM-plan niet eenvoudig is. “Ook het feit dat bloeiende hibiscussen kunnen zorgen voor een verhoogde tripsdruk – deze zijn vooral in trek bij Californische trips – is nog een aandachtspunt. Al met al is geïntegreerde gewasbescherming een behoorlijk ingewikkelde puzzel op een potplantenbedrijf als dit.”

Nieuwe selectie Orius

De roofmijt Transeius montdorensis was de eerste troef die werd ingezet in de strijd tegen trips en wittevlieg. Ook de sluipwesp Eretmocerus eremicus en de roofkever Delphastus catalinae verschenen ten tonele om wittevlieg te lijf te gaan. Aerts: “Met deze drie natuurlijke vijanden konden we wittevlieg vrij snel beheersen. Ook legden we met de inzet van Transeius montdorensis een basis voor de bestrijding van Californische trips en Echinotrips. Desondanks waren wel nog regelmatig correctiebespuitingen nodig, met name tegen Californische trips in hibiscus. Dat was vanzelfsprekend verre van wenselijk, aangezien je hiermee het biologisch systeem om zeep helpt.”
Om trips beter onder de duim te krijgen werd vervolgens een nieuwe selectie van de Orius-roofwants ingezet, in combinatie met een speciaal bijvoerproduct om de populatie-opbouw te stimuleren. “Met deze biologische bestrijder, die als enige bestrijder alle stadia van trips aanpakt, hebben we flinke stappen kunnen zetten en wisten we Californische trips volledig onder controle te krijgen.”

Zoeken naar optimalisatie

Medio vorig jaar diende zich een nieuw probleem aan: de pepertrips. Deze invasieve trips groeide al snel uit tot de hoofdplaag op het bedrijf. Om dit probleem te tackelen, werd een nieuwe natuurlijke vijand geïntroduceerd; de larve van de groene gaasvlieg. “Hiermee boekten we winst in de strijd tegen pepertrips, maar we zijn er nog niet”, zegt Aerts. “Correctiemiddelen blijven met regelmaat nodig. Ook zijn we continu aan het zoeken hoe we de effectiviteit van de biologische bestrijders –Transeius montdorensis, de Orius-roofwants en de groene gaasvlieglarven – kunnen optimaliseren. In deze onderzoeken nemen we ook bodemroofmijten als Hypoaspis mee, die we inzetten om de tripspoppen aan te pakken. Concreet doen we diverse proeven, die ons inzicht moeten geven in welke tripsstadia de verschillende bestrijders precies aanpakken en waar ze elkaar in de strategie aanvullen en versterken.”

Vervuiling door draagstof

Aerts en Van der Meer verwachten dat een nieuwe formulering van draagstof een bredere inzet van de Transeius montdorensis-roofmijt in potplanten mogelijk maakt. Dit moet helpen om de pepertrips beter onder controle te krijgen. “Montdorensis en ook de voermijten die we inzetten als bijvoerproduct worden in het gewas verblazen met behulp van een draagstof. Dit om een optimale verspreiding van de roofmijten door het gewas te garanderen”, legt Van der Meer uit. “Maar omdat deze roofmijt zich doorgaans minder goed vestigt en vermenigvuldigt in potplantengewassen is het noodzakelijk om frequent nieuwe mijten in het gewas te brengen. Hierbij bleef echter relatief veel draagstof achter op de planten, deze bleef plakken aan de bladeren van sommige soorten potplanten. Dat was vanzelfsprekend niet wenselijk.”
Aerts onderschrijft dat. “Deze vervuiling tastte de sierwaarde dusdanig aan, dat we er in sommige producten voor kozen om dan maar geen Montdorensis-roofmijten meer in te zetten. Dit leverde namelijk problemen op in de afzet; het ziet er immers niet mooi uit. Bij andere soorten veegden we de vervuiling er handmatig af, bij het klaarmaken van de producten. Maar dat was vanzelfsprekend verre van ideaal en vergde veel extra werk.”

Nieuwe formulering draagstof

Om dit probleem te tackelen werden afgelopen jaar verschillende proeven uitgevoerd met een nieuwe formulering van draagstof. Het gaat hierbij om een andere soort draagstof met een fijnere structuur, die minder aan het gewas plakt en makkelijker van het blad valt. Van der Meer: “We zagen meteen resultaat bij de proeven die sinds september bij diverse potplantentelers werden uitgevoerd, waaronder ons bedrijf. Met de nieuwe formulering is nog nauwelijks sprake van vervuiling op het blad. En ook de verdeling van de roofmijten en voermijten over het gewas is prima.”
Aerts is blij met de resultaten van de nieuwe draagstof-formulering en gaat deze vanaf komend seizoen breed toepassen. “We hopen de Montdorensis-roofmijten op deze manier breder te kunnen gaan inzetten, in meer verschillende producten. En dat moet helpen om pepertrips beter biologisch onder controle te houden en de inzet van chemie verder te reduceren. Deze nieuwe draagstof is een belangrijke stap voorwaarts in de strijd tegen pepertrips.”

Tekst: Ank van Lier, beeld: Marcel Otterspeer